woensdag, 18 september 2019

Welke brillenglazen heb ik echt nodig?

Zo kies je de juiste bril

Een bril kiezen is anno 2019 niet eenvoudig. Glazen zijn er in steeds meer variaties en wat te denken van de vele coatings tegen krassen, blauw licht of waterdruppels? Er kan van alles en de keuze is reuze. De vraag is: varen de ogen er wel bij?

Iemand die een bril op hoge sterkte nodig heeft, is niet meer aangewezen op dikke glazen. En wie ultradunne glazen wil in plaats van dunne? Het kan allemaal. “De afgelopen jaren zijn er veel nieuwe technologieën ontwikkeld. Apparatuur voor het maken van glazen is flink verbeterd”, zegt Arjan Keuken, optometrist en docent optometrie aan de Hogeschool Utrecht. “Niet alleen de brillen, ook brildragers zelf zijn veranderd. De 50-plusser is dynamischer dan ooit. Mensen zijn tot op hoge leeftijd actief. Brillen worden meer op hun behoeften en verlangens afgestemd.”

In het verlengde hiervan ligt de reden voor het toegenomen aantal brilkeuzes: ons kijkgedrag is niet meer te vergelijken met dat van pakweg dertig jaar geleden. Boek en tv hebben concurrentie gekregen van digitale media, wat leidt tot meer en ander gebruik van de ogen. Wie vaak met de e-bike op pad gaat, heeft andere eisen dan iemand die graag series kijkt op de iPad. Keuken: “Alle reden om bij het kopen van een nieuwe bril je niet alleen blind te staren op het montuur, maar om je ook te verdiepen in de toegenomen mogelijkheden van de glazen.”

Keuze 1: multifocaal of twee losse brillen?

Multifocale glazen zijn populair: ze bevatten een deel waarmee je in de verte kunt kijken en een deel voor dichtbij. “Fabrikanten brengen multifocale glazen onder verschillende namen op de markt”, vertelt Keuken. “Sommige opticiens verkopen ‘varifocale glazen’, andere bieden ‘varifocus-glazen’. Het komt op hetzelfde neer.”

Vroeger waren er alleen bifocale glazen, met als kenmerk een liggend half maantje dat aangaf waar de scheiding tussen het veraf- en dichtbijgedeelte zat. In de afgelopen decennia is de kwaliteit van dergelijke glazen verbeterd. Bij multifocale glazen verloopt de overgang geleidelijk. Bovendien kan zelfs het middelste deel een functie hebben: daarmee kun je goed kijken naar een computer, een afstand die niet valt onder veraf en niet onder dichtbij.

Hoe handig een multifocale bril ook is, wie er voor het eerst een draagt moet er vaak aan wennen. Dat komt doordat de manier van kijken anders wordt. Bij de een duurt dat wennen enkele dagen, bij de ander een paar maanden. Sommige opticiens bieden klanten daarom een wenperiode aan. Onder voorwaarden mag je de bril in die tijd, vaak een paar maanden, inruilen voor een andere.

“Soms geeft iemand de voorkeur aan twee aparte brillen”, vertelt optometrist Robert-Jan Korteland, collega van Arjan Keuken. “Stel dat je wilt lezen in bed, dan is een aparte leesbril aan te raden. Net als bij een ingewikkeld borduurwerk en het lezen van bladmuziek. Voor iemand die minder mobiel is, kan een aparte vertebril, eventueel naast een multifocale bril, veiliger zijn. Vallen is dan beter te voorkomen.”

Keuze 2: breedte blikveld

Ook het blikveld in brillenglazen is in de loop van de tijd groter geworden en kan in allerlei vormen worden gemaakt. Iemand die een multifocale bril meer voor dichtbij gebruikt dan voor veraf, kan kiezen voor een ruimer dichtbijgedeelte. Dat is ook aan te raden voor iemand die veel leest. “Dit klinkt logisch, maar vroeger was dit niet mogelijk”, vertelt Korteland. “Door het slijpen van meerdere sterktes in een glas ontstaan er, zoals wij dat noemen ‘optische onzuiverheden’, waar je niet goed door kan kijken. Die moeten ergens blijven. Met de nieuwe technieken is het mogelijk deze ‘onzuiverheden’ steeds meer naar de randen van het glas te verplaatsen. En daar kan het variëren in grootte, zodat het blikveld exact is af te stemmen op wat de drager van de bril nodig heeft.”

Keuze 3: dikte van de glazen

Glazen kunnen verder steeds dunner gemaakt worden. Het zicht verbetert er niet door, maar de bril is lichter en ziet er vaak mooier uit. Dit is zeker het geval als glazen een hoge sterkte hebben, want die zijn van oudsher dikker dan glazen met een sterkte tot min of plus 2,5 tot 3. Vanaf deze grens kan dunner glas dus een meerwaarde hebben.

Keuze 4: blauwlicht-coating

Met de keuze voor een al dan niet multifunctioneel en dunner glas ben je er nog niet. De ene na de andere coating zag de afgelopen jaren het levenslicht. Er zijn beschermlagen tegen uv-licht, krassen, stof en vuil, waterdruppels en blauw licht van beeldschermen. “Ja, er zijn veel bewerkingen mogelijk”, bevestigt Korteland. “De technologie speelt in op de ontwikkelingen in de leefstijl van mensen.”

Maar of ze nu zoveel effect en nut hebben? Van blauw licht, afkomstig van beeldschermen, is bekend dat het de aanmaak van melatonine remt. Deze lichaamseigen stof is nodig om in slaap te kunnen vallen.

Een bril met speciaal filter zou die straling tegenhouden. Of dit helpt tegen slaapproblemen, is onduidelijk. De website van huisartsen, Thuisarts.nl, adviseert het hulpmiddel in elk geval niet, maar geeft wel de tip: een uur voor het slapengaan stoppen met kijken naar tv, smartphone en tablet. Blauw licht, dat onderdeel is van natuurlijk daglicht, is ook niet per se verkeerd, tekent Korteland daarbij aan. “We hebben het nodig om alert te zijn en voor ons welbevinden.”

Of een dergelijk filter rust geeft aan de ogen, zoals sommige opticiens zeggen, is ook nog maar de vraag. “Uit onderzoek blijkt dat de meningen daarover uiteenlopen”, weet Keuken. “De een vindt zo’n bril prettig, de ander niet.”

Keuze 5: kraswerende en vuilafstotende coatings

Je kunt dus vraagtekens zetten bij de blauwlicht-coating. Hoe zit dat met de andere coatings? “Vroeger waren alle brillenglazen van glas, tegenwoordig zijn ze bijna allemaal van kunststof”, legt Korteland uit. “Dat is veiliger, lichter en zachter materiaal, maar daardoor is het ook gevoeliger voor krassen. Een speciale beschermlaag kan de levensduur van glazen verlengen.”

Coatings tegen stof en vuil kunnen ook nuttig zijn. Ze zijn antistatisch: er blijft niets aan kleven. Hetzelfde geldt voor een coating tegen water. Bij het laten ontspiegelen van glazen – bijna standaard tegenwoordig – kun je tegenwoordig kiezen uit gradaties: van eenvoudig tot hoogwaardig, soms inclusief uv-filter.

Veel keuzes dus, maar heb je er ook echt iets aan? Dat hangt ervan af hoe je de bril gebruikt. Ben je veel buiten? Zit je veel op de boot of juist in de auto? Bespreek dit met de opticien, adviseert Keuken. “Een goede opticien heeft inlevingsvermogen en geeft dan advies op maat over deze coatings.”

Er zijn trouwens nog altijd mensen die per se brillenglazen van glas willen, omdat ze vinden dat die helderder kijken. Of dat tegenwoordig ook echt nog zo is, wagen de twee optometristen te betwijfelen. Misschien is het vooral een gevóél, doordat men zo aan dat materiaal gewend is.

Keuze 6: computerbril of niet?

Wie niet ontkomt aan langdurig computergebruik, kan een speciale beeldschermbril overwegen. De sterkte van de glazen is afgestemd op de afstand tot de computer, wat een goede zithouding bevordert. Helaas is het niet wetenschappelijk aangetoond dat zo’n bril klachten als vermoeide en tranende ogen vermindert.

Keuze 7: een opticien met optometrist of niet?

Bij het ouder worden loop je meer kans op oogziekten, zoals maculadegeneratie (slechter worden van zicht) en glaucoom (waarbij de oogzenuw beschadigd raakt). Wanneer deze aandoeningen in de directe familie voorkomen, is het verstandig je regelmatig te laten controleren, adviseert Arjan Keuken. “Hoe eerder ontdekt, hoe beter de ziekte te behandelen is.”

Dit kan bij een opticien die een optometrist in dienst heeft. Niet alleen het zicht, maar ook de gezondheid van de ogen wordt dan gemeten. “Het onderzoek is uitgebreider; een optometrist mag bijvoorbeeld druppels gebruiken om een goed beeld van de binnenkant van het oog te krijgen”, legt Keuken uit.

Deze hbo-opgeleide oogdeskundige is ook te vinden in ziekenhuizen en bij oogheelkundige centra. De website www.optometrie.nl/praktijkzoeker geeft een overzicht van optometristen.

Keuze 8: hoeveel mag de bril kosten?

Tot slot het prijskaartje van de moderne bril, nogal eens een schok voor de argeloze koper. Uit onderzoek van de Consumentenbond in 2017 bleek dat slechts 30 procent van de 7800 mensen minder dan €250 voor alleen de glazen betaalde. Multifocale kosten het meest; bijna een kwart legde hiervoor tussen de €600 en €1050 per paar neer.

De hoge kosten zijn onder andere een gevolg van de vele persoonlijke in- en afstellingen en kwaliteitsverbeteringen, zegt Keuken. In het algemeen geldt: hoe gestandaardiseerder de glazen, hoe goedkoper. Dunnere glazen zijn duurder dan die met een ‘normale’ dikte.

Verder kan het type glas dat gebruikt wordt, leiden tot verschil in kosten. Hoe luxer, hoe groter het gezichtsveld meestal is en hoe minder vertekend het beeld aan de randen.

De vorm waarin het leesgedeelte in een bril is geslepen, is een andere indicator voor het eindbedrag. Een eenvoudige overgang aanbrengen tussen beide sterktes is minder arbeidsintensief dan het ‘gepersonaliseerd’ slijpen, bijvoorbeeld omdat iemand een breder leesgedeelte wil.

Optometrist Korteland vat het samen: “Voor de meeste mensen is het direct logisch dat een Porsche duurder is dan een boodschappenautootje. Brillen kun je beter niet met auto’s vergelijken maar met schoenen. Een paar van €300 en van €30 zien er misschien hetzelfde uit, maar dat zegt niets over de degelijkheid. Misschien doe je met die dure wel vijf jaar en kun je de goedkope na een seizoen weggooien. De kwaliteit van een goedgekozen bril is misschien soms minder zichtbaar, maar als het goed is wel lange tijd merkbaar.” 

Waarom we steeds slechter zien in de verte

Wie de 40 is gepasseerd en voor het eerst een opticien binnenstapt, heeft meestal moeite met lezen. “Vrijwel iedereen krijgt daar vanaf die leeftijd wel mee te maken”, zegt optometrist Arjan Keuken. Een kwestie van oogouderdom, waaraan weinig valt aan te doen. Anders kan het zijn bij slecht zien in de verte ofwel bijziendheid. Erfelijkheid en omgevingsfactoren lijken hierbij een rol te spelen, maar bijziendheid zou ook te maken kunnen hebben met het overmatig gebruik van de ogen op korte afstand. Veel lezen en studeren – in boeken en op computers – dragen in belangrijke mate bij aan toegenomen bijziendheid, zei de Leidse hoogleraar oogheelkunde Gré Luyten in 2015 in de Volkskrant. Hij wees op Oost-Azië, waar bijziendheid de afgelopen decennia explosief toenam. Er zijn daarbij grote verschillen tussen platteland en steden, tussen hoger en lager opgeleid en tussen rijk en arm. “Allemaal terug te voeren op de mate waarin wordt gelezen”, aldus Luyten.

Dit artikel is eerder verschenen in het september 2019 nummer van Plus Magazine. Nog geen abonnee van Plus Magazine? Abonnee worden doet u in een handomdraai!

Bron(nen):