vrijdag, 7 augustus 2020

Voedselallergie versus voedselintolerantie

Wat is het verschil tussen intolerantie en allergie?

De een krijgt jeuk van een aardbei, de ander krijgt buikpijn van melk. Veel mensen hebben voedselallergie of een voedselintolerantie. Maar wat is het verschil?

In vrijwel alle levensmiddelen zitten eiwitten. Zo zitten er bijvoorbeeld eiwitten in melk, noten, vlees, kaas, peulvruchten en vis. Die eiwitten kunnen normaal gesproken geen kwaad. Het lichaam heeft eiwitten juist nodig.

Voedselallergie

Bij sommige mensen reageert het afweersysteem echter heel heftig op bepaalde eiwitten: er ontstaat een allergische reactie. De eiwitten die een reactie veroorzaken worden allergenen genoemd. Zo kan pinda-eiwit een allergeen zijn. Als iemand met een pinda-allergie (soms al een heel klein beetje) pinda-eiwit binnenkrijgt, gaat het afweersysteem de strijd aan met die pinda-eiwitten. Het lichaam maakt dan antistoffen (IgE) aan en er komt histamine vrij. En die laatste stof zorgt voor de allergische klachten.

Allergische klachten

De klachten kunnen zich uiten via de huid (roodheid, galbulten, jeuk, eczeem), maar er kunnen ook oogklachten (jeuk, tranen), klachten van de luchtwegen (verstopte neus, niezen, benauwdheid, piepende ademhaling), het maagdarmkanaal (misselijkheid, buikpijn, diarree, overgeven) en hart- en vaatklachten (zweten, duizeligheid, lage bloeddruk) ontstaan. Ook kan men last krijgen van angioedeem. Dit laatste zijn plaatselijke vochtophopingen die vooral in het gezicht ontstaan. Een zwelling in de hals kan levensbedreigend zijn.

De diagnose

Er zijn verschillende manieren om de diagnose voedselallergie te stellen. Vaak wordt een combinatie van onderzoeken gebruikt. Voor het stellen van de diagnose wordt bijvoorbeeld gebruik gemaakt van bloedonderzoek, om antistoffen op te sporen. Bij de huidpriktest worden er druppels van een allergeen op de huid gedruppeld. Daar wordt doorheen geprikt en na ongeveer 15 minuten wordt gekeken of de huid op de prikplaats allergisch reageert. De beste diagnose is te stellen via een dubbelblinde placebogecontroleerde voedselprovocatie (DBPGVP). Zo’n test wordt dubbelblind uitgevoerd. Dat wil zeggen dat zowel de patiënt als de onderzoeker of arts niet weet waar het allergeen in zit en in welke hoeveelheid. Tijdens het onderzoek krijgt de patiënt een voedingsmiddel waar het allergeen in zit of een voedingsmiddel met een placebo. Een lgE-allergie kan erfelijk bepaald zijn.

Voedselintolerantie

Een intolerantie is een niet-allergische reactie op voeding. Het afweersysteem heeft hier geen of een onbelangrijke rol in. Een intolerantie kan ontstaan door een tekort aan een bepaald enzym, zoals bij lactose-intolerantie. Hierbij maakt iemand te weinig lactase aan (een enzym dat voor de vertering van melksuiker zorgt) en wordt niet alle lactose in het lichaam verteerd. Dit geeft klachten als winderigheid, diarree en buikpijn. Een intolerantie kan ook ontstaan door stoffen die al in de voeding aanwezig zijn, zoals histamine of tyramine. De voedingsmiddelen die intolerantieklachten veroorzaken, worden geen allergenen maar 'triggers' genoemd.

Klachten die kunnen optreden bij een voedselintolerantie zijn misselijkheid en overgeven, buikpijn, diarree of juist verstopping.

Doen bij intolerantie of allergie:

  • Vermoed je dat je een allergie of intolerantie hebt? Ga langs je arts of een diëtist en laat een test doen.
  • Pas, bij een allergie of intolerantie, je voeding aan met hulp van een diëtist. Zo voorkom je een eenzijdige voeding. Lees etiketten. Ook van producten waar je geen allergenen in verwacht. Zo kan tandpasta het allergeen gluten bevatten en ook in babyvoeding kunnen allergenen zitten.
  • Bij het risico van een snelle, levensbedreigende reactie (anafylactische shock) krijg je een adrenalinepen voorgeschreven. Dit is een injectiepen, gevuld met adrenaline. Zorg dat je deze pen altijd bij je hebt en dat mensen in je naaste omgeving weten hoe de pen werkt.