woensdag, 16 oktober 2019

5 nieuwe therapieën tegen angst

‘Ik durf niet!’

Wie bang is voor vliegen, feestjes of autorijden, kan tegenwoordig méér doen dan pillen slikken of zijn of haar denkpatroon proberen te veranderen. De vijf nieuwste therapieën op een rij.

1. Oefenen met een VR-bril

Wie last heeft van specifieke angsten, zoals angst voor drukke plekken, spinnen, hoogtes of vliegen, heeft baat bij geleidelijke blootstelling aan datgene waar je bang voor bent. Maar dat is niet altijd makkelijk. Je kunt bijvoorbeeld niet ‘even’ een vliegtuig in en tussentijds weer uitstappen als het je toch te veel wordt.

Met een virtual-reality-bril kan dat wel. Zodra je deze bril opzet, waan je je in een andere wereld. Een wereld waarin je dezelfde mensen om je heen ziet als in een vliegtuig, dezelfde geluiden hoort en dezelfde bewegingen ervaart. Een behandelaar naast je helpt je te oefenen met het tot rust brengen van de ademhaling en het ontspannen van de spieren. Om vervolgens samen je gedachten te onderzoeken. “Ik vind dit piepje alarmerend, maar wat betekent dit geluid nou eigenlijk echt?” Stap voor stap kan de confrontatie met de situatie die angst opwekt, worden opgevoerd – een steeds langere vlucht, turbulentie, slecht weer.

Onderzoek laat zien dat behandelingen met een VR-bril minstens zo effectief zijn als ‘echte’ blootstelling bij bijvoorbeeld vliegangst en hoogtevrees. Bij mensen met psychoses, die erg achterdochtig zijn, bleek de VR-behandeling zelfs effectiever. Ook bij sociale angsten zijn de eerste resultaten veelbelovend, hoewel de effecten nog niet zo groot zijn als bij oefenen ‘in het echt’.

2. ACT zegt: accepteer die angst

Het belangrijkste wat je leert in de sterk opkomende therapievorm ACT (Acceptance and Commitment Therapy), is dat angst een heel normale emotie is. Sterker nog, zegt ACT-therapeut Jenny Blaauwbroek: “Zonder angst zouden we als soort niet meer bestaan. Waren we allang opgegeten door beren of onder de bus gelopen.”

Die angst hoeft in ACT dus helemaal niet weg. Het verzet tegen die angst wél. En dat is een belangrijk verschil met cognitieve gedragstherapie, waarin het doel is van je angst af te komen. Blaauwbroek: “In ACT ga je op zoek naar wat je écht belangrijk vindt. Als je dat helder hebt en stappen zet om naar die waarden te leven, dan kom je erachter dat je de dingen die belangrijk voor je zijn, ook mét angst kunt doen.”

Blaauwbroeks moeder bijvoorbeeld durfde vorig jaar het terras niet meer op. “Terwijl sociale contacten juist haar lust en haar leven zijn. Toen ze dat in ACT-therapie weer op een rijtje had, durfde ze met angst en al weer naar de eetclub, de leesclub, de wandelclub.”

Ook onderzoek laat zien: met ACT lukt het mensen weer een betekenisvol en prettig leven te leiden. Blaauwbroek: “Lukt dat ook nog met minder angst, dan is dat een vrolijke bijvangst.”

3. EMDR: genezen met oogbewegingen

Door de ‘simpelheid’ van de behandeling is het voor veel mensen moeilijk te geloven dat EMDR zó effectief kan zijn. EMDR is vooral bedoeld voor mensen die kampen met angsten als gevolg van een heftige gebeurtenis, zoals een ernstig ongeluk, een verkrachting, een brand of een ander trauma. Het basisidee: terwijl de angstige persoon terugdenkt aan die nare gebeurtenis en de bijbehorende beelden, gevoelens en gedachten naar boven haalt, volgen zijn of haar ogen de vinger van de behandelaar, die voor het gezicht heen en weer beweegt. Daar komen de eerste twee letters vandaan in de afkorting EMDR: Eye Movement Desensitization and Reprocessing.

Hoe kan zoiets nou helpen de angst te verminderen? Onderzoekers denken dat dat komt doordat het volgen van die bewegingen veel van de capaciteit van het werkgeheugen vraagt. Daardoor is er voor dat werkgeheugen minder ruimte om met de levendigheid en ellendigheid van de herinnering bezig te zijn, die daardoor langzaamaan vervaagt en minder emotioneel wordt.

4. Ren het je lijf uit

Een paar goede hardloopschoenen. Dat is de enige investering die voor ‘running therapy’ nodig is, inmiddels bekend als depressiebehandeling. Ook bij angst zou intensieve beweging weleens heel positief uit kunnen pakken, laten de eerste onderzoeken zien. Bewegingswetenschapper Bianca Lever: “Bij mensen met angstklachten zijn allerlei stresswaarden in het lichaam vaak verhoogd. Het lijkt erop dat stevig rennen – op 75 procent van wat je maximaal aankunt – al die waarden weer normaliseert.”

Lever onderzoekt nu of rennen zelfs net zo effectief kan zijn als het gebruik van antidepressiva. “Hardlopen is goedkoop en vrij van bijwerkingen, buitenlucht is gezond. Maar als je last hebt van angst is het natuurlijk niet makkelijk. Mensen met sociale angsten zijn doodsbang voor de reacties van anderen. En mensen met paniekaanvallen zijn bang voor de snelle ademhaling en hartkloppingen die hardlopen teweeg kan brengen. Gelukkig rent er in het onderzoek een therapeut mee. Zo leer je opnieuw interpreteren wat er gebeurt in je lijf, bij inspanning én bij angst.”

Meedoen met het onderzoek kan nog. Meer info op www.motar.nl.

5. Neem de regie over je leven terug

Het is oud en nieuw tegelijk: autonomieversterkende therapie. Hoogleraar klinische psychologie Marrie Bekker: “Deze behandeling is niet zozeer gericht op de angstklachten zelf, zoals bij cognitieve gedragstherapie. Waar je wél mee aan de slag gaat, is het versterken van het zelfbewustzijn. Wat wil ík nou eigenlijk? Wat zijn mijn behoeftes, wensen en meningen in het leven? Waar liggen mijn grenzen? Daarnaast leer je nieuwe situaties beter te hanteren en wat minder overgevoelig te zijn voor wat anderen zeggen, denken of willen.” Het zelfbewustzijn is bij mensen met angstklachten namelijk vaak verstoord. Bekker: “Ze voelen zich stuurloos. Terwijl autonomie, ofwel een innerlijk kompas waar je op kunt varen, een belangrijk onderdeel is van een gezonde menselijke ontwikkeling.” Sommige mensen kennen autonomiegroepen uit de vrouwenhulpverlening. Maar tegenwoordig wordt deze behandeling veel breder ingezet. De eerste pilots laten goede resultaten zien. Nu loopt er een onderzoek waarin de resultaten van deze behandeling worden vergeleken met de resultaten van cognitieve gedragstherapie.

Bron(nen):