zondag, 23 februari 2020

Slechts zes op de tien vrouwen laten uitstrijkje maken

Slechts zes op de tien vrouwen in Nederland laten na een oproep een uitstrijkje maken. Met een uitstrijkje kan baarmoederhalskanker worden opgespoord. Maar het aantal deelnemers aan het bevolkingsonderzoek steeg de afgelopen twee jaar niet.

Daarom roept Stichting Olijf tijdens de Europese Baarmoederhalskanker Preventieweek van 20 tot en met 26 januari vrouwen op mee te doen aan het bevolkingsonderzoek en dat uitstrijkje te laten maken.

Jaarlijks krijgen 800 vrouwen in Nederland de diagnose baarmoederhalskanker, blijkt uit cijfers van het RIVM. Zonder de vroege screening en vaccinatie van meisjes zou dit bijna het dubbele zijn.

Humaan Papilloma Virus

Baarmoederhalskanker wordt bijna altijd veroorzaakt door langdurige infectie met het Humaan Papilloma Virus (HPV), waar 80 procent van de vrouwen tijdens hun leven mee besmet raakt. Het virus wordt via seksueel contact overgedragen. Ook jongens kunnen het krijgen. Daarom worden die vanaf 2021 eveneens gevaccineerd. Meestal ruimt het lichaam het virus binnen twee jaar op, maar langdurige infectie verhoogt de kans op baarmoederhalskanker.

Tijdens het bevolkingsonderzoek krijgen vrouwen tussen de 30 en 60 jaar elke vijf jaar een uitnodiging om een uitstrijkje te maken, de laatste keer zo’n 800.000. Bij 35 vrouwen werd uiteindelijk baarmoederhalskanker gevonden en bij 5000 vrouwen werd een voorstadium geconstateerd. Naar schatting werden 325 sterfgevallen voorkomen. Sinds 2017 wordt het uitstrijkje eerst getest op de aanwezigheid van HPV. Pas als dat wordt gevonden wordt het uitstrijkje getest op afwijkende cellen.

Hoewel het aantal deelnemers in 2018 nagenoeg gelijk is gebleven aan dat van 2017, is de deelnamegraad nog altijd lager dan de jaren daarvoor. Met name vrouwen tussen de 35 en 50 jaar laten minder vaak een uitstrijkje maken. Volgens het RIVM kunnen veel meer gevallen worden opgespoord als meer vrouwen deelnemen.