dinsdag, 7 juli 2020

10 vragen over bloedonderzoek

Welke bloedtesten zijn nuttig?

Een bloeduitslag kan in het ene ziekenhuis anders zijn dan in het andere. Hoe kan dat? Marc Elisen, klinisch chemicus bij het Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis in Tilburg en voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie en Laboratoriumgeneeskunde (NVKC), geeft antwoord op deze en andere vragen over bloedonderzoek.

1. Wat kan bloedonderzoek zeggen over je gezondheid?

Ontzettend veel, want bijna alle stoffen die in het lichaam voorkomen, circuleren in het bloed. Marc Elisen: 'Een bloedvatenstelsel bij de mens kun je vergelijken met een huis waarbij gas, water, licht en riolering gecombineerd is tot één buis. Naast bloedcellen bevat bloed namelijk voedingsstoffen, brandstoffen, bouwstoffen en afvalproducten. Je kunt eraan zien hoe iemand leeft, of iemand een bepaalde ziekte heeft, risico loopt om een bepaalde ziekte te krijgen, of een behandeling of therapie werkt, en natuurlijk of iemand gezond is. Zo filteren de nieren bepaalde afvalstoffen uit het bloed naar de urine. Maar als de nieren het minder goed doen, blijven deze afvalstoffen achter in het bloed, zodat de resultaten van bloedonderzoek verhoogd zijn.'

2. Wat zijn de meest uitgevoerde bloedtesten?

De vijf waarden die het meest worden getest, zijn:

  • Kreatinine: hiermee wordt de nierfunctie beoordeeld.
  • CRP (C-reactief proteïne): met dit eiwit kan het verloop van een (acute) infectie of verwonding gevolgd worden.
  • Glucose: een verhoogde bloedsuikerspiegel kan wijzen op diabetes.
  • Hb: hemoglobine is verantwoordelijk voor het zuurstoftransport in het bloed en is verlaagd bij bloedarmoede, bijvoorbeeld door ijzertekort of een te laag vitamine B12-gehalte.
  • TSH: het hormoon dat de schildklier stimuleert en aangeeft of die te snel of te langzaam werkt.

3. Als je bij de huisarts of poli bloed laat prikken, waar gaat dat dan vervolgens naartoe?

De buisjes met afgenomen bloed gaan naar een laboratorium, vaak in een ziekenhuis. Een klinisch chemicus gaat na of de aangevraagde testen passen bij de klachten van een patiënt. Zal de bloeduitslag inderdaad helderheid geven? Of kun je beter (ook) wat anders laten testen? Eventueel wordt de aanvraag aangepast, na overleg met de arts. Als de meting gedaan is, interpreteert de klinisch chemicus de meetresultaten en geeft hij een diagnostisch advies. Op basis daarvan bepaalt de arts of een behandeling of doorverwijzing nodig is. De klinisch chemicus heeft overigens niet alleen verstand van het onderzoek van bloed, maar ook van ander lichaamsmateriaal.

4. Uitslagen kunnen per ziekenhuis verschillen. Hoe kan dat?

Niet alle ziekenhuizen gebruiken dezelfde analysemethoden. Belangrijk is daarom om een uitslag te vergelijken met de referentiewaarden die het laboratorium dat de test heeft uitgevoerd zelf hanteert. Een referentiewaarde geeft aan wanneer een bloeduitslag afwijkt en wanneer hij normaal is. Een goed overzicht van bloedtesten en veelgebruikte referentiewaarden is te vinden op deze website.

Het lastige is: laboratoria hanteren niet allemaal precies dezelfde referentiewaarden, ook al willen ze dat in de toekomst wel gaan doen. Je kunt dus de uitslag bij het ene lab niet altijd goed vergelijken met die van een ander lab. Om het nog ingewikkelder te maken: veel referentiewaarden zijn afhankelijk van leeftijd en geslacht. Ook hormonen of een zwangerschap kunnen van invloed zijn. Net als voedingspatroon, medicijngebruik en of een test is gedaan bij iemand die ‘nuchter’ was. 'Belangrijk is of iemand klachten heeft', relativeert Elisen. 'Je moet je niet blindstaren op een cijfertje.'

5. Een lezer had een paar jaar geleden een bloedsuikerwaarde van 7, nu ineens 53. Toch is hij goed, volgens de arts. Hoe kan dat?

Als je wilt weten of je bloedsuikerspiegel de afgelopen maanden niet te hoog is geweest, kun je het Hb1Ac laten testen in je bloed. Een paar jaar geleden werd de Hb1Ac nog in procenten uitgedrukt. Een waarde van 7% was toen ‘normaal’. Nu is het in mmol/mol en is 53 mmol/mol normaal. De eenheid van je uitslag is dus ook belangrijke informatie bij de bloeduitslag. Soms ontstaat er verwarring over eenheden, doordat twee verschillende labs analyses hebben uitgevoerd uitgedrukt in verschillende eenheden en die uitslagen beide in het medisch dossier komen. Goed opletten dus.

6. Hoelang is een uitslag ‘geldig’?

Dat ligt aan wat gemeten is. Elke stof heeft een eigen levensduur in het lichaam en de verschillen in afbraaktijd van stoffen in het lichaam zijn groot. Een meting van HbA1c bijvoorbeeld is wekenlang informatief. Maar CRP (C-reactief proteïne), een eiwit dat wijst op ontsteking, vlamt heel snel op en wordt ook snel afgebroken door het lichaam; je kunt dit na enkele dagen opnieuw meten. Dat geldt ook voor markers voor een hartinfarct, zoals troponine. Hier meet je al binnen een paar uur verschillen. Dat maakt deze onderzoeken geschikt voor het aantonen of juist uitsluiten van een acuut hartinfarct. Resultaten uit DNA-onderzoek blijven daarentegen levenslang geldig. En ook iemands bloedgroep verandert in principe niet.

7. Wat gebeurt er als een lab per ongeluk een afwijkende waarde ontdekt die niet was aangevraagd, een zogeheten ‘toevalsbevinding’?

'We gaan heel zorgvuldig om met afgenomen bloed en doen geen onderzoeken waarvoor geen indicatie is', benadrukt Elisen. Toch kan bloedonderzoek onverwachte bevindingen opleveren. 'Zo kunnen er afwijkende cellen aanwezig blijken die wijzen op kanker, terwijl zowel de patiënt als de arts eigenlijk dacht aan iets anders, zoals een ontsteking. We ondernemen dan natuurlijk meteen actie richting aanvragend arts.'

8. Welke bloedtesten zijn niet nuttig?

'We zijn in Nederland altijd heel voorzichtig met testen', zegt Marc Elisen. 'Belangrijk is dat je patiënten niet ongerust maakt met onnodige tests. Anderzijds wil je ook voorkomen dat je zaken over het hoofd ziet doordat je te weinig test. Dat is een delicate balans waar wij als klinisch chemici dagelijks mee omgaan. Onderzoeken zijn belastend en kosten geld.' Het meten van vitamineniveaus kan volgens Elisen nuttig zijn om te weten of je iets extra’s moet slikken. 'Maar wie vervolgens een supplement gebruikt, hoeft het daarna niet opnieuw te meten. En om te weten dat je in Nederland als 50-plusser vitamine D moet slikken – zeker in de winter – hoef je het niveau niet eerst te meten.'

Niet nuttig is een test vaak herhalen terwijl je weet dat waarden tussentijds niet of nauwelijks veranderen, omdat de tijd tussen de metingen daarvoor te kort is. Hetzelfde geldt voor het doen van testen zonder bijzondere reden. 'Tegelijk is geruststellen ook een belangrijke reden voor diagnostiek. De geruststellende waarde die normale uitslagen voor een patiënt hebben, wordt door aanvragers en behandelaars vaak zwaar onderschat', benadrukt Elisen.

9. Kun je je bloed laten controleren op kanker?

'Als je weet welk type kanker iemand heeft en welke behandeling je moet volgen, geven tumormarkers waardevolle informatie of een behandeling aanslaat', zegt Elisen. 'Maar het zonder gerichte verdenking meten van tumormarkers, ofwel tumormerkstoffen, bij mensen met vage klachten is niet zinvol omdat het leidt tot onnodige onzekerheid bij patiënten.'

10. Kun je bloedonderzoek zelf laten doen, zonder voorschrift van een arts?

'Als je bijvoorbeeld veel hart- en vaatziekten in de familie hebt en je daarover zorgen maakt, kun je ook zelf besluiten om bloedonderzoek te laten doen', zegt Elisen. 'Mensen kopen soms een zelftest bij een drogist, of ze bestellen een test via internet. Als je dat doet via internet: let dan wel op dat de aanbieder ISO-geaccrediteerd is. Maar mensen vergeten weleens dat zij voor dit soort onderzoeken ook direct naar een ziekenhuislaboratorium kunnen. Voordeel is dat je dan dezelfde kwaliteit en adviezen krijgt als de huisarts, maar dan direct van ons. Je wordt geprikt door iemand met ervaring. Dat scheelt onzekerheid of je dit zelf wel goed gedaan hebt. Wie niet verwezen is door een arts, moet een test echter doorgaans wel zelf betalen.'

Op de website van de Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie staat betrouwbare informatie over veel bloedtesten.

Dit artikel verscheen eerder in Plus Magazine februari 2020. Abonnee worden van het blad? Dat doet u in een handomdraai!

Bron(nen):