zaterdag, 14 december 2019

Bijwerkingen? Slik ze niet!

Geneesmiddelen met de meeste bijwerkingen

Wist je dat veel bijwerkingen van medicijnen te vermijden zijn? Hoe? Dat lees je in dit overzicht.

Een bijwerking is een effect van een geneesmiddel dat niet de bedoeling is, zoals maagpijn of duizeligheid. Medicijnen zonder bijwerkingen bestaan helaas niet. Sommige bijwerkingen zijn gevaarlijk: jaarlijks belanden er 36.000 mensen door in het ziekenhuis. Bij zo’n 7200 mensen was dat niet nodig geweest als de arts iets anders had voorgeschreven of ook beschermende medicatie had gegeven. Bij ouderen is 6 procent van de acute opnamen het gevolg van een bijwerking.

Dit zijn de zes aandoeningen én de geneesmiddelen met de meeste bijwerkingen bij 50-plussers in 2013:

Diabetes: metformine

Het spijsverteringsstelsel kan niet goed tegen dit middel. Het kan zorgen voor maag-darmklachten als misselijkheid, braken, diarree, buikpijn en verlies van eetlust.

Wat te doen? Neem de tabletten bij de maaltijd in. Vaak gaan de bijwerkingen na een paar weken over. Hou je er veel last van, vraag dan aan je arts of je met een lagere dosis kunt beginnen en die langzaam mag verhogen, zodat je maag eraan kan wennen. Helpt dat niet, vraag dan of er een ander middel is.

Hart- en vaataandoeningen: carbasalaatcalcium

Dit antistollingsmiddel maakt de slijmlaag op de maagwand dunner en het irriteert de maagwand. Mogelijke bijwerkingen zijn maagirritatie, buikpijn, misselijkheid, braken, een vol gevoel, gebrek aan eetlust, boeren en zuurbranden. De bijwerkingen kunnen ook optreden als je het middel als zetpil gebruikt. Het medicijn komt dan namelijk via de bloedbaan bij de maagwand terecht.

Wat kun je eraan doen? Neem de medicijnen in met wat voedsel en een glas water of melk. Gebruik geen alcohol of andere voedingsmiddelen die de maag irriteren, zoals scherpe kruiden. Helpt dit onvoldoende, vraag de dokter dan om maagbeschermende medicatie. Bent je ouder dan 65? Dan is het risico op een maagbloeding groter, dus vraag altijd om maagbeschermende medicijnen. Ook daarvan kun je een onbehaaglijk gevoel in je maag krijgen. Daar is niets aan te doen.

Pijn: diclofenac

Dit middel maakt de slijmlaag op de maagwand dunner en het irriteert de maagwand. Ook als van zetpillen kun je last krijgen. Het komt dan via het bloed bij de maagwand terecht.

Wat helpt? Neem het in met wat voedsel en een glas water of melk. Gebruik geen alcohol of andere voedingsmiddelen die de maag irriteren (scherpe kruiden).

Diclofenac is een ontstekingsremmende pijnstiller, oftewel een NSAID. Heb je een maagzweer gehad, of ben je ouder dan 70, dan hoor je als NSAID-gebruiker van de arts een maagbeschermend middel te krijgen. Dit is ook nodig als je ouder dan 60 bent en langdurig een hoge dosis NSAID’s (bijvoorbeeld de maximale dagdosering) slikt, of als je ook een ander geneesmiddel gebruikt dat het risico op maagbloedingen vergroot (zoals orale antistollingsmiddelen of het plasmiddel spironolacton).

Vaak gaan de klachten na verloop van tijd over. Helpt een maagbeschermer onvoldoende, bespreek dan met je arts of je een andere pijnstiller kunt proberen.

Bacteriële infectie: amoxicilline

Dit antibioticum zorgt vaak voor diarree, omdat het niet alleen ziekteverwekkers maar ook veel gezonde bacteriën in de darmen dood.

Amoxicilline wordt meestal kortdurend gebruikt, daarna gaat de diarree weer over. Zorg dat je voldoende vocht, zout en suiker binnen krijgt, bijvoorbeeld door ORS-vloeistof te drinken. Er zijn aanwijzingen dat probiotica helpen tegen de antibiotica-diarree. Neem contact op met de dokter als de diarree heel erg wordt, en stop niet op eigen houtje met de antibioticakuur.

Vocht vasthouden: furosemide

Wie furosemide slikt, plast meer. Hierdoor kun je uitgedroogd raken. Met de urine verliest je niet alleen vocht, maar ook zouten die je lichaam nodig heeft, zoals kalium. Je kunt dan een kaliumtekort krijgen.

Bijwerkingen: hoofdpijn, droge mond, dorst en droge ogen, spierzwakte, kramp of spierpijn, anorexie of obstipatie.

Begin in overleg met je arts met een lage dosering en voer die langzaam op. Neem 2 liter vocht per dag in, dat is inclusief het fruit en de groente die je eet. Drink ook als je geen dorst hebt. Kies voor kaliumrijke voeding als je dit middel langdurig gebruikt (veel aardappelen, bananen, tomaten, vruchtensappen, gedroogde vruchten, bloemkool, spinazie). Eet niet te veel drop. Laat in overleg met de arts minstens een keer per zes maanden het kaliumgehalte van je bloed controleren.

Hoge bloeddruk: metoprolol en enalapril

Metoprolol is een bètablokker die zorgt dat het hart minder snel gaat kloppen en de bloeddruk lager wordt. Dit kan vermoeidheid en slaperigheid veroorzaken.

Wacht een paar dagen af. Vaak ontstaan de bijwerkingen nadat je met deze medicijnen begonnen bent, of nadat de dosis is verhoogd, en gaan ze snel weer over. Vraag aan de dokter of je een ander middel kunt proberen als je er veel last van houdt, bijvoorbeeld omdat je blijvend moe bent of te slaperig bent om auto te rijden.

Enalapril is een ACE-remmer. ACE-remmers zorgen ervoor dat het enzym dat de bloeddruk laat stijgen, geremd wordt. Maar ACE zorgt ook voor de afbraak van het vaatverwijdende eiwit bradykinine. Wordt het ACE geremd, dan wordt bradykinine dus niet meer goed afgebroken. En bradykinine veroorzaakt hoest. Vraag aan je arts of je een ander middel tegen hoge bloeddruk kunt proberen als de gebruikelijke middelen tegen kriebelhoest niet helpen.

Bron(nen):