zaterdag, 14 december 2019

Longembolie: verstopping in de longen

Afgesloten bloedvat veroorzaakt benauwdheid

Heb je een wondje, dan is het nuttig dat je bloed stolt. Soms gaat er iets mis in de bloedstolling. Dat kan gevaarlijke gevolgen hebben, zoals een longembolie. Wat is dit precies en hoe herken je een longembolie?

Bloedstolling is een belangrijk, maar ingewikkeld proces. In het bloed zitten bloedplaatjes en stollingseiwitten. Deze komen in actie als er een lek in de wand van een bloedvat ontstaat. Ze vormen een bloedprop die het lek dicht. Is het bloedvat herstelt, dan ruimt je lichaam dat stolsel weer op. Ook als je geen wondjes hebt, zweven er stolseltjes door je bloed. Je lijf werkt ze telkens weg.

Soms ontstaat er een overbodig stolseltje dat niet goed wordt opgeruimd, een trombus. Zo’n bloedprop komt vaak voor in het onderbeen. Het kan daar een ader afsluiten, waardoor het bloed niet meer terug kan stromen in de richting van het hart. Het been zwelt dan op, ziet er rood en glanzend uit en gaat zeer doen. Dat heet een trombosebeen.

Er kan vervolgens een stukje stolsel loslaten. Komt dat bloedpropje in de longen terecht en sluit het daar een bloedvat af, dan is er sprake van een longembolie. Een longembolie ontstaat in zeldzame gevallen doordat vet, een luchtbel of een tumor een bloedvat in de longen afsluit.

Symptomen longembolie

Door het propje krijgt een deel van je longen geen bloed en dus ook geen zuurstof meer aangevoerd. Dit kan voor de volgende klachten zorgen:

  • Kortademigheid.
  • Een snelle, oppervlakkige ademhaling.
  • Pijn bij (diep) ademhalen.
  • Pijn op de borst.
  • Slijm met wat bloed ophoesten.
  • Hartkloppingen.
  • Transpireren.
  • Een licht gevoel in het hoofd.
  • Tweederde van de patiënten met een longembolie heeft ook een trombosebeen.

Niet iedereen merkt iets van een longembolie. Sommige mensen hebben wel in de gaten dat ze trombose in het been hebben. Bij onderzoek kan dan blijken dat er ook stolseltjes in de longen zitten die geen klachten geven.

Verhoogd risico

Een gezonde leefstijl verkleint het risico op het krijgen van een longembolie. Dat wil zeggen voldoende bewegen, niet roken, een gezond BMI en gevarieerd eten. Beweeg je te weinig, rook je of kamp je met overgewicht, een verhoogd cholesterol of een te hoge bloeddruk dan loop je meer risico. Lang stilzitten – bijvoorbeeld tijdens een vliegreis, omdat je been in het gips zit of na een operatie – verhoogt bovendien de kans op het ontstaan van een trombus.

Een longembolie komt ook vaker voor bij ouderen, (zwangere) vrouwen en mensen met andere ziekten zoals long- en hartziekten, diabetes, bepaalde soorten kanker en patiënten die eerder een beroerte of hartinfarct hebben doorgemaakt. Middelen met oestrogeen, zoals de anticonceptiepil, verhogen het risico een klein beetje. Daarnaast spelen erfelijke factoren een rol. 

Behandeling bij longembolie

Vermoed je dat je een trombosebeen en/of een longembolie hebt, dan is het altijd verstandig om direct naar de huisarts te gaan. Deze schat in hoe groot de kans is dat je inderdaad een longembolie hebt. Bij een grote kans, moet je meteen naar het ziekenhuis. Bij een kleine kans moet bloedonderzoek uitwijzen hoeveel D-dimeer er in je bloed zit. Een verhoogd gehalte van deze stof in het bloed wijst namelijk op een groot risico op een longembolie.

Bij een longembolie krijg je bloedverdunners oftewel antistollingsmiddelen. Deze stoppen de stolselvorming, zodat de trombus niet groter groeit en er geen nieuwe bloedproppen ontstaan. Meestal krijg je eerst via een infuus of injectie heparine, een antistollingsmiddel dat direct werkt. Daarnaast en/of daarna krijg je tabletten met andere bloedverdunners. Deze voorkomen de vorming van nieuwe stolsels.

De trombosedienst controleert regelmatig hoeveel bloedverdunners je precies moet innemen. Hoe lang je deze bloedverdunners nodig hebt, hangt af van hoe ernstig je longembolie was. Dit kan variëren van een paar maanden tot de rest van je leven.

Herstel

Meestal herstel je volledig. Als er een gedeelte van je longen beschadigd is, kan je conditie wel achteruitgaan. In zeldzame gevallen raakt er een groot bloedvat in de longen beschadigd, wat tot hartfalen kan leiden.

Heb je eenmaal een longembolie gehad, dan is de kans dat je nog een keer een longembolie of een trombosebeen zult krijgen iets groter.
 

Bron(nen):