zondag, 25 oktober 2020

5 vragen over geheugen beantwoord

‘Hoe heet dat ook alweer?’

Het geheugen laat je soms in de steek naarmate je ouder wordt. Lezers vragen zich af hoe dat komt. Dr. Jeanette Dijkstra, klinisch neuropsycholoog, geeft antwoord.

1. Niet op namen kunnen komen, is dat beginnende dementie?

Dit is geen vorm van beginnende dementie, maar een goed voorbeeld van normale ouderdomsvergeetachtigheid. Als we ouder worden, gaat het tempo waarin we denken omlaag en wordt het geheugen minder efficiënt. Dit gebeurt al vanaf ongeveer het dertigste levensjaar. Rond het vijftigste levensjaar beginnen veel mensen dit echt te merken in hun dagelijks functioneren.

Niet meer goed op namen en woorden kunnen komen, is de meest voorkomende klacht met het ouder worden. Op nummer twee staat de ‘wat kwam ik hier ook alweer doen?’-momenten: je weet dan niet meer waarom je van de keuken naar de badkamer liep, bijvoorbeeld.

2. Klopt het dat het actief bezig zijn met muziek nog beter is voor het geheugen dan allerlei puzzels maken?

Nee, dat klopt niet. Mentaal actief zijn is goed, maar het maakt niet uit wat je precies doet. Het is vooral belangrijk dat je er plezier aan beleeft. Als je iets met tegenzin doet, zal het eerder averechts werken. Dat kost meer energie dan het oplevert. Activiteiten waar je plezier aan beleeft, geven je energie en houden de hersenen actief. Om je geheugen gezond te houden, is het overigens belangrijk om fysiek actief te blijven, dus te blijven bewegen.

3. Mijn moeder heeft dementie. Kan ik mijn kans op dementie verkleinen door gezond te eten?

Om met het laatste te beginnen: dementie is voor een heel klein deel erfelijk. Vroege vormen van dementie (voor het 65ste levensjaar) zijn deels wel erfelijk. Op oudere leeftijd speelt erfelijkheid een veel kleinere rol.

Of je dement zult worden of niet, heeft vooral met je leeftijd te maken. Hoe ouder je bent, hoe groter het risico. 10 procent van de mensen boven de 65 jaar heeft de ziekte van Alzheimer (de meest voorkomende oorzaak van dementie), boven de 85 jaar is dit één op de drie.

Er zijn steeds meer aanwijzingen dat roken, te veel eten en te weinig lichaamsbeweging de kans op dementie vergroten, net zoals de kans op hart- en vaatziekten. Ook wordt er veel onderzoek gedaan naar speciale voedingsmiddelen die de kans op dementie mogelijk verminderen.

Voedingsmiddelen die in dit kader vaak genoemd worden, zijn foliumzuur (in spruitjes, broccoli, sperziebonen, spinazie en volkorenproducten), onverzadigde vetzuren (vette vis, zoals haring, zalm en makreel), vitamine E, antioxidanten (vitamine A en C en alfa-liponzuur), ontstekingsremmers en rode wijn. Helaas is er op dit moment geen enkel bewijs dat deze voeding je beschermt tegen dementie.

Een mediterraan dieet verkleint de kans op dementie, het is alleen niet duidelijk door welke voedingsstof dit komt. Misschien komt het door het positieve effect op hart en bloedvaten of indirect door een positief effect op bijvoorbeeld bloeddruk en suikerziekte.

4. Heeft de chemo mijn geheugen beschadigd?

Ja, dit zou kunnen. Het is bekend dat chemotherapie tot geheugenklachten kan leiden. Uit onderzoek waarin de hersenfuncties worden getest, blijkt dat vooral de aandacht achteruitgaat, maar mensen zelf zeggen ook last te hebben van geheugenklachten.

Een voorwaarde om iets te kunnen onthouden, is dat je voldoende geconcentreerd bent en je aandacht erbij hebt. Als dat niet het geval is (bijvoorbeeld als je na een nacht slapen moe bent), dan lukt dat minder goed en wordt informatie niet goed opgeslagen. Het lijkt dan alsof je iets vergeten bent, maar feitelijk heb je het niet goed opgeslagen doordat je minder aandachtig en geconcentreerd was.

Probeer niet te veel bezig te zijn met het idee dat een chemobehandeling blijvend schade aan het brein veroorzaakt, dat hoeft helemaal niet zo te zijn. Juist door die angst of spanning kan het brein minder goed werken.

5. Hoe kan het dat mijn kortetermijngeheugen superslecht is en mijn langetermijngeheugen supergoed? Kan dat door herseninfarcten komen?

Van het geheugen weten we dat wat je het eerst hebt geleerd het langst aanwezig blijft. Het kortetermijngeheugen gaat het snelst achteruit. Een van de symptomen bij beginnende dementie is dat mensen liever over dingen uit het verleden spreken omdat ze dat nog goed weten. Wat ze vorige week of gisteren gedaan hebben, is veel lastiger te herinneren en soms weten ze het helemaal niet meer.

Dit heeft te maken met het deel van de hersenen dat verantwoordelijk is voor de opslag van nieuwe informatie (de hippocampus). Bij de ziekte van Alzheimer is onder andere dit gebiedje beschadigd. Waarschijnlijk is er sprake van normale ouderdomsvergeetachtigheid omdat herinneringen later weer terugkomen. Dat is het grote verschil met dementie. Bij dementie komt informatie ook met hulp (geven van hints) of in een ¬later stadium niet terug. Het is bijvoorbeeld heel normaal als je de dag na een verjaardag niet in detail kunt vertellen wat er allemaal besproken is, maar het is niet normaal als je niet weet dat je naar een verjaardag bent geweest.

Misschien probeer je te hard om recente informatie terug te halen. Omdat je op het geheugen let, kan het zijn dat je daar angstig of gespannen van wordt. Daardoor blokkeert het geheugen op dat moment. In een meer ontspannen toestand (een week later) komt het opeens weer terug (maar dan heb je het vaak niet nodig). De twee herseninfarcten wijzen echter op een kwetsbaar brein. Mogelijk zijn er toch bloedvaten beschadigd, en dat kan ook een verklaring zijn.
 

Bron(nen):