zondag, 26 september 2021

Alzheimer: meest voorkomende vorm van dementie

Geheugenverlies en spraakstoornissen

Alzheimer is de meest voorkomende vorm van dementie. De belangrijkste symptomen zijn geheugenverlies, spraakstoornissen, problemen met planning en het uitvoeren van taken en het steeds slechter herkennen van mensen en voorwerpen. Wat zijn de risicofactoren en welke mogelijkheden voor behandeling en begeleiding zijn er?

Wat is Alzheimer?

De ziekte van Alzheimer veroorzaakt ongeveer zeventig procent van alle gevallen van dementie. De ziekte is vernoemd naar een Duitse psychiater Alois Alzheimer. In het begin van de twintigste eeuw beschreef hij mensen met dementie en deed hij onderzoek naar de oorzaak van hun symptomen.

Bij dementie gaan de hersencellen en de verbindingen tussen de hersencellen kapot, waardoor de hersenen steeds minder goed werken. Hierdoor ontstaan onder andere problemen met het geheugen en gedrag en kan de persoonlijkheid veranderen. Vaak merken mensen in de omgeving als eerste dat er iets niet klopt, ook omdat mensen met beginnende dementie de symptomen vaak proberen te verbergen. Uiteindelijk wordt de persoon met Alzheimer volledig afhankelijk van andere mensen.

 

Oorzaken

De precieze oorzaak voor de ziekte van Alzheimer is nog niet bekend. Wel is bekend dat bij patiënten het eiwit beta-amyloïd niet goed wordt afgebroken in de hersencellen, waardoor dit eiwit zich ophoopt en er plaques ontstaan. Hierdoor gaan de hersencellen en de verbindingen tussen de hersencellen kapot.

Symptomen

Bij Alzheimer nemen de symptomen toe. Bij de ene persoon gaat dit sneller dan bij de andere. In het begin zijn de klachten meestal subtiel en vaak is het de partner of een andere naaste die als eerste merkt dat er iets mis is.

De belangrijkste symptomen van Alzheimer zijn:

  • Vergeetachtigheid: je kunt nieuwe informatie steeds slechter onthouden en uiteindelijk verlies je ook de kennis en herinneringen uit het verleden.
  • Taal- en spraakstoornissen: het wordt steeds moeilijker om woorden te vinden en te begrijpen.
  • Moeite hebben met het plannen en uitvoeren van dagelijkse dingen, zoals aankleden of een maaltijd bereiden. Ook spullen kwijtraken en ze op onlogische plekken opbergen komt veel voor. Dit kan komen omdat je voorwerpen niet meer herkent en niet meer weet waar ze voor zijn.
  • Moeite met het inschatten van situaties en keuzes maken.
  • Oriëntatieproblemen, zoals het slechter herkennen van de omgeving, waardoor je steeds verdwaalt. Ook hebben patiënten vaak een verstoorde beleving van tijd, bijvoorbeeld problemen met klokkijken of niet meer weten welke dag of jaar het is.
  • Veranderingen in de persoonlijkheid, bijvoorbeeld onrustig, achterdochtig, agressief of juist lusteloos en onverschillig worden. Iemand met Alzheimer kan zich ook terugtrekken en minder sociale activiteiten willen ondernemen.
  • Depressie en andere stemmingsveranderingen.
  • Niet goed kunnen zien, zoals problemen hebben met het inschatten van afstanden.
  • Lichamelijke klachten zijn bijvoorbeeld moeite met lopen en gewichtsverlies zonder duidelijke oorzaak.

Nemen de symptomen van dementie ineens snel toe? Neem dan contact op met je huisarts. Vaak is er een oorzaak die goed behandeld kan worden, zoals een infectie. Ook door ingrijpende veranderingen als een verhuizing of het overlijden van een naaste kunnen de klachten plotseling erger worden.

Hoe wordt de diagnose gesteld?

Denk je dat jij of je partner Alzheimer zou kunnen hebben? Ga dan naar je huisarts. Het kan verstandig zijn om je partner of een andere naaste mee te nemen om jouw eigen verhaal aan te vullen. De huisarts stelt een aantal vragen, deels aan de hand van vragenlijsten, en doet eventueel lichamelijk onderzoek als daar reden voor is. Vaak zal je arts extra onderzoek laten doen, zoals bloedonderzoek, om andere oorzaken voor de klachten uit te sluiten. Als de huisarts twijfelt over de diagnose of denkt dat er meer onderzoek nodig is, verwijst hij/zij je naar een neuroloog (zenuwarts). De neuroloog kan eventueel extra onderzoek laten doen, zoals een MRI-scan en/of psychologisch onderzoek. De huisarts of neuroloog stelt de diagnose Alzheimer op basis van de combinatie van klachten. Er is geen bloedtest of scan waarmee de diagnose definitief gesteld kan worden.

Risicofactoren

De belangrijkste risicofactor voor Alzheimer is leeftijd. Ongeveer twintig procent van alle mensen krijgt dementie. Bij mensen boven de negentig jaar is dit veertig procent.

Andere factoren die het risico op Alzheimer verhogen zijn:

  • Geslacht: vrouwen hebben een hoger risico dan mannen.
  • Ongezonde leefstijl, zoals roken, weinig bewegen en te weinig sociale en mentale activiteiten.
  • Overgewicht.
  • Aandoeningen als de ziekte van Parkinson, depressie, hoge bloeddruk, suikerziekte (diabetes mellitus) en een verhoogd cholesterolgehalte.
  • Erfelijke factoren kunnen een rol spelen bij mensen die voor hun 65e dementie krijgen.

Behandeling

Er is nog geen behandeling waarmee de ziekte van Alzheimer genezen kan worden. Wel zijn er medicijnen die kunnen helpen om het verergeren van de symptomen te vertragen. Dit zijn rivastigmine, galantamine en denepezil wanneer de ziekte nog niet te ver gevorderd is. Voor matige tot ernstige vormen van Alzheimer kan je arts memantine voorschrijven. Al deze medicijnen hebben bijwerkingen, die je goed moet afwegen tegenover de mogelijke voordelen.

Wanneer je last hebt van onrust, pijn of slaapproblemen kan je huisarts daar andere medicijnen voor voorschrijven. Ook kun je hulp krijgen van andere zorgverleners, zoals een ergotherapeut, logopedist of psycholoog. Een casemanager of zorgcoördinator kan helpen om de zorg te coördineren.

Prognose

De ziekte van Alzheimer is met de huidige behandelingen niet te genezen. De klachten nemen toe en je wordt steeds verder afhankelijk van anderen voor je dagelijkse verzorging en activiteiten. Uiteindelijk raken mensen met dementie steeds verder verzwakt. Patiënten overlijden vaak aan een infectie of doordat ze niet meer kunnen slikken.

Het is niet goed te voorspellen hoe snel de symptomen zullen toenemen. Soms gaat dit heel snel, terwijl andere mensen jarenlang zelfstandig kunnen blijven functioneren. Het is daarom belangrijk om zo vroeg mogelijk met je naasten en je huisarts te praten over de zorg die je rondom het levenseinde zou willen. Wil je zo lang mogelijk behandeld worden, ook als je een infectie oploopt waaraan je kan overlijden? Zou je euthanasie willen of juist niet? Mensen met een vergevorderde dementie kunnen vaak niet meer zelf aangeven wat ze willen. Bespreek deze moeilijke onderwerpen daarom van tevoren en leg je wensen schriftelijk vast.