zaterdag, 19 oktober 2019

Zo werken de hersenen

Overdracht tussen zenuwcellen

Het gemiddelde gewicht van de menselijke hersenen is 1330 gram. Dit gewicht zegt echter niets over intelligentie of over andere psychische factoren. Wel zijn onze hersenen continu aan het werk om ons goed te laten functioneren. Maar hoe doen ze dat eigenlijk?

De hersenen, het ruggenmerg en de zenuwen vormen samen het zenuwstelsel. Deze zenuwen zijn over het hele lichaam verspreid zodat de hersenen altijd weten wat er zich binnen en buiten ons lichaam afspeelt. Vervolgens verwerken de hersenen de informatie van de zenuwen tot nuttige (lichamelijke) reacties.

Centrale zenuwstelsel

Het centrale zenuwstelsel bestaat uit de hersenen en het ruggenmerg. De hersenen bestaan naar schatting uit honderd miljard zenuwcellen(neuronen), die onderling elektrische signalen uitwisselen. Elke zenuwcel heeft een eigen taak. Dit kan variëren van het aansturen van spieren tot het opslaan van herinneringen. Het rondsturen van chemische en elektrische signalen in de hersenen maakt het mogelijk dat we kunnen denken, spreken en dingen onthouden.

Perifere zenuwstelsel

Naast het centrale zenuwstelsel, kent ons lichaam ook het perifere zenuwstelsel. Dit stelsel vormt de verbinding tussen het centrale zenuwstelsel en de organen en weefsels. Het perifere zenuwstelsel bestaat weer uit twee onderdelen: het autonome en het somatische zenuwstelsel.

Het autonome zenuwstelsel reguleert een groot aantal onbewust plaatsvindende lichaamsfuncties zoals de hartslag, ademhaling en stofwisseling. Met het somatische deel van het perifere zenuwstelsel kunnen we bewust waarnemen en controle uitoefenen over de spieren.

Overdracht

Een zenuwcel bestaat uit een cellichaam met meerdere korte uitlopers en een lange uitloper. De korte uitlopers zijn dendrieten en de lange uitloper is een axon. Via deze uitlopers communiceren de zenuwcellen met elkaar. De lange axonen geleiden elektrische signalen van de zenuwcel af. Een bundel axonen noemen we een zenuw. De dendrieten vangen signalen op en geleiden die juist naar de zenuwcel toe.

Tussen axonen en dendrieten worden de signalen overgedragen. De contactzone tussen de twee wordt een synaps genoemd. Wanneer een signaal wordt overgebracht komen er transmittermoleculen (chemische stoffen) vrij. Deze overbruggen de spleet tussen de cellen. Zo verplaatst het signaal zich van de ene zenuwcel naar de andere.

De hersenen bestaan uit witte stof en grijze stof. De grijze stof bestaat uit de cellichamen van zenuwcellen. De witte stof bevat de axonen. Deze axonen zijn omwikkeld door een wittige isolerende substantie bestaande uit vetten en eiwitten, vandaar de naam witte stof.

Naast zenuwcellen bevatten de hersenen ook gliacellen. Deze cellen verzorgen de zenuwcellen. Ze ruimen onder andere afgestorven zenuwcellen op, zorgen voor de stevigheid van de hersenen, bestrijden infecties en reguleren de transmittermoleculen rond de synapsen.

Thalamus

Binnen de hersenen is er een soort centraal punt voor binnenkomende en uitgaande zenuwsignalen: de thalamus. De thalamus speelt een belangrijke rol bij de selectie van prikkels die doorgegeven moeten worden aan de verschillende onderdelen van de hersenschors. Dit maakt dat de thalamus ook wel wordt aangeduid als de 'poort naar de hersenschors'. Alle zintuiglijke informatie, behalve geur, gaat eerst door de thalamus.

Bron(nen):