zaterdag, 19 oktober 2019

Speekselklierkanker

Kwaadaardig gezwel in één of meer speekselklieren

Rond de mondholte zitten verschillende speekselklieren die samen voor de productie van speeksel zorgen. Speekselklierkanker is een vorm van hoofd-hals-kanker, waarbij er een kwaadaardig gezwel in één of meer speekselklieren groeit.

Rond de mondholte zitten verschillende speekselklieren die samen voor de productie van speeksel zorgen. De oorspeekselklieren (glandula parotidea) zijn het grootst (14-28 gram). Ze bevinden zich voor en onder beide oren. Het zijn de klieren die bij de bof gezwollen zijn. De uitvoergangen van deze klieren monden uit in de wang, ter hoogte van de kiezen in je bovenkaak.

De onderkaakspeekselklieren (glandula submandibularis)zijn kleiner (7-8 gram). Deze liggen onder de kaak, bij beide kaakhoeken. De uitvoergangen monden uit in de bodem van de mond, net naast het tongbandje achter de ondertanden.
De tongspeekselklieren (glandula sublingualis) zijn nog kleiner (3 gram). Ze liggen onder de tong, als richels aan weerszijde van het tongbandje en hebben hier vele uitvoergangetjes.

Naast deze zes grootste speekselklieren zijn er nog enkele honderden hele kleintjes (10 milligram per stuk): de glandula salivariae minores. Ze zijn verspreid onder de slijmvlieslaag die het gehemelte, de lip, de wang en de tong bedekt. Ieder kliertje heeft zijn uitvoergang.

Wat is speekselklierkanker?

Speekselklierkanker is een vorm van hoofd-hals-kanker waarbij er een kwaadaardig gezwel in één of meer speekselklieren groeit. Het is een zeer zeldzame aandoening. Circa 80 procent van de gezwellen die in deze orgaantjes ontstaan, is goedaardig. Speekselklierkanker komt vooral voor bij mensen boven de 40 jaar. Het treft evenveel mannen als vrouwen.

Iedere vorm van kanker begint wanneer het erfelijk materiaal van lichaamscellen zodanig beschadigd raakt dat deze cellen hun oorspronkelijke, nuttige functie verliezen en zich ongeremd gaan delen. Deze ontspoorde, woekerende cellen vormen kwaadaardige gezwellen. Wanneer dit in één of meer van de speekselklieren gebeurt, ontstaat speekselklierkanker. Kwaadaardige tumoren die hier groeien, heten carcinomen.

Groeiwijzen

Een ander kenmerk van kankercellen is dat zij omringende weefsels kunnen binnendringen en zich via nabijgelegen lymfeklieren en/of het bloed door het lichaam kunnen verspreiden om op andere plekken nieuwe tumoren te vormen. In het tweede geval spreken we van uitzaaiingen ofwel metastasen.

Omdat speekselklieren klein van omvang zijn en in nauw contact staan met hun omgeving, groeit speekselklierkanker vrij snel door naar omringend weefsel, zoals de huid, het kaakbot, het oorkanaal of zenuwen. Circa 30 procent van deze tumoren zaaien zich uit naar nabijgelegen lymfeklieren. Via de bloedbaan kan speekselklierkanker zich uitzaaien naar de longen, de lever en het skelet.

Cijfers

Drie op de 100.000 Nederlanders krijgen te maken met een gezwel in één of meer van de speekselklieren. Het gaat bijna altijd om een goedaardig gezwel. Bij slechts 0,7 van de 100.000 mensen is sprake van een kwaadaardige tumor.
Over het algemeen geldt dat de kans dat een speekselkliertumor kwaadaardig is, groeit naarmate de speekselklier waarin deze ontstaat kleiner is. De tongspeekselklier vormt de uitzondering op deze regel: bij 70 procent van de tongspeekselkliertumoren is sprake van kanker. Dit geldt voor 50 procent van alle onderkaakspeekselkliertumoren, 20 procent van de tumoren in de oorspeekselklieren en 80 procent van tumoren in de kleine speekselklieren.

Speekselklierkanker komt ongeveer even vaak bij mannen voor als bij vrouwen. De meeste patiënten zijn tussen de 30 en 60 jaar.

Oorzaken en risicofactoren

Het is nog niet duidelijk waardoor sommige mensen speekselklierkanker krijgen. Er zijn wel een aantal factoren bekend die het risico op deze ziekte vergroten:

  • Langdurige blootstelling aan asbest, cementstof, formaldehyde (ook wel 'spaanplaatgas') of nikkel.
  • Bestraling van het hoofd-, hals-, of borstgebied op jongere leeftijd. Bijvoorbeeld ter behandeling van kanker of tuberculose.
  • Blootstelling aan radioactieve straling in het verleden. We hebben het hier over de radioactieve stoffen die vrijkomen bij een zwaar kernongeval, zoals destijds in Tsjernobyl of meer recentelijk na de kernramp in Fukushima.

Soms wordt speekselklierkanker veroorzaakt door uitzaaiingen van huidkanker.

De symptomen van speekselklierkanker

Door een speekselkliertumor ontstaat er altijd een zwelling, die je in je wang, je gehemelte, voor/onder je oor of onder de kaak kunt voelen. Meestal is dit een goedaardige zwelling, die in de regel geen pijn doet en aanvoelt als rubber. Je kunt hem ook laten bewegen met je vingers. Goedaardige tumoren groeien bovendien heel langzaam.

Kwaadaardige tumoren groeien sneller en voelen stevig aan. Soms doen ze pijn. Andere symptomen die op speekselklierkanker kunnen duiden zijn:

  • Pijn in de onderkaak, mond of aan het oor.
  • Verlamming in het gezicht door uitval van de aangezichtszenuw. De aangezichtszenuw stuurt spieren aan in je gezicht die maken dat je kunt fronsen, je ogen kunt sluiten en je lippen kunt tuiten. Als deze zenuw door een tumor in de verdrukking komt, werken je gezichtsspieren niet meer. Hierdoor kan onder andere je mond scheef gaan hangen en je ene oog wijder dan de ander gaan staan.
  • Zwellingen in de hals (bij uitzaaiingen naar lymfeklieren)

De diagnose

Als je één of meer symptomen hebt die bij speekselklierkanker voorkomen, is het belangrijk om naar je huisarts te gaan. Hij zal je lichamelijk onderzoeken en je mogelijk doorverwijzen naar een keel-, neus- en oorarts (KNO-arts). Deze specialist kan met uitgebreider onderzoek vaststellen wat de oorzaak van je klachten is.

Het belangrijkste onderzoek om vast te stellen of een zwelling goedaardig of kwaadaardig is, is een biopsie. De arts neemt dan wat weefsel weg uit verdachte speekselklieren. Hij doet dit met een naald, via een klein sneetje (onder lokale verdoving) of tijdens een kijkoperatie (onder narcose). Het weefsel wordt onder de microscoop onderzocht op de aanwezigheid van kankercellen. Als deze gevonden worden, is aanvullend onderzoek nodig om het stadium van de ziekte te bepalen.

Het stadium geeft aan:

  • In welke speekselklier(en) de tumor zit en hoe groot deze is.
  • Of de tumor is doorgegroeid naar omringend weefsel en zo ja: hoever.
  • Of en waar elders in het lichaam uitzaaiingen zitten.

Gangbare onderzoeken bij de stadium-indeling van speekselklierkanker zijn onder andere:

  • Echo van de hals met cytologische punctie. Met een apparaat dat geluidsgolven uitzendt, brengt de arts lymfeklieren in de hals in beeld om afwijkingen hierin op te sporen. Met behulp van deze beelden kan hij met een dunne naald wat cellen uit een klier opzuigen. Dit laatste heet een cytologische punctie. De cellen worden in een laboratorium onderzocht om vast te stellen of er uitzaaiingen in de lymfeklieren zitten.
  • Röntgenfoto. Met röntgenstraling worden foto’s gemaakt van de binnenkant van het lichaam. De arts kan zo de locatie en grootte van (mogelijke) tumoren zien. Hij kan ook vaststellen of en waar de tumor zich heeft uitgezaaid. Zo kunnen er röntgenfoto’s gemaakt worden van het gebit en de kaak (orthopantomogram) of de longen (X-thorax).
  • MRI-scan. Een MRI-scan maakt met sterke magnetische velden en radiogolven driedimensionale beelden van het inwendige lichaam. Dit onderzoek geeft gedetailleerdere beelden dan röntgenfoto’s.

Op basis van alle onderzoeksresultaten kan de arts een behandelplan opstellen dat is afgestemd op de patiënt zijn persoonlijke situatie.

De behandeling

De behandeling van speekselklierkanker hangt ondermeer af van het stadium van de ziekte. Meestal bestaat de behandeling uit een operatie, waarbij de aangetaste speekselklier(en) en nabijgelegen lymfeklieren verwijderd worden. Soms is het nodig om de patiënt daarna te bestralen. Ioniserende straling vernietigt niet-zichtbare kankercellen die tijdens de operatie mogelijk zijn achtergebleven. Afhankelijk van het type kanker wordt de patiënt aanvullend behandeld met chemotherapie. Bij deze behandelvorm worden geneesmiddelen toegediend die kankercellen doden of de celdeling remmen.

Als speekselklierkanker niet meer te genezen is omdat de tumor zich te ver heeft uitgebreid en/ of uitgezaaid, kan de patiënt palliatief behandeld worden. Dit betekent dat ziekte zoveel mogelijk wordt afgeremd en/of de klachten worden verminderd. Hierbij kun je onder andere denken aan chemotherapie, bestraling en pijnbestrijding.

Vooruitzichten

Een groot deel van de patiënten met niet-uitgezaaide speekselklierkanker is te genezen. De driejaarsoverlevingskans van speekselklierkanker in stadium I is dan ook 100 procent. De vooruitzichten zijn minder rooskleurig als de ziekte zich naar andere plekken in het lichaam heeft uitgebreid: 50 procent van de patiënten met speekselklierkanker in stadium IV is na drie jaar nog in leven.

Bron(nen):