donderdag, 12 december 2019

Wat is baarmoederkanker?

Niet hetzelfde als baarmoederhalskanker

Baarmoederkanker en baarmoederhalskanker worden vaak in één adem genoemd. Het zijn echter verschillende aandoeningen. Wat is baarmoederkanker precies? Wat zijn de symptomen en hoe wordt het behandeld?

De baarmoeder lijkt op een omgekeerde peer. Het brede deel is het baarmoederlichaam. Dit gaat over in de baarmoederhals (cervix). Een deel hiervan steekt uit in de vagina. De binnenwand van de baarmoeder bestaat uit een slijmvlieslaag (het endometrium). Daaromheen ligt een spierlaag (het myometrium).

Wat is baarmoederkanker?

Bij baarmoederkanker groeit er een kwaadaardig gezwel in de baarmoeder (uterus).

De meeste cellen van ons lichaam kunnen zich delen. Dit is onder andere nodig voor groei en herstel. Er kan echter iets misgaan in het erfelijk materiaal van een cel, waardoor nieuw gevormde cellen hun oorspronkelijke functie verliezen en zich ongeremd gaan delen. Deze kwaadaardige cellen kunnen zo uitgroeien tot een gezwel. Als dit in je baarmoeder gebeurt, heb je baarmoederkanker.

Twee soorten

Negen van de tien keer ontstaat baarmoederkanker in het endometrium van het baarmoederlichaam. Deze vorm van baarmoederkanker wordt dan ook wel endometriumcarcinoom genoemd. Carcinoom is de medische naam voor kanker. Bij de resterende gevallen ontwikkelt de tumor zich in het bindweefsel of het spierweefsel van de baarmoeder. Dit type kanker heet baarmoeder,- of uterussarcoom.

Groeiwijzen en uitzaaiingen

Over het algemeen groeit baarmoederkanker langzaam. Vanuit het baarmoederslijmvlies kan de tumor zich uitbreiden naar het myometrium, de baarmoederhals en de eileiders.

Mettertijd kan de tumor doorgroeien naar omringend weefsel en organen. Hoe langer dit voortduurt, hoe groter de kans wordt dat kankercellen losraken en zich via het lymfestelsel en/of bloed door heel het lichaam verspreiden. Deze uitzaaiingen komen als eerste terecht in de lymfeklieren van de buik. In een later stadium kunnen er ook andere uitzaaiingen ontstaan, bijvoorbeeld in de lever, de longen of de botten.

Baarmoederkanker: niet hetzelfde als baarmoederhalskanker

Baarmoederkanker en baarmoederhalskanker worden vaak in één adem genoemd. Het zijn echter verschillende aandoeningen. Ten eerste ontstaat baarmoederhalskanker (cervixcarcinoom) meestal uit slijmvliescellen op de grens van de baarmoederhals en baarmoedermond (de opening van de baarmoederhals) in plaats van in het baarmoederlichaam. In tegenstelling tot baarmoederkanker wordt het meestal veroorzaakt door een chronische infectie met het Humaan Papilloma Virus (HPV). Ook de symptomen en behandelvormen zijn anders. Bovendien zijn de vooruitzichten bij baarmoederkanker veel gunstiger dan bij baarmoederhalskanker. Een uitstrijkje is een onderzoek naar baarmoederhalskanker.

Cijfers

Baarmoederkanker is de meest voorkomende vorm van kanker aan de vrouwelijke geslachtsorganen. Jaarlijks krijgen circa 1700 Nederlandse vrouwen deze diagnose. De ziekte ontstaat meestal na de overgang en komt voornamelijk voor bij vrouwen tussen de 55 en 80 jaar. Baarmoederkanker bij vrouwen jonger dan 40 jaar is zeldzaam.

Oorzaken en risicofactoren

Er is nog weinig bekend over het ontstaan van baarmoederkanker. Er zijn wel een aantal factoren die de kans op deze zieken blijken te vergroten, waaronder hormonale schommelingen. Wanneer er bijvoorbeeld langdurig veel oestrogeen in het bloed aanwezig is, kan dit baarmoederkanker veroorzaken. Dit is onder andere het geval bij vrouwen die:

  • Kinderloos zijn.
  • Laat (na 52 jaar) in de overgang komen.
  • Langdurig oestrogenen gebruiken (bijvoorbeeld tegen overgangsklachten).
  • Overgewicht hebben.
  • Een zeldzame tumor van de eierstokken hebben die oestrogeen aanmaakt.
  • Met het medicijn ‘Tamoxifen’ tegen borstkanker behandeld zijn.

Andere risicofactoren zijn diabetes en een verhoogde bloeddruk.

Net als de meeste vormen van kanker is baarmoederkanker niet erfelijk. De uitzondering betreft vrouwen met het zogenoemde ‘Lynch-syndroom’. Dit is een erfelijke aandoening die een verhoogd risico geeft op verschillende kankersoorten, waaronder baarmoederkanker, eierstokkanker, dikke darmkanker en maagkanker.

Wat zijn de symptomen?

Ongewoon vaginaal bloedverlies is het meest voorkomende symptoom van baarmoederkanker. Ook kan het andere klachten geven. Denk bijvoorbeeld aan:

  • Na de overgang: bloedingen of bruinige afscheiding. Dit kan verward worden met een plotseling teruggekeerde menstruatie, maar als je al meer dan een jaar niet gemenstrueerd hebt, is dit geen gewone ongesteldheid.
  • Voor de overgang: tussentijdse bloedingen of menstruatiestoornissen.
  • Buikpijn. Meestal treedt deze klacht pas in een later stadium van baarmoederkanker op.
  • Plasklachten.
  • Vermoeidheid.
  • Onverklaarbaar gewichtsverlies.

Naar de huisarts?

Als je last hebt van één of meer van de bovenstaande verschijnselen kan dat ook andere oorzaken hebben. Het is hoe dan ook een reden om de huisarts te raadplegen.

Het vaststellen van baarmoederkanker begint met een lichamelijk onderzoek door de huisarts. Soms zal hij je ook inwendig (vaginaal) onderzoeken. Als de huisarts denkt dat er mogelijk sprake is van baarmoederkanker word je doorverwezen naar de gynaecoloog, een specialist in ziekten van de vrouwelijke geslachtsorganen. Hier volgt nader onderzoek, zoals:

  • Speculumonderzoek, waarbij een speculum (‘eendenbek’) in de vagina wordt ingebracht. Met dit instrument kan de arts de baarmoedermond een stukje verder openen om deze beter te kunnen zien. Hij kan zo ook een uitstrijkje maken van het baarmoederslijmvlies.
  • Vaginale echografie. Bij dit onderzoek wordt een dun staafvormig apparaat dat geluidsgolven uitzendt, in de vagina ingebracht. Met behulp van de geluidsgolven worden de baarmoeder, maar ook de eierstokken op een scherm in beeld gebracht. Hierop kan de arts eventuele tumoren en/ of uitzaaiingen zien.
  • Curettage. Bij een curettage wordt weefsel uit de baarmoeder weggenomen. Dit wordt onder de microscoop onderzocht op kankercellen.
  • Röntgenonderzoek. Mogelijk wordt er een röntgenfoto gemaakt van de borstkas. Hiermee kunnen eventuele uitzaaiingen in de longen zichtbaar gemaakt worden. Een CT- scan van de buik brengt met behulp van röntgenstralen eventuele uitzaaiingen in dit gebied aan het licht.

Behandeling baarmoederkanker

De behandeling van baarmoederkanker kan gericht zijn op genezing of, wanneer dit niet meer mogelijk is, op het zover mogelijk terugdringen van de ziekte en/of het verminderen van de klachten. Dit laatste wordt palliatieve zorg genoemd. Er bestaan vier behandelvormen: een operatie, bestraling, hormonale therapie en chemotherapie.

Meestal begint de behandeling van baarmoederkanker met een operatie. Hoe uitgebreid deze is, hangt af van het stadium van de ziekte. Bij baarmoederkanker in het beginstadium wordt de baarmoeder verwijderd. Hoe verder de tumor zich heeft uitgebreid, hoe meer omringend weefsel weggehaald moet worden. Denk aan de eierstokken, het steunweefsel rondom de baarmoeder en nabije lymfeklieren.

Hierna volgt meestal bestraling (radiotherapie) om eventueel achterbleven kankercellen te vernietigen. Radiotherapie kan inwendig of uitwendig zijn. Bij inwendige bestraling plaatst de arts radioactief materiaal met enkele dunne, holle buisjes tijdelijk in het bovenste deel van de vagina. Het plaatsen van de buisjes gebeurt onder narcose of een verdoving door een ruggenprik. Bij uitwendige bestraling komt de straling uit een apparaat.

Bestraling zonder een operatie vooraf gebeurt alleen als genezing niet meer mogelijk is omdat de baarmoederkanker zich te ver heeft uitgebreid of de patiënt niet fit genoeg is voor deze ingreep.

Hormonale therapie is een palliatieve behandelvorm. Het wordt toegepast wanneer de tumor al is uitgezaaid. Bij hormonale therapie krijgt de patiënt het vrouwelijk hormoon progesteron toegediend. Hiermee kan de woekering van kankercellen (tijdelijk) stopgezet worden.

Ook chemotherapie is alleen bedoeld om baarmoederkanker te remmen of de klachten te verminderen. Chemotherapie wordt ingezet als de ziekte vergevorderd is, waardoor genezing niet meer mogelijk is. Bij chemotherapie krijg je medicijnen (cytostatica) toegediend die cellen doden of de celdeling remmen.

Prognose

De vooruitzichten bij baarmoederkanker zijn in vergelijking tot andere kankervormen erg gunstig. Dit komt vooral omdat in 85 prognose van de gevallen de tumor in het beginstadium wordt ontdekt. Na 5 jaar is 80-90 procent van de patiënten nog in leven. Minder dan een derde van de patiënten overlijdt aan deze ziekte als de tumor daarbij langzaam groeit.

De prognose wordt een stuk slechter wanneer de ziekte pas in een laat stadium aan het licht komt. De vijfjaar overleving van baarmoederkanker in stadium III en IV is maar 5-10 procent.

Bron(nen):