zaterdag, 28 maart 2020

5 vragen over... nierdonatie

Bij leven of na overlijden

Patiënten bij wie de nieren niet meer voldoende functioneren, hebben een nieuwe nier nodig. Dat kan alleen maar als andere mensen een nier doneren. Dit kan wel zowel bij leven als na overlijden. GezondheidsNet stelde vijf vragen over nierdonatie aan nefroloog (nierspecialist) Chris Hagen.

1. Kan iedereen na overlijden een van zijn nieren doneren?

"Als iemand overlijdt en het hart stilstaat verslechtert de conditie van de nier heel snel omdat er geen bloed meer doorheen wordt gepompt. Om een nier te kunnen gebruiken voor transplantatie mag de nier niet langer dan een half uur buiten werking zijn geweest. Binnen dat half uur moet de nier weer van bloed of van vloeistof worden voorzien.

Bij orgaandonatie na overlijden maken we onderscheid tussen twee typen donoren: de heart-beating-donor en de non-heart-beating-donor. Als een patiënt hersendood is zijn het hart en de bloedcirculatie nog in tact. Daardoor gaat de nier niet achteruit en kan deze gebruikt worden voor donatie.

Wanneer we een nier gebruiken van een non-heart-beating-donor moet binnen een half uur na overlijden actie ondernomen worden. Op die manier kunnen we voorkomen dat de conditie van de nier verslechtert.

Natuurlijk moet voor een transplantatie na overlijden toestemming gegeven zijn door de overledene of zijn nabestaanden. Daarnaast speelt de leeftijd van de overledene een belangrijk rol: de nier moet nog van goede kwaliteit zijn. Ook bij bepaalde aandoeningen, zoals uitgezaaide kanker, wordt de nier niet gebruikt."

2. Je hoort soms ook dat iemand bij leven een nier gedoneerd heeft. Mag iedereen dat doen?

"Ook voor het doneren van een nier bij leven zijn voorwaarden. Deze voorwaarden worden echter steeds minder en donatie bij leven komt ook steeds meer voor. De twee belangrijkste voorwaarden zijn vanzelfsprekend dat de donor twee perfect werkende nieren heeft en geen nierziekten. Daarnaast moet de nier bij de ontvanger passen. Bloedgroep speelt hierin een belangrijk rol, maar artsen kunnen daar tegenwoordig ook om heen werken.

We noemen dat ‘door de bloedgroep heen transplanteren’. Op die manier is het bij verschillende bloedgroepen soms toch mogelijk dat iemand een nier krijgt van een ander. De antistoffen worden weggevangen, waardoor het lichaam van de ontvanger de nier niet afstoot. Deze methode is redelijk succesvol en wordt in toenemende mate uitgevoerd."

3. Hoe zit het met cross-over transplantatie?

"Cross-overtransplantatie is ook een mogelijkheid als de bloedgroep van de donor en ontvanger niet gelijk zijn. De donor kan zijn nier dan niet direct aan de ontvanger doneren, maar wel aan de ontvanger van een ander koppel. Je kunt dit zien als het uitruilen van de nieren. Beide donoren staan een nier af aan de ontvanger van het andere koppel. Deze manier van transplanteren bestaat nu een aantal jaar en is behoorlijk succesvol gebleken."

4. Wat zijn de gevolgen als je een nier doneert?

"Als nierdonor moet je natuurlijk een operatie doorstaan. Bij die operatie is een kleine kans op complicaties en een minieme kans op overlijden. Dit laatste komt weinig voor, maar de kans is niet nul.

Uit onderzoek blijkt dat er bij donoren nauwelijks medische problemen optreden. Soms heeft een donor een beetje last van littekenpijn, maar verder zijn er over het algemeen geen gevolgen.

Wel is een donor natuurlijk een stukje reserve kwijt. De kans is klein dat er iets met zijn resterende nier gebeurt, maar als er iets gebeurt is dat wel problematisch."

5. Krijgt iemand die bij leven een orgaan doneert betaald voor zijn orgaan? Worden de onkosten vergoed?

"In Nederland krijg je uit principe niet betaald voor organen. Het transplantatiesysteem gaat uit van een win-winsituatie: zowel de donor als ontvanger hebben iets te winnen. Voor de donor zit dit hem vooral in de verbetering van de kwaliteit van leven van de ontvanger. Bij partners geldt dit over het algemeen het sterkst, maar ook familieleden en zelfs vreemden ervaren het verbeteren van iemands leven als winst.

De zorgverzekering vergoedt de transplantatie. Zij zijn er immers bij gebaat. Een transplantatie is op den duur goedkoper dan dialyseren en de kwaliteit van leven van de patiënt verbetert aanzienlijk. Daarnaast bestaan er ondersteuningsprogramma’s vanuit bijvoorbeeld de Nierstichting voor andere onkosten die worden gemaakt, zoals reiskosten en arbeidsverlies."

Chris Hagen is internist-nefroloog en geeft leiding aan de dialyseafdeling in het Meander Medisch Centrum Amersfoort. Daarnaast is hij voorzitter van de sectie kwaliteit van de Nederlandse Federatie voor Nefrologie.