woensdag, 16 oktober 2019

Etiketten lezen voor beginners

Help, wat staat daar nu?

Etiketten geven steeds meer informatie over wat er precies in de verpakking zit. Waarop moet je letten als je gezond wilt eten?

Daar sta je dan, in een drukke supermarkt, te turen op een etiketje. Etiketten op voedingsmiddelen geven vaak zo veel informatie, en vaak ook nog in piepkleine lettertjes, dat je door de bomen het bos niet meer ziet.

Toch wil je snel en simpel kunnen bepalen of een product wel of niet door de gezondheidsbeugel kan. Dan kun je je ook richten op een paar simpele aanduidingen. Die vertellen niet alles, maar wel voldoende om een gezonde keuze te kunnen maken.

Calorieaanduiding

Zo is de calorieaanduiding op het etiket handig voor een snelle scan. Meestal worden de kilocalorieën per 100 gram of 100 ml aangegeven. Zo kun je verschillende verpakkingen gemakkelijk vergelijken. Handig is ook als de voedingswaarde per portie wordt aangegeven, zodat je weet wat je per koekje, schaaltje of glas binnenkrijgt.

Welke tomatensaus is beter?

Verder kun je vaak zien hoeveel calorieën, vet, verzadigd vet en zout per portie er in een product zit. Handig is helemaal als er ook nog percentages op staan. Als je ziet dat een dessert 18 procent van je dagelijkse hoeveelheid calorieën levert, dan weet je dat dit een 'flink' toetje is!

Een handige vuistregel is: als een product meer dan 300 kcal per 100 gram bevat, dan is het energierijk en dat betekent oppassen. Dat geldt voor producten zoals kaas, koek, worst en snacks. Groenten, mager vlees, vis en karnemelk zijn minder energierijk. Natuurlijk zijn calorieën niet zaligmakend. Maar te veel eten en overgewicht zijn wel een groot – en nog steeds groeiend – probleem in de Westerse wereld. Een snelle caloriecheck maakt je in elk geval bewust van energierijke keuzes.

Europa stelt eisen

Al in 2011 heeft het Europees Parlement beslist dat consumenten op voedseletiketten de belangrijkste informatie over het product moeten kunnen lezen: de voedingswaarde en de hoeveelheden vet, verzadigd vet, transvet, koolhydraten, suiker, proteïnen en zout. Ook moeten de etiketten goed leesbaar zijn én mogen ze geen misleidende informatie bevatten. Zo mogen op vruchtensappen teksten als ʻgeen suiker toegevoegd’ niet meer – het zegt immers niets over de hoeveelheid suikers die er in het sap zitten. Ook zijn er nieuwe regels voor gezondheidsclaims op etiketten. Als iets goed is voor de afweer, het hart of de darmen, mag dat alleen op het etiket staan als de fabrikant daarvoor overtuigend wetenschappelijk bewijs heeft overlegd.

Zout op het etiket

Fabrikanten zijn sinds december 2016 verplicht om op het etiket van hun voedingsmiddelen te vermelden hoeveel zout erin zit. Eerder stond er vaak natrium of ‘Na’ vermeld. Natrium is een onderdeel van zout (NaCl): 1 gram natrium is gelijk aan 2,5 gram zout. Omdat de hoeveelheid natrium minder lijkt dan de hoeveelheid zout, werd vaak alleen Na vermeld op het etiket. Dit mag dus niet meer. Vergelijk in de winkel eens twee producten van verschillende merken, of verschillende varianten van hetzelfde merk. Zo bevat een pizza met groente minder zout dan een pizza van hetzelfde merk met vlees of kaas. En het ene merk aardappelpuree uit een zakje bevat minder zout dan het andere. Als je steeds kiest voor het merk of de variant met minder zout, maak je echt verschil. Let wel op of de hoeveelheid zout staat vermeld per portie, of per 100 gram. En vergelijk dit met dezelfde gegevens op het andere product.

Aspartaam

Verder moet duidelijk worden aangegeven wanneer biologische ingrediënten zijn vervangen door kunstmatige alternatieven en welke gevolgen dat voor de gezondheid kan hebben. Zo moeten voedingsmiddelen waarin de zoetstof aspartaam is verwerkt als volgt worden gelabeld: 'Bevat aspartaam, een bron van fenylalanine; kan ongeschikt zijn voor zwangeren.'

Bron(nen):