donderdag, 17 oktober 2019

Orgaantransplantatie: wat is dat precies?

Een nieuwe lever, nier of hart

Bij een orgaantransplantatie wordt een niet of slecht functionerend orgaan bij iemand vervangen door eenzelfde orgaan van iemand anders; een donor. Helaas zijn de wachtlijsten soms lang en komt zo’n orgaan niet voor iedereen op tijd. Per jaar overlijden  ongeveer 140 mensen die wachten op een donororgaan.

Een transplantatie kan plaatsvinden met organen van een overleden (post-mortale) donor, of met een orgaan van een levende donor (voor nier of lever bijvoorbeeld).

Welke organen?

Organen die in Nederland worden getransplanteerd zijn de nier, de alvleesklier, de lever, het hart, longen en de dunne darm. Weefsels die getransplanteerd worden zijn het hoornvlies (cornea), hart- en vaatkleppen, bot- en peesweefsels en huid. 

Transplantaties worden uitgevoerd in transplantatiecentra. Die centra bevinden zich in academische ziekenhuizen verspreid over het land. Een patiënt die in aanmerking wil komen voor een orgaantransplantatie, wordt door zijn of haar behandelend arts doorverwezen naar een ziekenhuis waar de eventuele transplantatie plaatsvindt. De arts van dat transplantatieziekenhuis bepaalt of iemand in aanmerking komt voor een transplantatie. Als dit het geval is, meldt de arts de patiënt aan voor de wachtlijst bij de Nederlandse Transplantatie Stichting (NTS). Actuele cijfers over het aantal transplantaties en de wachtlijsten vind je hier.

Wat zegt de wet?

In de Wet op de orgaandonatie is vastgelegd hoe het orgaancentrum van de NTS een ontvanger mag aanwijzen voor een donororgaan of -weefsel. De selectie mag alleen plaatsvinden op basis van vastgestelde medische criteria, namelijk:

  • Overeenkomst in bloedgroep tussen de donor en de ontvanger.
  • Overeenkomst in weefselkenmerken van de donor en de ontvanger.
  • Lengte en gewicht van de donor en de ontvanger. Dit geldt bij transplantatie van een hart, longen en lever.
  • Medische urgentie.
  • Als er twee 'gelijkwaardige' patiënten op de wachtlijst staan, dan gaat het donororgaan naar de patiënt die het langst op de wachtlijst staat.

Ook praktische aspecten zoals afstand, beschikbare tijd en mogelijkheden voor transplantatie kunnen een rol spelen bij de toewijzing van een orgaan. Dit komt omdat vitale organen buiten het lichaam beperkt houdbaar zijn.

Bloedgroep

Om te voorkomen dat het donorbloed in het lichaam van de ontvanger afbreekt, een zogenoemde transfusiereactie, krijgen patiënten bijna altijd bloed van donoren met dezelfde bloedgroep. Er zijn echter ook transplantaties verricht waarbij de bloedgroep van de donor verschilde van die van de ontvanger.

Afstoting

Het geïmplanteerde donororgaan of -weefsel wordt per definitie als lichaamsvreemd ervaren. Gebruikt de getransplanteerde patiënt geen medicijnen tegen afstoting, dan zal zijn afweermechanisme het donororgaan of -weefsel afstoten Ieder mens heeft immers andere weefselkenmerken, oftewel transplantatie-antigenen. In de medische wetenschap wordt dit het HLA-systeem genoemd (Human Leucocyte Antigens).

Dit systeem is verantwoordelijk voor de afstotingsverschijnselen en is erfelijk bepaald. Hoe slechter de HLA-overeenkomst tussen donor en ontvanger, hoe sterker de afstotingsverschijnselen na een transplantatie kunnen zijn.

Familie en volk

Ieder mens heeft dan wel zijn eigen kenmerken, maar er is een grotere mate van weefselovereenkomst tussen familieleden en tussen sommige volkeren. Bij sommige volkeren kunnen bepaalde bloed- en weefselkenmerken meer of minder voorkomen dan bij andere volkeren. Daardoor kan een patiënt die oorspronkelijk uit een ander land komt, soms eerder geholpen worden met een orgaan van een overleden donor uit zijn land van herkomst.

Na de transplantatie

Na transplantatie moet de patiënt nog regelmatig op controle komen in het transplantatieziekenhuis. De arts onderzoekt de patiënt om te zien of de transplantatie geslaagd is. Een deel van de onderzoeksgegevens, de zogenaamde follow-up gegevens, geeft de arts door aan de NTS. De NTS inventariseert en evalueert de gegevens van alle patiënten die een transplantatie hebben ondergaan. Deze informatie wordt gebruikt om de langetermijnresultaten van orgaantransplantaties te verbeteren.

Bron(nen):