donderdag, 22 april 2021

Mensen met overgewicht gebaat bij kou

Mensen met overgewicht hebben baat bij blootstelling aan kou. De hoeveelheid bruin vet en het energiegebruik nemen door kou toe en dat helpt om het overgewicht in ieder geval niet te laten toenemen. Dit blijkt uit het promotieonderzoek van Anouk van der Lans die promoveerde aan de Universiteit Maastricht.

Bruin vet en het effect van blootstelling aan kou is in het Maastricht UMC+ al sinds 2009 onderwerp van onderzoek. Bruin vet gebruikt energie om warmte te produceren en is dus gunstig. Dit in tegenstelling tot wit vet, dat alleen maar energie in het lichaam opslaat. Bij eerder onderzoek werd de bruin-vetactiviteit van slanke mensen onderzocht. Slanke mensen hebben doorgaans meer bruin vet dan mensen met overgewicht.

Korte broek

Van der Lans heeft nu voor het eerst proefpersonen met een Body Mass Index tussen de 28 en 35 aan koude blootgesteld. Deze proefpersonen verbleven - gekleed in korte broek en T-shirt - 10 dagen achter elkaar gedurende 6 uur per dag in een kamer waar de temperatuur was teruggeschroefd tot 13 à 14 graden Celsius.

Rillen

Aanvankelijk gingen de proefpersonen behoorlijk rillen van de kou, maar na verloop van tijd trad gewenning aan de lage temperatuur op. Uit metingen in PET-CT-scans bleek dat de hoeveelheid bruin vet door de blootstelling aan kou was toegenomen. Bovendien was het energiegebruik toegenomen.

Ook al hebben mensen met overgewicht of obesitas minder bruin vet dan slanke mensen, het helpt wel degelijk als het aanwezige bruin vet geactiveerd wordt. Blootstelling aan milde kou zou kunnen helpen om het gewicht in ieder geval niet te laten toenemen.

Verwarming lager

Van der Lans verwacht dat activatie van bruin vet door blootstelling aan kou in de toekomst daadwerkelijk kan worden ingezet in de strijd tegen overgewicht: "Vooral mensen die net zijn afgevallen, kunnen er baat bij hebben. Waarschijnlijk helpt het al om de verwarming één graadje lager te draaien."

Het promotie-onderzoek van Anouk van der Lans heeft geleid tot publicaties in American Journal of Physiology, Investigative Radiology en The Journal of Clinical Investigation.
 

Bron(nen):