zaterdag, 19 oktober 2019

Bewegen met Parkinson

Sporten noodzakelijk bij Parkinson

Bewegen is voor iedereen goed, maar voor mensen met de ziekte van Parkinson echt een must. Door regelmatig op een verantwoorde manier te bewegen, houd je je conditie en kracht op peil.

Een opvallend kenmerk van de ziekte van Parkinson is een verslechterde aansturing van de spieren vanuit de hersenen, waardoor bewegen moeizamer wordt. Iemand met de ziekte van Parkinson moet nadenken bij elke beweging. Toch is sporten – of in ieder geval bewegen – een must.

Bewegen en gezondheid

Sportief bewegen heeft geen effect op het ziekteverloop. Maar regelmatig bewegen heeft wel een positief effect op de gezondheid. Dit geld voor ook voor parkinsonpatiënten. Voldoende lichaamsbeweging verlaagt de kans op diverse andere ziektebeelden, zoals hart- en vaatziekten, overgewicht, suikerziekte en botontkalking. Vooral als je samen met anderen beweegt, zul je je prettiger voelen. Want bewegen is niet alleen goed voor je lijf, het is nog gezellig ook.

Probeer gedisciplineerd minimaal vijf keer per week een half uurtje te bewegen. Natuurlijk hoef je niet perse dertig minuten achter elkaar te trainen: opknippen in blokken van vijf, tien of vijftien minuten is ook prima.

In principe kunnen parkinsonpatiënten elke sport in meer of mindere mate beoefenen. Alles is afhankelijk van het stadium waarin de ziekte zich bevindt, en het sportverleden. Het belangrijkste is dat je er plezier in hebt, dat maakt het immers makkelijker sportieve activiteiten vol te houden en verhoogt de effecten van de beweging.

Geschikt

Wanneer je  kijkt naar de meest geschikte sporten voor parkinsonpatiënten, zijn dat voornamelijk sporten met een matige belasting en een matige moeilijkheidsgraad. Denk hierbij aan wandelen, zwemmen, golf, yoga of dansen. Minder geschikt zijn sporten waarbij bewegingen elkaar in snel tempo opvolgen, zoals voetbal of hockey. De speler moet daarbij immers direct kunnen reageren op de acties van andere mensen, met balansverstoringen als gevolg.

Zwemmen

Voor parkinsonpatiënten met relatief weinig klachten is sporten een goede manier om het vertrouwen in het lichaam te herstellen. Conditie- en krachttraining, zwemmen en wandelen kunnen heilzaam werken. Daar komt verandering in als de angst om te vallen de kop op steekt. De balans tijdens het lopen of staan kan verminderen doordat houdingsreflexen, die er voor moeten zorgen dat het lichaam in evenwicht blijft, minder goed werken. Daarnaast kan de balans ook verminderd zijn door een verkeerde (voorovergebogen) houding.

Angst

Door de angst om te vallen, durven parkinsonpatiënten vaak minder zelfstandig te bewegen. Dit leidt niet alleen tot een verlies aan zelfstandigheid, bijvoorbeeld bij het doen van boodschappen, maar zorgt er ook voor dat je minder actief bent. Minder bewegen kan vervelende gevolgen hebben, zoals het optreden van botontkalking, een verminderde slaapkwaliteit en obstipatie. Weinig bewegen is natuurlijk ook niet goed voor het hart en de longen. Het gebrek aan goede lichaamsbeweging is voor veel patiënten met Parkinson dan ook de oorzaak van veel klachten.

Niet alleen

Voor mensen die regelmatig 'on-off' periodes hebben, is het veiliger om niet alleen te sporten. Wil je niet in een groep bewegen of is dit niet mogelijk bij jou in de buurt, dan zijn er voldoende manieren om zelf aan de slag te gaan. Denk bijvoorbeeld aan bewegingsprogramma’s op televisie of een hometrainer.

Beweegtips

• Blijf  zolang mogelijk je favoriete sport(en) beoefenen, maar let wel op je beperkingen; bespreek je activiteiten met de neuroloog en fysio- of oefentherapeut.
• Minimaal een half uur per dag sportief bewegen is een gezond streven.
• Kies voor een activiteit of sport die je leuk vindt en die bij je past.
• Beweeg of sport bij voorkeur samen met anderen.
• Er zijn ook oefengroepen voor mensen met de ziekte van Parkinson onder leiding van een fysiotherapeut of sportleider. Of deze mogelijkheden ook in jouw regio zijn, is over het algemeen bekend bij het zorgloket van de gemeente. Ook je neuroloog kan je hierin adviseren.
• Vertel je begeleider en/of medesporters over je ziekte; daarbij is het belangrijk dat je vertelt wat je kan overkomen (vallen, aan de grond genageld blijven staan, moeite op gang te komen etc.) en hoe er eventueel moet worden gehandeld.
• Luister goed naar je lichaam.
• Verwerkt oefeningen van de fysio- of oefentherapeut  in je dagelijks ritme.
• Vergeet niet dat dagelijkse dingen als traplopen, met de hond wandelen of lopend boodschappen doen ook tellen als beweging.
• Als je 'on-off' perioden kent en je wil graag zwemmen, dan is het raadzaam te zwemmen samen met iemand die de techniek van reddend zwemmen machtig is; of zwem in water waarin je altijd met de voeten op de bodem kunt staan.
• Als je het fietstempo van anderen niet meer kunt bijhouden, overweeg dan de aanschaf van een elektrische fiets.

Fysiotherapeut

De arts of fysiotherapeut kan je eventueel adviseren welke oefeningen en bewegingen passen bij jouw fase van de ziekte. Veel patiënten hebben baat bij trainen op muziek en stappen zetten in een persoonlijk bepaald ritme.

Als je problemen hebt met dagelijkse activiteiten, zoals lopen, opstaan uit een stoel en omrollen in bed, kun je ook veel baat hebben bij fysiotherapie. Dat is ook het geval als je conditie minder wordt of als je nek- of schouderklachten hebt. Je kunt samen met de fysiotherapeut werken aan de verbetering van specifieke dagelijkse activiteiten zoals lopen en het opstaan uit een stoel. Op die manier kun je ook op langere termijn, zonder de fysiotherapeut, actief blijven. De adviezen, behandeling en begeleiding worden afgestemd op jouw specifieke situatie en op hoe ver de Parkinson zich bij jou ontwikkeld heeft. Daarbij worden er drie fasen onderscheiden:

De vroege fase

In de vroege fase kun je nog vrijwel alles doen. Het doel van fysiotherapie is zorgen dat je actief blijft, dat je niet bang bent om te bewegen of te vallen en dat de conditie op peil blijft en/of verbetert.

De middenfase

In deze fase merk je dat je minder aankunt bij diverse activiteiten. Het is lastiger om het evenwicht te bewaren en de kans om te vallen is groter. Fysiotherapie richt zich op het oefenen van bewegingen zoals omrollen in bed en opstaan uit een stoel, de juiste lichaamshouding, reiken en grijpen, evenwicht bewaren en lopen.

De late fase

Bij een klein deel van de parkinsonpatiënten ontwikkelt de ziekte zich zodanig dat ze op een rolstoel zijn aangewezen of in bed moeten blijven. Fysiotherapie helpt onder meer om belangrijke functies zoals de ademhaling te behouden en doorligplekken te voorkomen. De fysiotherapeut begeleidt bij oefeningen en adviseert onder meer over de beste lichaamshouding in bed of rolstoel. Ook kan je  partner of verzorger bij een fysiotherapeut terecht om bijvoorbeeld te leren hoe je het beste opgetild kan worden.

Bron(nen):