Gezondheidsnet.nl maakt gebruik van cookies: functioneel, om instellingen en voorkeuren te onthouden, voor beter en eenvoudiger navigeren en inloggen; analytisch, om bezoeken bij te houden en te bestuderen; voor commerciële doeleinden, om bij te houden hoe vaak bepaalde advertenties zijn getoond en geklikt; voor targeting doeleinden, om advertenties op uw interesses te kunnen aanpassen en zodat andere sites ook gerichte advertenties kunnen tonen. Door hiernaast op akkoord te klikken, of door gebruik te blijven maken van deze website gaat u hiermee akkoord. Lees voor meer informatie ons Cookiebeleid.

Akkoord
zondag, 24 september 2017

Prostaatkanker

Levensbedreigend of een chronische ziekte?

Jaarlijks krijgen ruim 10.000 mannen de diagnose prostaatkanker. Het is de vijfde meest voorkomende kankersoort in Nederland. Ieder jaar sterven er 2600 mannen aan de gevolgen van de ziekte. Prostaatkanker is vooral een ziekte van oudere mannen, maar kan ook op jongere leeftijd (vanaf ongeveer 40 tot 45 jaar) voorkomen.

Vooral bij zeer oude mannen komt prostaatkanker vaak voor. Meestal wordt prostaatkanker bij hen nooit ontdekt. Veel oudere mannen zijn al overleden aan andere doodsoorzaken, voordat zij symptomen ontwikkelen en de tumor wordt ontdekt. Prostaatkanker groeit vaak langzaam. Daardoor krijgen de meeste oude mannen geen last van prostaatkanker. Soms wordt prostaatkanker bij toeval gevonden, bijvoorbeeld tijdens een medische keuring.

In jongere mannen heeft deze langzame groei tot gevolg dat de kanker pas ontdekt wordt als hij in een vergevorderd stadium is, en er soms al uitzaaiingen naar andere plaatsen in het lichaam zijn. Het is overigens niet zo dat elke tumor na verloop van tijd uitgroeit en uitzaait. In 30 procent van de gevallen stopt de tumor uit zichzelf met groeien en blijft de rest van het leven slapend; in het lichaam aanwezig zonder ooit klachten te veroorzaken.

Wat is prostaatkanker?

Prostaatkanker is kanker van de prostaat. Een ander woord voor prostaatkanker is prostaatcarcinoom. Prostaatkanker ontwikkelt zich in de cellen van de klierbuisjes van de prostaat. Hierdoor verandert het prostaatweefsel. Een arts kan deze verandering soms voelen als een vergroting of een verharding van de prostaat.

Hoe ontstaat prostaatkanker?

Bij de meeste mannen wordt de prostaat na hun 30e langzaam groter. Waarschijnlijk komt dit door de langdurige werking van het mannelijke geslachtshormoon testosteron op het prostaatweefsel. Soms leidt dit tot afwijkingen van de prostaat.

Een abnormale prostaatvergroting - hyperplasie - is een voorbeeld van een goedaardige afwijking. Het bindweefsel, spierweefsel en de klierbuisjes nemen toe. Bij prostaatkanker is er sprake van een kwaadaardige afwijking. Soms komen een prostaatvergroting en prostaatkanker samen voor, maar een prostaatvergroting leidt niet automatisch ook tot prostaatkanker.

Symptomen van prostaatkanker

Een prostaattumor groeit meestal langzaam en geeft in het begin dus geen klachten. Soms wordt prostaatkanker zelf pas opgemerkt doordat er klachten ontstaan als gevolg van de uitzaaiingen op andere plekken in het lichaam. Uitzaaiingen in de wervels kunnen bijvoorbeeld rugklachten geven.

Prostaatkanker kan ook ontdekt worden als mannen met plasklachten bij de huisarts komen. Deze symptomen komen bij oudere mannen regelmatig voor en zijn meestal het gevolg van een prostaatvergroting of urineweginfectie, maar kunnen eveneens op prostaatkanker duiden. Vandaar dat plasklachten voor de huisarts wel een aanleiding zijn voor verder onderzoek.
 
Het gaat onder andere om de volgende plasklachten:
  • vaker moeten plassen (zowel overdag als 's nachts)
  • moeite met plassen
  • pijn en een branderig gevoel bij het plassen
  • nadruppelen enof een zwakke straal
  • troebele of bloederige urine
Zeker als je bloederige of troebele urine hebt, kun je het beste zo snel mogelijk naar de huisarts gaan. Maar ook als je je zorgen maakt over een of meerdere van bovenstaande klachten is een bezoekje aan je arts aan te raden.

Risicofactoren

Over de oorzaken van prostaatkanker is nog weinig bekend. Wetenschappers verdiepen zich in de rol van een aantal voedingsstoffen, mannelijke hormonen en leefstijlfactoren zoals voeding en overgewicht, maar definitieve uitspraken zijn er op basis van wetenschappelijk onderzoek nog niet. Ongeveer 5 tot 10 procent van alle mannen met prostaatkanker heeft de ziekte gekregen door erfelijke aanleg.

De diagnose

Als de arts na een rectaal toucher en bloedonderzoek (PSA-waarde) vermoedt dat er een tumor in de prostaat zit, volgt vaak een echografie via de anus. Als de arts iets afwijkends ziet, wordt een biopt genomen. Wanneer de patholoog een tumor vindt, bepaalt hij het stadium en de kwaadaardigheid van de tumor. Deze zijn belangrijk voor het inschatten van de vooruitzichten en het bepalen van de behandelwijze. Ook worden vaak lymfeklierverwijdering en MRI-, CT- of botscans uitgevoerd om de uitgebreidheid van de tumor en mogelijke uitzaaiingen op te sporen.

Behandelmogelijkheden

Ongeveer 70 procent van de mannen bij wie prostaatkanker wordt vastgesteld, komt in aanmerking voor een behandeling die in opzet genezend is. Dit is alleen mogelijk als de ziekte beperkt is gebleven tot de prostaat en er dus geen uitzaaiingen zijn gevonden. Mogelijke behandelingen zijn:

  • Radicale prostatectomie: Hierbij wordt de prostaat met tumor verwijderd. Alleen mogelijk als er geen sprake is van uitzaaiingen. De operatie kan erectiestoornissen, incontinentie en 'droge' orgasmen (waarbij geen zaadlozingen plaatsvinden) tot gevolg hebben.
  • Uitwendige bestraling: De tumor wordt door een machine door de huid heen bestraald. Doordat ook gezonde cellen worden beschadigd kunnen vermoeidheid, verkleuring van de huid en irritatie van darmen en blaas optreden. Littekenweefsel in en rond de prostaat kan verminderde productie van zaadvocht, erectiestoornissen en problemen met de ontlasting veroorzaken.
  • Inwendige bestraling: Radioactief materiaal wordt in de prostaat geplaatst, waardoor deze van binnenuit wordt bestraald. Hierbij wordt minder gezond weefsel beschadigd dan bij uitwendige bestraling. Er kunnen erectiestoornissen en plasklachten optreden. Vijf procent van de patiënten heeft in het eerste jaar na de bestraling een blaaskatheter nodig om te kunnen plassen.

Sommige patiënten kunnen in aanmerking komen voor een HIFU-behandeling. Dit is echter geen standaardbehandeling. Daarom vergoeden de meeste zorgverzekeraars deze behandeling niet. Bij HIFU (High Intensity Focused Ultrasound) verhit een arts de tumor via de endeldarm met hoog energetische ultrasone geluidsgolven. Door de hitte gaan de kankercellen dood.

Daarnaast wordt soms gebruik gemaakt van hormonale therapie als aanvullende behandeling. Via injecties of tabletten worden speciale stoffen toegediend die de werking van testosteron(wat de tumorgroei stimuleert) tenietdoen of de werking van de zaadballen stillegt, zodat geen testosteron meer geproduceerd wordt. Klachten die kunnen optreden zijn minder zin om te vrijen, opvliegers, erectiestoornissen, verandering van de lichaamsbeharing en vetverdeling in het lichaam.

Bij een deel van de patiënten wordt geen behandeling toegepast, behalve het regelmatig controleren van de tumor. Dit zijn vaak oudere patiënten met een langzaam groeiende tumor zonder klachten en gezonde mannen met lage PSA-waarden (Prostaat Specifiek Antigeen) waar weinig kankercellen in de biopten zijn gevonden.

Als genezing niet mogelijk is

Als de ziekte niet (meer) curatief kan worden behandeld, kiest de arts voor palliatieve behandelingen. Deze zijn gericht op het remmen van de ziekte of het verminderen van de symptomen. Hormonale therapie en chemotherapie worden vaak toegepast. Daarnaast maken artsen gebruik van ondersteunende behandeling zoals transurethrale resectie van de prostaat (TURP)Om plasklachten te verhelpen, wordt het deel van de prostaat die de plasbuis dichtdrukt weggehaald. Andere mogelijkheden zijn behandeling bij pijn in de botten, behandeling bij dreigende botbreuken en prednison bij gebrekkige eetlust en vermoeidheid.

Leven na behandeling

Gelukkig is prostaatkanker in de meeste gevallen goed te behandelen, vooral als de ziekte in een vroeg stadium wordt ontdekt. Vijf jaar na behandeling is bijna 90 procent van de patiënten nog in leven. Dit percentage is hoger als de ziekte ontdekt is voor de kanker uitgezaaid is. Verder kan de ziekte vaak voor langere perioden (maanden tot jaren) tot stilstand worden gebracht.

Nazorg na de behandeling is erg belangrijk. De arts zal via röntgenfotos, scans en bloedonderzoeken regelmatig willen controleren of de kanker niet teruggekomen of erger geworden is. Sommige behandelingen van prostaatkanker kunnen langdurige bijwerkingen geven. De meesten zullen na verloop van tijd echter verdwijnen. Opvallend is dat veel patiënten tijdens en na de behandeling gewoon door kunnen gaan met werken.

Bron(nen):