maandag, 17 februari 2020

Lage rugpijn: hoe kom je eraan, hoe kom je eraf?

"Mensen luisteren te weinig naar hun lijf"

Chronische lage rugpijn komt vaak voor en kan behoorlijk beperkend zijn. Al jaren zijn wetenschappers op zoek naar oplossingen voor dit probleem. Hoewel het een nog grotendeels onbegrepen aandoening is, worden inmiddels tóch goede resultaten geboekt.

Een fitte twintiger die voortdurend pijn heeft in de onderrug, kan zich stokoud voelen. Pas als je ermee te maken krijgt, besef je hoe belangrijk dat onderste stuk van je wervelkolom is. Om pijnscheuten te vermijden, ga je je stram bewegen en soms zelfs schuifelend lopen. Schamele troost: je bent niet de enige. Maar liefst 44 procent van de Nederlandse bevolking wordt weleens geplaagd door lage rugpijn. Van de Belgen heeft 70 procent er last van. Van al die mensen heeft 20 procent chronische klachten.

Wetenschappers zijn al jarenlang op zoek naar oplossingen voor dit probleem: alleen al in de afgelopen tien jaar verschenen er meer dan twintigduizend wetenschappelijke artikelen over lage rugpijn. Maar nu komt het gekke: ondanks al dat onderzoek is rugpijn nog grotendeels een onbegrepen aandoening.

Geen wervel hetzelfde

Als we ouder worden, treden er veranderingen op in de wervelkolom. Zo ontstaan er bij vrijwel iedereen in meer of mindere mate uitstulpingen aan de wervels: osteofyten. Op een röntgenfoto ziet dat er soms uit alsof de botpuntjes pijnlijk in het vlees prikken. Ook worden de tussenwervelschijven, die als schokdempertjes tussen de wervels zitten, in de loop van de jaren iets stugger, platter en breder. Soms scheuren ze open: de kern kan dan naar buiten stulpen en op een zenuw drukken waardoor er een hernia kan ontstaan. Maar nu komt er iets opmerkelijks: bij veel mensen treden al deze veranderingen op zonder dat ze er ook maar iets van merken, terwijl er ook mensen zijn die vergaan van de pijn terwijl hun wervelkolom er piekfijn uitziet.

En dan begint de ellende

Heb je je 'vertild' of ben je 'door je rug gegaan', dan verdwijnen de klachten meestal vanzelf binnen een maand. Houden de klachten langer dan twaalf weken aan, dan is de rugpijn formeel chronisch. Vervolgens beginnen vaak de problemen. De huisarts verwijst meestal door naar een fysiotherapeut (in België: kinesitherapeut). Maar naar welke? Hun werkwijze verschilt onderling sterk. Als deze therapeut er niet uitkomt, wacht een keur aan andere specialisten, van revalidatieartsen, orthopeden en neurochirurgen tot reumatologen, psychologen en ergonomen. "Er is een groot aanbod van reguliere behandelingen bij rugklachten en die zijn lang niet altijd afdoende", zegt dr. Miranda van Hooff, klinisch epidemioloog op de researchafdeling van de Sint Maartenskliniek in Nijmegen, een ziekenhuis dat gespecialiseerd is in de behandeling van aandoeningen op het gebied van houding en beweging. "Er bestaat gewoon niet één behandeling die bij iedereen aanslaat. En als iets helpt, is het effect vaak maar van korte duur."

Zoektocht naar verlossing

Van Hooff vertelt dat er een grote groep 'dwalers' is die met hardnekkige rugklachten van specialist naar specialist trekt. Uiteindelijk belanden velen bij een chirurg. "Maar slechts 1 op de 25 van hen komt in aanmerking voor een operatie", aldus Van Hooff. "En we weten dat bij 30 tot 40 procent van de mensen die aan de rug worden geopereerd, de klachten toch weer terugkomen. Voor alle operatieve en niet-operatieve behandelingen geldt: je weet vooraf nooit zeker bij wie het werkt." Om veel beter te kunnen inschatten welk type behandeling de meeste kans van slagen heeft, ontwikkelt Van Hooff met wervelkolomchirurgen een beslissingsondersteunend programma: de Nijmegen Decision Tool for Chronic Low Back Pain. Hiervoor worden gegevens van patiënten én de behandelresultaten verzameld en vervolgens geanalyseerd.

Steeds trefzekerder

Patiënten met rugklachten die aankloppen bij de Sint Maartenskliniek, wordt gevraagd een uitgebreid vragenformulier in te vullen. Ook het resultaat van de behandeling wordt bijgehouden. Door de antwoorden van een nieuwe patiënt met de data van andere patiënten te vergelijken, kan tijdens een eerste consult nu al beter worden ingeschat of er behandeld moet worden en zo ja, welk behandeltraject het meest kansrijk is: (terug) naar de huisarts en fysiotherapeut (kinesitherapeut), een aanpak met aandacht voor medische, psychologische en sociale factoren of toch een operatie. In de toekomst zullen ook andere bewezen werkzame behandelopties worden toegevoegd.

Inmiddels bevat de database van het programma de gegevens van ongeveer 8000 patiënten. Dat aantal zal snel groeien als het systeem in meer ziekenhuizen en bij huisartsen wordt ingezet. Zo zal het programma steeds trefzekerder kunnen bepalen wie wel of geen baat heeft bij de verschillende behandelopties. "Ondertussen merken we nu al dat het aantal mensen dat naar de chirurg wordt doorverwezen en daadwerkelijk wordt geopereerd, daalt, terwijl het percentage operaties dat de rugpijn definitief verhelpt, oploopt", aldus Van Hooff. "Voor de patiënt scheelt dat tijd en leed, terwijl tegelijkertijd de zorgkosten dalen."

Pijn door de pijn

Het Spine & Joint Centre in Rotterdam, waar jaarlijks ruim 600 rugpatiënten behandeld worden die zonder succes al menig specialist hebben bezocht, heeft een compleet andere benadering van rugpijn. Onder handen van de Rotterdammers is er een vermindering van de klachten bij het merendeel van de patiënten, een ander deel herstelt volledig. Australisch onderzoek van Richardson en Jull (gepubliceerd in Manual Therapy, 1995) liet voor het eerst zien dat de spieren van mensen met rugklachten een veranderd activiteitenpatroon vertonen. Als iemand met rugklachten zijn rug beweegt, worden de diepe rugspier en de schuine buikspier een fractie van een seconde te laat actief.

Inmiddels is duidelijk dat er meer mis is met de timing, coördinatie en spanning van de rug- en buikspieren. "Mensen met rugpijn gebruiken hun spieren verkeerd om pijn te vermijden en houden de pijn daar juist mee in stand", zo vat dr. Jan-Paul van Wingerden van het Spine & Joint Centre het samen. "Door het verkeerde spiergebruik af te leren, kunnen de rugpijnklachten verdwijnen."

Jarenlang verkeerd bewegen

Als je rug pijn doet doordat je je bijvoorbeeld hebt vertild, reageert het lichaam daar volgens Van Wingerden op door sommige spieren extra aan te spannen, waarbij andere spieren juist minder actief worden. "Als die spierspanning te lang aanhoudt, kunnen spieren verzuren en spieraanhechtingen gaan irriteren. Daardoor neemt de pijn verder toe, raakt de functie verder verstoord en spannen de spieren nog meer aan." Dit onbewust veranderende bewegingspatroon verklaart waarom mensen op latere leeftijd plotseling rugklachten kunnen krijgen.

Van Wingerden: "Als je jong bent, kunnen je spieren de hele dag gespannen zijn. Maar tijdens de nacht herstel je en je staat de volgende dag weer fit op. Naarmate je ouder wordt, verloopt dat herstel minder goed. Als mensen vervolgens rugpijn krijgen, denken ze dat de pijn 'zomaar' is gekomen, maar in feite hadden ze al jaren een verkeerd bewegingspatroon."

Ontspannen en stabiliseren

Het gangbare advies van de huisarts is om zo snel mogelijk de dagelijkse activiteiten weer op te pakken omdat de rugspieren anders zouden verzwakken. In de aanpak van het Spine & Joint Centre speelt rust juist een centrale rol. Van Wingerden: "Bij de meeste rugpijnpatiënten zien wij dat de rugspieren veel spanning hebben door het overmatige gebruik ervan. Het eerste wat wij doen, is mensen laten ervaren wat ze doen met hun lichaam. Wij leren ze bepaalde spieren te ontspannen.

Je rug is het meest ontspannen als je gaat liggen in een comfortabele houding. Niet plat, maar bijvoorbeeld met een kussen in de holte van de knieën. Wij adviseren onze patiënten vaak elke twee uur een kwartier zo te gaan liggen. Want als de rugspieren ontspannen, krijgen andere spieren, zoals de diepe rugspier en de schuine buikspier, weer de kans om hun werk te gaan doen. Dat proces stimuleren we met stabilisatieoefeningen." Eerst bescheiden oefeningen, om vaak te eindigen met activiteiten als basketballen en hockeyen. "Maar we leren onze patiënten ook om op tijd te ontspannen, want mensen zijn geneigd om te veel van hun lijf te vragen en er te weinig naar te luisteren. Daar zit de kern van het probleem."

Bron(nen):