Gezondheidsnet.nl maakt gebruik van cookies: functioneel, om instellingen en voorkeuren te onthouden, voor beter en eenvoudiger navigeren en inloggen; analytisch, om bezoeken bij te houden en te bestuderen; voor commerciële doeleinden, om bij te houden hoe vaak bepaalde advertenties zijn getoond en geklikt; voor targeting doeleinden, om advertenties op uw interesses te kunnen aanpassen en zodat andere sites ook gerichte advertenties kunnen tonen. Door hiernaast op akkoord te klikken, of door gebruik te blijven maken van deze website gaat u hiermee akkoord. Lees voor meer informatie ons Cookiebeleid.

Akkoord
vrijdag, 22 september 2017

De kunst van het deltavliegen

Je lichaam als stuur

In 1492 probeerde Leonardo da Vinci een medewerker met kunstmatige vleugels van een kerktoren te laten vliegen. De ongelukkige helper viel loodrecht naar beneden. Voor wie zonder al te veel risico in zijn voetsporen wil treden, is er het deltavliegen.

Deltavliegen wordt ook wel zeilvliegen of hanggliding genoemd. Je zweeft door de lucht, hangend in een harnas onder een vleugel. Als je handig gebruikmaakt van de thermiek (opstijgende lucht), dan kun je dat heel lang volhouden. En je komt gelukkig een stuk zachter neer dan Da Vinci's hulpje.

Rennen, trekken of 'droppen'
Om te deltavliegen heb je snelheid nodig. Daar kun je bijvoorbeeld voor zorgen door met vleugel en al tegen de wind in van een berghelling af te rennen. Op een gegeven moment kom je dan vanzelf los van de grond.

Ook in het platte Nederland kun je echter zeilvliegen. Er zijn startplekken in de duinen, maar meestal laat je je door een lier of een ultralight vliegtuigje omhoog trekken.

Als je eenmaal op zo'n driehonderd tot vijfhonderd meter hoogte bent aangeland, wordt de sleepkabel losgemaakt en zweef je zelfstandig verder. Er zijn ook mensen die hun delta aan een luchtballon hangen en zich vervolgens laten 'droppen'.

Je lichaam als stuur

Het besturen van een deltavlieger is relatief eenvoudig. Je doet het met behulp van de trapeze, de driehoekige stuurbeugel waar je je aan vast houdt. Een bocht maken doe je door je lichaam langs de trapeze te verplaatsen. Je toestel volgt dan vanzelf de richting die jij opgaat.

Trek je de beugel naar je toe, dan gaat de neus van de vlieger naar beneden en de snelheid omhoog. Duw je hem van je af, dan komt de neus omhoog en neemt de snelheid af.

Bij het landen trap je op die manier vlak voordat je de grond raakt vol op de rem. Dan zak je vrijwel loodrecht naar beneden en kom je netjes op je voeten terecht.

De regels

Om zelfstandig te mogen vliegen moet je eerst een aantal cursussen volgen. Heb je eenmaal het zogenoemde Brevet 2 op zak, dan mag je alleen het luchtruim kiezen. Zolang je maar buiten het 'gecontroleerde luchtvaartgebied' blijft.

Dat betekent dat je niet in de buurt van vliegvelden of vlak boven steden of dorpen mag rondvliegen. In Nederland is het ook verboden om boven de koninklijke paleizen te zweven. Het beste kun je gebruikmaken van één van de ruim tienduizend vliegstekken in de wereld, die door vliegclubs worden beheerd.

Ben je eenmaal in de lucht, dan dien je je aan bepaalde voorrangsregels te houden. Wie van rechts komt heeft voorrang en laagvliegers gaan voor hoogvliegers. Als je recht op elkaar afvliegt, wijk je allebei naar rechts uit.

Voor wie

Iedereen die goed gezond is en in staat is een sprintje te trekken, kan in principe leren deltavliegen. Heb je last van ernstig overgewicht of kun je zelfs met een bril of lenzen niet goed zien, dan is dit geen sport voor jou. Om je Brevet 2 te kunnen halen, moet je minimaal 16 jaar oud zijn. Een maximum leeftijd is er niet.

Uiteraard neem je altijd een risico als je de lucht in gaat, maar deltavliegen geldt als relatief veilig. De vlieger is altijd bestuurbaar en herstelt zichzelf als je hem in een duikvlucht brengt. Wie zich aan de regels houdt, en uit de buurt blijft van grote obstakels, heeft niet veel te vrezen.

Reactie toevoegen