donderdag, 14 november 2019

De lever

Onderdeel van de spijsvertering

De lever is een belangrijk en veelzijdig orgaan, dat een grote rol speelt bij de spijsvertering. Er spelen zich wel zo'n zeshonderd verschillende chemische processen af. De lever wordt dan ook niet voor niets de 'chemische fabriek' van het lichaam genoemd. De lever ligt rechtsboven in de buikholte naast de maag.

De lever is niet alleen belangrijk, maar ook bijzonder én groot. Met een gewicht van anderhalve kilo is het, op de huid na, het zwaarste orgaan van het lichaam. Bijzonder is de lever, omdat hij een groot herstellend vermogen en een grote reservecapaciteit heeft. Als een deel van de lever wordt verwijderd, kan het overgebleven deel weer aangroeien en uitgroeien tot een volwaardige lever.

Belangrijke functies van de lever zijn:

Stofwisseling van koolhydraten

De lever speelt een grote rol bij de stofwisseling. Bij de vertering van voedsel komen suikers vrij. Als het lichaam de suikers niet direct nodig heeft, worden ze opgeslagen in de levercellen als glycogeen. Wanneer het lichaam behoefte heeft aan extra suikers, bijvoorbeeld tijdens inspanning en sporten, zet de lever glycogeen weer om in suikers.

Eiwitstofwisseling

Bij de vertering van eiwitten in de dunne darm ontstaan aminozuren. Deze aminozuren worden via het bloed naar de lever getransporteerd. De lever kan van deze aminozuren nieuwe eiwitten maken. Deze eiwitten zijn belangrijk bij de opbouw van spierweefsel.

Vetstofwisseling

De vertering van vetten vindt in de dunne darm plaats. Daar ontstaan vetzuren. Deze worden via het bloed naar de lever getransporteerd. De lever verandert verzadigde vetten in onverzadigde vetten. Deze worden weer gebruikt voor de stofwisseling.

Hierbij ontstaan vetzuren. Deze vetzuren worden via het bloed naar de lever getransporteerd. De lever verandert de vetzuren van structuur. Zogenaamde verzadigde vetten verandert de lever in onverzadigde vetten. Deze zijn beter bruikbaar voor de stofwisseling. Onverzadigde vetten kunnen bijvoorbeeld gebruikt worden als brandstof, of omgezet worden in lichaamsvet.

Ontgifting

Het lichaam wordt dagelijks blootgesteld aan schadelijke stoffen. Bijvoorbeeld door medicijngebruik of het drinken van acohol. Ook kunnen bij de stofwisseling producten ontstaan die schadelijk zijn voor het lichaam. Deze stoffen worden door de lever opgenomen uit het bloed en onschadelijk gemaakt. Via de urine of galvloeistof worden ze uit het lichaam verwijderd.

Vorming van gal

De lever produceert galvloeistof. Dit is onmisbaar voor de opname van vetten uit voeding. Gal wordt opgeslagen in de galblaas. Als je vet eet, trekt de galblaas samen. Hierdoor komt de galvloeistof in de dunne darm. Dit zorgt voor een goede afbraak van vetten.

Opslag

Allerlei stoffen kunnen opgeslagen worden in de levercellen totdat het lichaam ze nodig heeft. Bijvoorbeeld het eerder genoemde glycogeen, maar ook vetten, aminozuren, vitamines en metalen.

Leverontsteking

Vanwege de grote reservecapiciteit geven leveraandoeningen vaak pas in een laat stadium klachten. Het gezonde deel van de lever kan namelijk verschillende functies goed genoeg uit blijven voeren. Een veel voorkomende leveraandoening is hepatitis, een ontsteking van de lever. Eén op de twintig mensen krijgt in zijn leven te maken met een vorm van hepatitis.

Bron(nen):