zondag, 8 december 2019

Dunne darm

Onderdeel van de spijsvertering

Een belangrijk onderdeel van de spijsvertering is de dunne darm. In de dunne darm worden via de darmwand belangrijke voedingsstoffen in het lichaam opgenomen. De dunne darm is zo'n 5 meter lang en bestaat uit drie delen: de twaalfvingerige darm, de nuchtere darm en de kronkeldarm.

In het eerste deel, de twaalfvingerige darm, worden spijsverteringssappen uit de alvleesklier en galblaas aan de voedselbrij toegevoegd. Daarna komt de voedselbrij in de nuchtere darm terecht. Deze is zo'n 2 meter lang en gaat over in de kronkeldarm die ongeveer 3 meter lang is.

Drie lagen

De wand van de dunne darm bestaat uit drie lagen: een dubbele spierlaag, een bindweefsellaag en een slijmvlieslaag. De slijmvlieslaag is sterk geplooid. Deze plooien hebben veel vingervormige uitsteekseltjes, oftewel de darmvlokken. Tussen de plooien en de darmvlokken liggen kleine klierbuisjes, die darmsap aanmaken.

Door knijpende bewegingen, ook wel peristaltiek genoemd, wordt voedsel in de darm voortbewogen. Deze bewegingen zorgen ervoor dat het voedsel goed mengt met spijsverteringssappen. De voeding beweegt heen en weer, wordt gekneed en richting de dikke darm geduwd. Gedurende lange tijd blijft het voedsel vrijwel op één plek in de dunne darm. Zo is er voldoende tijd om alle belangrijke voedingsstoffen uit het voedsel op te nemen en aan het bloed af te geven.

Vertering

Als het voedsel volledig verteerd is, schuiven de onverteerbare resten door naar de dikke darm. Voedsel blijft zo'n 4 tot 8 uur in de dunne darm. Dat hangt af van factoren als wat er gegeten is, hoeveel stress iemand heeft en hoeveel lichaamsbeweging. Een koolhydaatrijke maaltijd gaat een stuk sneller door de dunne darm dan een vette maaltijd. Lichaamsbeweging vertraagt het transport door de dunne darm. Terwijl stress en spanningen het proces juist versnellen.

De dunne darm ligt gekronkeld in de buik, maar de oppervlakte van het orgaan in totaal is enorm groot. Hierdoor beschikt de darm over een grote reservecapaciteit. Soms is het, door bijvoorbeeld darmaandoeningen als de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa, nodig om een deel van de dunne darm te verwijderen. Dit geeft doorgaans weinig problemen. Er ontstaan meestal pas klachten als er minder dan 2 meter dunne darm over is.

Bron(nen):

Lees ook