maandag, 9 december 2019

ADHD (Attention Deficit Hyperactivity Disorder, aandachtstekortstoornis)

ADHD betekent Attention Deficit Hyperactivity Disorder, oftewel een stoornis met aandachtstekort en hyperactiviteit. Mensen met ADHD hebben last van aandachtstekort, concentratieproblemen, hyperactiviteit en impulsiviteit. Waardoor wordt deze psychiatrische aandoening veroorzaakt en gaan de symptomen over?

Wat is ADHD?

De afkorting ADHD staat voor Attention Deficit Hyperactivity Disorder, oftewel een stoornis met aandachtstekort en hyperactiviteit. De belangrijkste kenmerken zijn moeite hebben met het houden van de aandacht bij een bepaalde taak of onderwerp (aandachtstekort), dingen doen zonder na te denken (impulsiviteit) en erg druk en onrustig gedrag (hyperactiviteit). De mate waarin iemand deze verschijnselen heeft, varieert van persoon tot persoon. Zo kan de ene persoon vooral druk en onrustig zijn en is een ander voornamelijk snel afgeleid. Dit laatste wordt ook wel een aandachtstekortstoornis (Attention Deficit Disorder, afgekort ADD) genoemd.

ADHD ontstaat altijd op de kinderleeftijd (vóór de leeftijd van twaalf jaar). De symptomen moeten beperkingen in het dagelijks leven geven en minimaal een half jaar duren voordat een arts of psycholoog de diagnose kan stellen. Naar schatting heeft vijf procent van de kinderen en twee tot drie procent van de volwassenen deze aandoening.

Oorzaken

Het is nog niet helemaal bekend hoe ADHD precies ontstaat. Waarschijnlijk verloopt de ontwikkeling van de hersenen voor de geboorte of daarna anders dan normaal. Omdat de aandoening vaak in families voorkomt, lijkt het erop dat erfelijke factoren een belangrijke rol spelen.

Ook persoonlijkheidskenmerken spelen een rol. Emotionele instabiliteit, impulsiviteit en een behoefte aan veel prikkels verhogen de kans op het ontwikkelen van ADHD.

Een verkeerde interactie tussen ouders en hun kind is geen oorzaak van ADHD. Wel kan een negatief interactiepatroon het gedrag in stand houden of zelfs verergeren. Voorbeelden hiervan zijn meer afkeuren, minder belonen en bazig gedrag dat ouders richting hun kind vertonen.

Symptomen

Kenmerkend voor ADHD zijn aandachts- en concentratieproblemen, hyperactiviteit en impulsiviteit. Je bent snel afgeleid, waardoor je niet afmaakt waar je aan begint, makkelijk fouten maakt en het moeilijk vindt om te luisteren en dingen te onthouden. Ook dagdromen is een typisch kenmerk van een aandachtstekort. De hyperactiviteit uit zich bij kinderen door veel bewegen; bij volwassenen zit de onrust meestal van binnen, waardoor ze zich moeilijk kunnen ontspannen. Mensen met ADHD zijn ook vaak impulsief: ze denken niet na voordat ze dingen doen.

Andere symptomen die veel voorkomen zijn:

  • heftige emotionele uitbarstingen
  • moeite met oppikken van sociale signalen
  • moeite met het stellen van prioriteiten
  • moeite met plannen en op tijd komen
  • lichamelijke onhandigheid

Bij volwassenen staan de volgende verschijnselen vaak meer op de voorgrond:

  • chaotisch, onrustig gedrag
  • veel praten
  • snel gefrustreerd raken
  • regelmatig te laat komen
  • eigenwijs zijn
  • problemen met autoriteit
  • problemen met het omgaan met geld

Hoe wordt de diagnose gesteld?

Bij een kind zijn het vaak de ouders, leerkrachten, of jeugdartsen die vermoeden dat het kind ADHD zou kunnen hebben. De huisarts, het wijkteam of het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) kan je kind verwijzen naar een specialist die de diagnose kan stellen. Dat is meestal een kinderarts, kinder- en jeugdpsychiater of een gespecialiseerd psycholoog (gz-psycholoog of klinisch psycholoog). Bij volwassenen is het vaak de huisarts, psychiater of psycholoog die de diagnose stelt.

Er bestaat geen test om ADHD definitief vast te stellen of uit te sluiten. De arts of psycholoog stelt de diagnose op basis van de symptomen die jou of je kind heeft. Hij of zij stelt vragen, ook aan de ouders of de eventuele partner. Vaak maken zij gebruik van vragenlijsten om extra informatie te verzamelen. Soms zijn extra onderzoeken nodig, zoals intelligentietesten, lichamelijk onderzoek of onderzoek naar leerproblemen als dyslexie.

De arts of psycholoog stelt de diagnose ADHD wanneer jij of jouw kind tenminste zes maanden verschijnselen heeft van aandachtstekort, hyperactiviteit en/of impulsiviteit. De symptomen moeten vóór de leeftijd van twaalf jaar begonnen zijn en op minimaal twee terreinen aanwezig zijn, zoals bijvoorbeeld thuis, bij vrienden en familie, en op school of werk. Essentieel voor de diagnose is dat de symptomen problemen veroorzaken bij het functioneren.

Risicofactoren

Verschillende factoren spelen een rol bij het ontstaan van ADHD. Hoeveel en op welke manier ze met de aandoening te maken hebben, is vaak nog niet helemaal duidelijk.

Risicofactoren zijn:

  • Geslacht: de diagnose wordt vaker gesteld bij jongens dan bij meisjes, maar het is nog niet duidelijk of de aandoening ook echt vaker voorkomt bij jongens.
  • Erfelijke factoren: ADHD komt vaker voor in bepaalde families.
  • Persoonlijke eigenschappen, zoals een behoefte aan veel prikkels en emotionele instabiliteit.
  • Lichamelijke factoren zoals infecties (bijvoorbeeld hersenontsteking), problemen met horen en zien, slaapstoornissen, epilepsie en stofwisselingsziekten.
  • Problemen rondom de zwangerschap en geboorte, zoals roken of alcoholgebruik tijdens de zwangerschap en een te laag geboortegewicht.
  • Voeding: kunstmatige kleurstoffen verhogen het risico op hyperactiviteit, evenals tekorten aan bepaalde voedingsstoffen.
  • Omgevingsfactoren, zoals problemen in het gezin, kindermishandeling, verwaarlozing of andere nare ervaringen (trauma) op jonge leeftijd.
  • Blootstelling aan stoffen die schadelijk zijn voor de hersenen, zoals lood.

Behandeling

De behandeling en begeleiding van iemand met ADHD bestaat uit goede voorlichting, leefstijladviezen en eventueel medicijnen. Soms kunnen psychotherapie of sociale-vaardigheidstraining helpen.

Goede uitleg over ADHD en de gevolgen daarvan is belangrijk, niet alleen voor de persoon met ADHD maar ook voor zijn of haar omgeving. De ouders, partner, naaste familieleden en zelfs leerkrachten kunnen speciale voorlichting krijgen, zodat ze weten hoe ze degene met ADHD het beste kunnen ondersteunen.

Een duidelijke structuur en grenzen zijn belangrijk, evenals gezond eten. Er zijn aanwijzingen dat het eten van suiker en kunstmatige kleurstoffen hyperactiviteit verergert.

Uw arts kan medicijnen voorschrijven om de onrust, concentratieproblemen en impulsiviteit te laten verminderen. Het meest voorgeschreven medicijn is methylfenidaat (merknamen: Ritalin, Concerta). Bijwerkingen van deze medicijnen zijn onder andere verminderde eetlust, slaapproblemen en psychische problemen als somberheid. Andere veelgebruikte medicijnen zijn dexamfetamine, clonidine en antidepressiva.

Prognose

Bij de meeste mensen worden de symptomen van ADHD minder bij het ouder worden of verdwijnen ze helemaal. Bij ongeveer een derde van de mensen blijven de klachten hetzelfde.