Wednesday, 20 November 2019

Aids (Acquired Immune Deficiency Syndrome)

Hiv (humaan immuundeficiëntie-virus) tast je afweersysteem aan. Wanneer je daarbij ernstig verlopende infecties en andere symptomen krijgt, heb je aids (Acquired Immune Deficiency Syndrome, oftewel verkregen ziekte van het immuunsysteem). Hoe krijg je hiv en hoe worden hiv en aids behandeld?

Wat is aids?

Hiv tast je immuunsysteem aan, waardoor je gevoeliger wordt voor infecties met andere virussen en bacteriën. Wanneer je afweer zo laag is dat je infecties en andere symptomen krijgt, heb je aids.

In Nederland hebben ongeveer 23.000 mensen hiv, waarvan een klein deel aids heeft. Ongeveer twaalf procent van de mensen met een hiv-infectie weten niet dat ze dit virus hebben opgelopen. Omdat zij geen behandeling krijgen voor hun ziekte, sterven jaarlijks meer dan honderd mensen aan hiv en aids.

Oorzaken

Je kunt alleen aids krijgen door een hiv-infectie. Hiv wordt verspreid via direct contact met bloed, sperma en voorvocht, vaginaal vocht en moedermelk van iemand die het virus zelf heeft. Wanneer het virus in contact komt met je slijmvliezen (bijvoorbeeld de mond, penis of vagina) of bloedbaan, kun je geïnfecteerd raken.

Hiv is een seksueel overdraagbare aandoening (soa). In Nederland is onveilig seksueel contact in 95 procent van de gevallen de oorzaak van de hiv-besmetting. Andere oorzaken zijn:

  • Gebruik van besmette naalden of spuiten, bijvoorbeeld voor drugs.
  • Prikken aan een besmette naald of spuit (vooral bij medisch personeel).
  • Bloedtransfusie met hiv-positief bloed – tegenwoordig is dit in de meeste landen zeldzaam omdat het bloed voor de transfusie op HIV getest wordt.
  • Overdracht van HIV van moeder op kind tijdens de zwangerschap, bevalling of het geven van borstvoeding – de kans op besmetting is kleiner dan een procent wanneer de moeder hiv-remmers gebruikt.

Symptomen

Wanneer je net besmet bent met HIV, heb je meestal geen symptomen. De helft tot ongeveer drie kwart van de besmette mensen krijgt binnen twee tot vier weken huiduitslag en griepachtige verschijnselen, zoals koorts, vermoeidheid, hoofdpijn, spierpijn en keelpijn. Deze gaan vanzelf weer over.

Vaak duurt het na deze eerste fase maanden tot jaren voordat andere symptomen ontstaan. Hiv tast het immuunsysteem steeds verder aan, waardoor je weerstand afneemt. Je krijgt makkelijker infecties met virussen, bacteriën of schimmels, die ernstiger dan normaal kunnen verlopen. Ook ontstekingen van de longen en de huid, kanker en dementie komen vaker voor. In deze fase van de ziekte spreekt men van aids. Je kunt dan ook algemene ziektesymptomen ervaren, bijvoorbeeld koorts, gewichtsverlies, vermoeidheid en nachtzweten.

Daarnaast hebben mensen met hiv vaker dan gemiddeld een andere seksueel overdraagbare aandoening (soa). Je kunt dan bijvoorbeeld huidafwijkingen (vlekken, blaasjes, wratten) rondom je geslachtsdelen krijgen of last krijgen van afscheiding uit de vagina of penis. Ga met deze klachten altijd naar een arts. Voor je arts is een soa een normale aandoening, die goed te behandelen is.

Hoe wordt de diagnose gesteld?

Hiv kan worden aangetoond met bloedonderzoek. Er is geen test waarmee je met zekerheid kunt vaststellen dat je aids hebt. Aids heb je wanneer een hiv-infectie je afweersysteem zodanig heeft beschadigd dat je een hele lage weerstand hebt en infecties en andere symptomen krijgt.

Heb je mogelijk hiv opgelopen, bijvoorbeeld door onveilig seksueel contact of contact met een (mogelijk) besmette naald of spuit? Neem dan zo snel mogelijk contact op met je huisarts of de Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD) voor een hiv-test.

Je lichaam maakt afweerstoffen tegen het virus. De hiv-test meet hoeveel van deze afweerstoffen je in je bloed hebt. Het duurt ongeveer drie maanden voordat je lichaam deze afweerstoffen gemaakt heeft. Meestal kan een hiv-test binnen vier tot zes weken aantonen of je het virus hebt. Is de test negatief, dan moet je de test drie maanden na de mogelijke besmetting herhalen. Het duurt ongeveer een week voordat de uitslag van de hiv-test bekend is. Je arts bespreekt deze uitslag persoonlijk met je.

Je kunt op verschillende plekken een hiv-test laten doen:

  • Je kunt altijd terecht bij je huisarts om je te laten testen op hiv en andere seksueel overdraagbare aandoeningen (soa's).
  • Voor mensen met een verhoogd risico op hiv en andere soa's zijn er soa-poliklinieken bij de GGD.
  • Zwangere vrouwen worden via de verloskundige of gynaecoloog standaard op hiv getest, om te voorkomen dat zij hun baby besmetten.
  • Je kunt er ook voor kiezen om een zelftest te doen. Deze kun je het beste kopen bij een apotheek, zodat je zeker weet dat de test betrouwbaar is.

Je arts mag de uitslag van de hiv-test niet aan iemand anders vertellen zonder jouw toestemming. Heb je hiv of een andere soa? Dan raadt je arts je aan om je huidige en eerdere seksuele partner(s) daarover in te lichten, zodat zij zich ook kunnen laten testen. Als je wilt kunnen de medewerkers van de GGD daarbij helpen door je partner(s) in te lichten zonder dat jouw naam daarbij genoemd wordt.

Risicogroepen

  • Mannen die seks met mannen hebben.
  • Mensen die drugs spuiten.
  • Medisch personeel dat in contact komt met besmette naalden en spuiten.
  • Patiënten die bloedtransfusies krijgen – tegenwoordig is het risico op hiv door bloedtransfusies minimaal.
  • Kinderen van hiv-positieve moeders.

Ongeveer veertig procent van de hiv-positieve mensen komt oorspronkelijk niet uit Nederland. Er heerst in veel andere landen een groot taboe op alles wat met hiv en aids te maken heeft.

Behandeling

Sinds 1996 zijn er hiv-remmers beschikbaar, waarmee het virus wordt afgeremd en je aids voorkomt. Je gebruikt dagelijks een combinatie van verschillende medicijnen. Een internist die gespecialiseerd is in hiv en aids schrijft deze medicijnen voor en controleert je regelmatig.

Door de behandeling wordt het aantal virusdeeltjes in je bloed minder. Als dit aantal zo laag is dat het niet meer te meten is (minder dan 20 hiv-deeltjes per milliliter bloed), is je risico op aids erg laag en kan je het virus niet meer overdragen via seksueel contact.

Prognose

Door dagelijks hiv-remmers te gebruiken kun je niet genezen van hiv maar wel voorkomen dat je aids krijgt. Daarmee is de levensverwachting van hiv-positieve mensen tegenwoordig ongeveer net zo lang als die van mensen zonder hiv.