maandag, 23 september 2019

Hoog cholesterol (hypercholesterolemie)

Een hoog cholesterol (hypercholesterolemie) is geen ziekte op zich. Wel verhoogt een te hoog cholesterol je risico op hart- en vaatziekten. Het risico is vooral hoger wanneer je te veel LDL-cholesterol hebt ten opzichte van HDL-cholesterol. Welke soorten cholesterol zijn er en hoe verlaag je je cholesterolgehalte?

Wat is een te hoog cholesterol?

Cholesterol is een vet dat je lichaam nodig heeft om cellen, gal en hormonen aan te maken en schade aan weefsels te repareren. Je lever maakt ongeveer negentig procent aan van de cholesterol dat je nodig hebt. De rest haal je uit je voeding.

Cholesterol wordt in het bloed vervoerd door bepaalde eiwitten (lipoproteïnen). Je lichaam heeft verschillende soorten lipoproteïnen, waaronder HDL (high density lipoprotein, oftewel hoge-dichtheid lipoproteïne) en LDL (low density lipoprotein, oftewel lage-dichtheid lipoproteïne). HDL verwijdert cholesterol uit het bloed en vervoert het naar de lever, waar de cholesterol wordt afgebroken.

Wanneer cholesterol aan LDL bindt, kan het LDL-cholesterol makkelijk aan de wanden van je bloedvaten blijven plakken. Er ontstaan dan ophopingen van vetten en eiwitten (plaques) en je bloedvaten slibben langzaam dicht. Wanneer een bloedvat helemaal dichtzit, krijgt een orgaan minder zuurstof en kan het gedeeltelijk afsterven. Je hebt dan bijvoorbeeld een hartaanval (hartinfarct) of een beroerte (herseninfarct). Een te hoog cholesterol (vooral LDL-cholesterol) is geen ziekte op zich, maar verhoogt wel je risico op hart- en vaatziekten.

Oorzaken

De lever zorgt ervoor dat het cholesterolgehalte in het bloed normaal blijft. Een ongezonde leefstijl met weinig lichaamsbeweging, roken en het eten van veel verzadigd vet en veel suiker zorgt voor een hoog cholesterol en vooral het LDL-cholesterol. Ook overgewicht en suikerziekte (diabetes) vergroten de kans op een hoog cholesterol, net als een traag werkende schildklier (hypothyreoïdie).

Eén op de 250–450 mensen heeft een erfelijke stoornis in de vetstofwisseling, waardoor hun lichaam te veel cholesterol aanmaakt. De meest voorkomende vorm is familiaire hypercholesterolemie (FH).

Symptomen

Meestal merk je niet dat je een te hoog cholesterol hebt.

Symptomen die kunnen wijzen op een hoog cholesterol zijn:

  • gelige bultjes rond de oogleden (xanthelasma)
  • geel-witte ring om het gekleurde deel van het oog (iris)
  • verdikkingen op de pezen van de handen, voeten en enkels

Wanneer je cholesterolgehalte gedurende lange tijd te hoog is, kunnen je bloedvaten dicht gaan zitten. Daardoor krijgen je organen te weinig bloed en zuurstof. Je kunt dan last krijgen van bijvoorbeeld nierschade, pijn op de borst (angina pectoris), een hartaanval (hartinfarct) of een beroerte (herseninfarct).

Hoe wordt de diagnose gesteld?

Je cholesterolgehalte wordt gemeten met een bloedonderzoek. Je moet daarvoor nuchter zijn, dat wil zeggen dat je in de twaalf uur ervoor niets gegeten en gedronken hebt, behalve water en thee zonder suiker. Je arts laat verschillende bloedwaarden meten, die elk een gezonde streefwaarde hebben:

  • Totaalcholesterol: onder de 5,0 mmol/L.
  • LDL-cholesterol: onder de 2,5 mmol/L.
  • HDL-cholesterol: geen streefwaarde; een HDL-cholesterol boven de 1,0 mmol/L voor mannen en boven de 1,2 mmol/L voor vrouwen wijst op een lager risico op hart- en vaatziekten.
  • Triglyceriden: geen streefwaarde; een triglyceridengehalte onder de 1,7 mmol/L wijst op een lager risico op hart- en vaatziekten.

Je arts kijkt ook naar de verhouding tussen het LDL-cholesterol en HDL-cholesterol. Dit wordt de cholesterolratio genoemd. Je berekent dit door je totale cholesterol (HDL + LDL) te delen door je HDL-gehalte. Deze cholesterolratio kan het beste kleiner zijn dan vijf.

Artsen raden aan om je cholesterolgehalte te laten controleren in de volgende situaties:

  • Je hebt suikerziekte (diabetes) of een hoge bloeddruk.
  • Je hebt overgewicht.
  • Je rookt en bent ouder dan vijftig jaar.
  • Je hebt een hart- of vaatziekte of symptomen die daarop wijzen, zoals pijn op de borst of pijn in de benen bij het lopen.
  • Je nieren werken minder goed.
  • Eén of meer van je naaste familieleden (ouders, broers en zussen) heeft een hart- of vaatziekte gehad voor de leeftijd van 65 jaar.
  • Eén of meer van je naaste familieleden (ouders, broers en zussen) heeft een te hoog cholesterol (boven de 8,0 mmol/L).

Risicogroepen

Een te hoog cholesterol wordt meestal veroorzaakt door een ongezonde leefstijl. Mensen die roken of overgewicht hebben, hebben vaker een hoog cholesterol. Ook het eten van veel verzadigd vet verhoogt het cholesterol.

Ook zijn er verschillende erfelijke ziektes waardoor je hypercholesterolemie kunt krijgen:

  • Familiaire hypercholesterolemie (FH) komt voor bij ongeveer een op de 250 Nederlanders. Mensen met FH hebben vaak al op jonge leeftijd een sterk verhoogd cholesterol.
  • Familiair defectief apolipoproteïne B (FDB). FDB lijkt op FH en wordt soms FH2 genoemd.
  • Familiaire gecombineerde hyperlipidemie (FCH). Mensen met FCH hebben een te hoog cholesterol en LDL-cholesterol en een te laag HDL-cholesterol, vaak in combinatie met overgewicht, hoge bloeddruk en diabetes.
  • Erfelijk laag HDL-cholesterol. Dit gaat vaak samen met verhoogde triglyceriden.

Behandeling

Een gezonde leefstijl is belangrijk om een hoog cholesterol te behandelen. Beweeg voldoende, rook niet en zorg voor een gezond gewicht. Je arts, fysiotherapeut of diëtist kan je helpen een gezond leefpatroon aan te houden.

Gebruik zo min mogelijk verzadigde vetten in bijvoorbeeld volvette zuivelproducten en kaas, koek en snacks. Vervang harde vetten door onverzadigde vetten, zoals olie en halvarine. Eet niet te veel paling, garnalen, orgaanvlees en eieren. Plantaardige producten, noten en vette vis verlagen het cholesterol en vooral het LDL-cholesterol.

Aan sommige voedingsmiddelen zijn plantaardige sterolen en stanolen toegevoegd. Deze stoffen verminderen de opname van cholesterol uit je voeding en verhogen de uitscheiding van cholesterol. Zo verlagen ze je cholesterolgehalte.

Je arts kan ook medicijnen voorschrijven die het cholesterol verlagen, zoals statines. Dit is niet altijd nodig. Artsen adviseren cholesterolverlagers wel altijd bij mensen met hart- en vaatziekten, diabetes en een erfelijke hypercholesterolemie.

Prognose

Met een gezonde leefstijl en eventueel medicijnen kun je je cholesterolgehalte verlagen. Wanneer je risico op hart- en vaatziekten verhoogd is of je cholesterolverlagende medicijnen gebruikt, adviseren artsen om regelmatig je cholesterolgehalte te laten controleren. Hoe vaak de controles plaatsvinden, hangt af van je risico op hart- en vaatziekten. Deze controles kunnen plaatsvinden bij de huisarts of praktijkondersteuner, maar ook bij een internist of cardioloog.