maandag, 23 september 2019

Check moedervlek

Wist je dat slechts 10 procent van alle gevallen van huidkanker het gevaarlijke melanoom betreft? En dat de overlevingskans van melanoom 80 procent is? Zeven opvallende feiten over ‘verdachte moedervlekken’.

Een moedervlek is niets meer en niets minder dan een ophoping van pigmentcellen in de huid. Waarom zo’n ophoping ontstaat is onduidelijk, maar het is een heel normaal verschijnsel. Hoe meer tijd je als kind (onbeschermd) in de zon hebt doorgebracht, hoe groter het aantal moedervlekken. Ook erfelijkheid speelt een rol. Een enkele moedervlek is aangeboren, maar de meeste ontstaan tussen het 3de en het 20ste jaar.

Krijg je op latere leeftijd nieuwe moedervlekken, dan zijn die per definitie ‘verdacht’. Na het 50ste jaar neemt het aantal moedervlekken vaak af. Het is niet bekend waarom dat gebeurt. Let op: kwaadaardige moedervlekken verdwijnen niet met het ouder worden. Reden om vanaf je 50ste extra alert op verdachte plekjes te zijn.

Elke verandering in een moedervlek is verdacht.

Gewone moedervlekken – bol, zacht en egaal van kleur – worden zelden kwaadaardig. De kans daarop is minder dan één op een miljoen. Maar er bestaan ook onrustige – in medische termen ‘atypische’ – moedervlekken. Die kunnen uitgroeien tot een gevaarlijke vorm van huidkanker, ook wel melanoom genaamd. Verandert een moedervlek van vorm, of gaat hij jeuken of bloeden, dan kan er sprake zijn van een ontwikkeling in een kwaadaardige richting. Zo’n onrustige moedervlek ziet er anders uit dan een gewone moedervlek. Hij is asymmetrisch – dus niet netjes rond of ovaal – en heel vlak. In tegenstelling tot een normale moedervlek, die een duidelijke, strakke omlijning heeft, zijn de contouren van een atypische moedervlek vaag. Vaak heeft hij verschillende kleuren: lichtbruin, donkerbruin, zwart, grijs. Een verdachte moedervlek is meer dan 5 millimeter groot, een melanoom meestal meer dan 10 millimeter. Omdat een melanoom snel kan uitzaaien, is het verreweg de gevaarlijkste vorm van huidkanker. Melanoom betekent letterlijk ‘zwart gezwel’.

Zonder zon geen melanoom.

Onder invloed van de UV-stralen in het zonlicht kunnen de pigmentcellen in de huid zich ongecontroleerd gaan delen. Omdat het lichaam van nature in staat is beschadigde cellen te repareren, stopt dat proces meestal vanzelf. Maar in sommige gevallen gebeurt dat niet en vormt er zich een kwaadaardig huidgezwel: een melanoom. Het overgrote deel van de melanomen ontwikkelt zich uit een moedervlek. Verreweg de grootste risicofactor voor de ontwikkeling van een melanoom is de zon; alleen erfelijke vormen (zo’n 10 procent van het totaal) kunnen zonder blootstelling aan zonlicht ontstaan. Vooral periodes van korte, maar heftige blootstelling aan de zon – zoals onder de zonnebank of tijdens het bakken op het strand – zijn gevaarlijk. Andere factoren die de kans op het ontstaan van een melanoom (licht) verhogen zijn:

  • een lichte huid die moeilijk bruin wordt en snel verbrandt;
  • meer dan vijftig gewone of meer dan drie onrustige moedervlekken;
  • twee of meer eerstegraads familieleden met een melanoom.

In vergelijking met andere Europese landen komen melanomen in Nederland relatief vaak voor; bij vrouwen staat het melanoom op vijf in de top tien van meest voorkomende kankersoorten, bij mannen op acht. Het aantal gevallen stijgt al jaren gestaag. Dat komt waarschijnlijk omdat Nederlanders fervente zonaanbidders zijn. Bovendien maken wij ons, samen met de Zweden, van alle Europeanen het minst zorgen over huidkanker. Met als gevolg dat we te laat naar de huisarts gaan met een verdachte moedervlek.

Controleer vooral rug en benen, want die zijn gevoeliger voor melanomen.

Per jaar wordt naar schatting bij zo’n 30.000 mensen huidkanker vastgesteld. Het overgrote deel daarvan is kanker van de opperhuid (een basaalcelcarcinoom of plaveiselcelcarcinoom). Deze kankervormen ontstaan wél door de zon, maar níet uit een moedervlek. In minder dan 10 procent van alle gevallen van huidkanker is er sprake van een melanoom. Een melanoom treft vooral mensen boven de 50 jaar. Krijgt iemand op jongere leeftijd een melanoom, dan gaat het dikwijls om een erfelijke variant van de ziekte. Melanomen kunnen overal op het lichaam voorkomen, zelfs onder de hoofdharen. Sommige lichaamsdelen zijn er echter ‘gevoeliger’ voor dan andere. Bij mannen is dat vooral de rug, bij vrouwen zijn dat de rug en de benen.

Huisartsen zien maar eens per twee jaar een melanoom. 

In totaal worden er zo’n 2500 melanomen per jaar ontdekt. Dat betekent dat een huisarts gemiddeld eens in de twee jaar een patiënt met een melanoom op zijn spreekuur krijgt. Met zo weinig ‘voorbeelden’ kan het lastig zijn om de juiste diagnose te stellen. Vandaar dat een verdachte moedervlek in principe altijd wordt verwijderd. Afhankelijk van de soort moedervlek en zijn eigen expertise doet een huisarts dat zelf of verwijst hij door naar een dermatoloog. Een dermatoloog heeft wél veel ervaring met het beoordelen van verdachte moedervlekken. Bovendien kan hij gebruikmaken van hulpmiddelen die de huisarts niet heeft, zoals een dermatoscoop. Dat is een instrument dat de moedervlek tien maal uitvergroot. Op die manier worden afwijkingen in de vorm of kleur beter zichtbaar. Tot een paar jaar geleden bestonden er lange wachtlijsten voor de dermatoloog, maar tegenwoordig kun je er binnen een paar weken terecht. Bij zeer verdachte moedervlekken is dat zelfs al binnen een paar dagen. Steeds meer ziekenhuizen hebben bovendien een speciaal ‘moedervlekkenspreekuur’. Daar zijn de dermatoloog, de chirurg en de oncoloog tegelijk aanwezig om mensen met verdachte moedervlekken zo goed en zo snel mogelijk te helpen.

Ruim 80 procent van de patiënten overleeft een melanoom

Een arts zal een verdachte moedervlek altijd verwijderen. Dat gebeurt door de plek onder plaatselijke verdoving weg te snijden. Het verwijderde weefsel gaat naar het laboratorium voor nader onderzoek. Als blijkt dat er sprake is van een melanoom, dan wordt dezelfde plek nogmaals geopereerd. Afhankelijk van de dikte van de tumor wordt voor de zekerheid 1 à 2 centimeter extra weefsel verwijderd. Vervolgens onderzoekt de arts met zijn handen de dichtstbijzijnde lymfklieren op uitzaaiingen. Voelt hij iets verdacht, dan hij zal een echo of eventueel een CT-scan van dat gebied laten maken. Zeven tot veertien dagen na de tweede operatie worden de hechtingen uit de wond verwijderd. Bij dunne melanomen (van 1 millimeter of minder) is daarna in principe geen controle meer nodig. Bij dikkere melanomen wordt de patiënt nog een aantal jaren gevolgd. Een uitgezaaide melanoom is erg gevaarlijk, maar gelukkig wordt de tumor meestal ontdekt en verwijderd vóór hij zich kan verspreiden. In de meeste gevallen hebben mensen met een melanoom dan ook een heel goede prognose: ruim 80 procent van hen overleeft de eerste vijf jaar. Bij vroege opsporing stijgt dat percentage zelfs naar 90 procent. Het overgrote deel van de patiënten krijgt na verwijdering nooit meer nieuwe klachten.

Zelfcontrole loont.

Het is verstandig om je lichaam regelmatig op veranderende of nieuwe moedervlekken te controleren. Doe dat bijvoorbeeld op de eerste dag van elk kwartaal. Vaker heeft geen zin, want dan vallen veranderingen niet meer op. Een moedervlek die je speciaal in de gaten wilt houden, kun je met een centimeter ernaast op de foto zetten. Dat maakt het makkelijk om na drie maanden te zien of hij veranderd is van omvang, vorm of kleur. Heb je drie of meer onrustige moedervlekken, of twee of meer eerstegraads familieleden met een melanoom? Laat je moedervlekken dan jaarlijks door een dermatoloog inspecteren.

Wanneer naar de dokter?

  • Als de moedervlek groter of dikker wordt.
  • Als de moedervlek van kleur verandert.
  • Als de moedervlek van vorm en/of omtrek verandert, en de rand onregelmatig wordt.
  • Als de moedervlek gaat jeuken.
  • Als de moedervlek begint te bloeden.
  • Als er een zweertje of korstje op de moedervlek komt.

Bron(nen):