zondag, 23 februari 2020

De baby komt eraan

De bevalling

Na 9 maanden (soms iets langer en soms iets korter) wachten, is het dan eindelijk zover; de bevalling begint! Je hoeft niet bang te zijn dat de bevalling ongemerkt inzet. Je voelt duidelijk wanneer de weeën beginnen of de vliezen breken.

De volgorde waarmee een bevalling begint, is niet bij iedere vrouw hetzelfde. Misschien breken eerst de vliezen voordat je weeën voelt. In ieder geval weet je zeker dat je baby eraan komt als je vruchtwater bent verloren en de krampen in je buik regelmatig terugkeren.

Gebroken vliezen

Meestal voel je een klein 'knapje' wanneer de vliezen breken. Als de vliezen onderaan in de baarmoeder breken, dan verlies je opeens veel vruchtwater. Breken de vliezen hoog in de baarmoeder, dan verlies je steeds beetjes vocht. Het vruchtwater moet helder van kleur zijn met kleine vlokjes erin.

Het is handig om wat vruchtwater op te vangen in een glas. De verloskundige kan aan het vruchtwater namelijk zien of de baby in het water gepoept heeft. Het vruchtwater is dan groen of bruin van kleur. Dit kan betekenen dat de baby het benauwd heeft. Je moet dan meteen naar het ziekenhuis.

Nadat de vliezen zijn gebroken, hebben de weeën ruim baan omdat dan ook vaak de slijmprop voor de baarmoedermond is verdwenen. Bel altijd de verloskundige als je denkt dat je vliezen zijn gebroken. Zij maakt dan sowieso vast een afspraak in het ziekenhuis.

Als de weeën namelijk na 24 uur nog niet begonnen zijn, word je opgenomen. Er kunnen na het breken van de vliezen namelijk makkelijk infecties ontstaan, omdat de steriele afsluiting van de baarmoeder verdwenen is.

Weeën

De verloskundige spreekt van een wee als je ongeveer een uur lang elke vijf minuten een pijnlijke, harde buik hebt die ongeveer zestig seconden aanhoudt. Door een zwangerschapscursus te volgen, kun je leren hoe je de weeën het beste opvangt. Bij veel vrouwen helpt warmte tegen de pijn. Een warme douche of bad, of een warme kruik kan iets van de spanning wegnemen.

Je hoeft niet in paniek te raken. Zoek liever een lekker plekje waar je de weeën rustig kunt laten komen. Bij sommige vrouwen komen de weeën netjes achter elkaar met regelmatige tussenpozen, anderen ervaren een weeënstorm die meteen heftig opzet.

Met de verloskundige moet je afspreken wanneer het juiste moment is om haar te bellen. Bij een eerste kind gaat de verloskundige vaak uit van een uur lang weeën die om de drie minuten terugkeren. Bij een volgend kind is dat vaak bij weeën om de vijf minuten die als krachtig worden ervaren. Je kunt er van uitgaan dat je direct moet bellen bij:

  • vruchtwaterverlies, weeën of bloedverlies voor de 37e week van de zwangerschap
  • gebroken vliezen
  • groen of bruin vruchtwater
  • flinke weeën die een uur lang regelmatig terugkeren
  • ruim, helderrood bloedverlies (meer dan bij een menstruatie)

Hoe ga je bevallen

Als het zover is, heb je natuurlijk allang nagedacht over hoe je wilt bevallen. De keuze ziekenhuis of thuis heb je vast al gemaakt, maar wist je dat je bijvoorbeeld ook in bad kunt bevallen? Je kunt trouwens ook beide regelen: ziekenhuis en thuis. Je weet toch pas echt hoe het voelt als je bezig bent.

Een overzichtje van de mogelijkheden:

  • Bevallen in het water: je kunt in (een gehuurd) bad bevallen. Veel vrouwen vinden het prettig voelen, omdat het water de pijn verlicht.
  • Het romarad: het lijkt een beetje op een kermisattractie, maar het is een soort schommelstoel waarin je verticaal kunt bevallen. De doorgang naar het bekken is het ruimst als je zit.
  • De baarkruk: eigenlijk hetzelfde principe als het romarad, maar het is meer een kruk waarop je zit. Ook voor je partner wel handig, hij kan erachter gaan zitten als steun of om je te masseren.

Trouwens, als er geen complicaties zijn kun je staand, zittend, liggend op je rug, op je zij, op handen en knieën bevallen wanneer je wil.

De bevalling

Het is natuurlijk heel lastig een gemiddelde bevalling weer te geven. Een bevalling verschilt echt per vrouw. Wel zijn bij iedere bevalling duidelijk drie fasen te onderscheiden.

Fase 1: De ontsluitingstijd
De eerste weeën dienen om de baarmoedermond wijder te maken. De baarmoedermond moet 'opengaan'. Anders gezegd: je kindje heeft de ruimte nodig om er straks doorheen te kunnen.

Meestal duurt deze fase twaalf tot veertien uur. Bij een eerste kindje kan het iets langer duren. Als je tien centimeter ontsluiting hebt, is de baarmoedermond verdwenen en mag er begonnen worden met persen.

Fase 2: De uitdrijving
Het kindje gaat zijn of haar weg zoeken naar de uitgang. De weeën zijn nu sterker en meestal krijg je persdrang. Het hoofdje is na verloop van tijd te zien voor de vagina, maar glijdt af en toe nog terug. Als het hoofdje 'staat', dus niet meer terugglijdt, mag je niet meer persen. De volgende weeën zullen het kindje eruit 'drijven'.

Zodra je kindje eruit is, wordt de navelstreng doorgeknipt en mag hij wat bijkomen en op zoek gaan naar de borst. Zorg dat dit een rustig moment is. Een klein beetje helpen mag, maar de baby kan heel goed zelf initiatief tonen. Door de zuigkracht van de baby wordt bovendien de nageboorte gestimuleerd.

Fase 3: De nageboorte
In de laatste fase wordt de placenta (moederkoek) geboren. Via dit orgaan is je kindje negen maanden lang gevoed. Voor de ene vrouw is deze nageboorte heviger dan voor de andere. Meestal komt de moederkoek binnen tien minuten tot een half uur na de geboorte van je kindje. Deze nageboorte laat een wond achter in de baarmoeder, waardoor je nog enkele weken zal vloeien.