zaterdag, 2 juli 2022

Bij mensen die depressief blijven meer symptomen die elkaar beïnvloeden

De interactie tussen depressiesymptomen voorspelt of patiënten die depressief zijn wel of niet gaan opknappen. Dit blijkt uit onderzoek van psychiaters en psychologen van het UMCG en de UvA.

Claudia van Borkulo keek naar de ontwikkeling van patiënten die bij de start van de studie depressief waren. Zij volgde hen twee jaar. Sommige patiënten waren op dat moment nog steeds depressief, anderen waren opgeknapt. Op basis hiervan werden zij ingedeeld in twee groepen.

Er was geen verschil tussen de groepen patiënten bij de eerste meting; ze waren allen depressief en ook de ernst van hun depressie verschilde niet erg.

Sterker netwerk van symptomen

Het bleek dat het netwerk (de interactie tussen depressiesymptomen) van degenen die niet opknapten veel sterker onderling verbonden was dan dat van de opknappers. Een gebeurtenis, stemming of andere factor zou op hen daardoor meer invloed kunnen hebben. Dit suggereert dat bij mensen met een chronische depressie, symptomen elkaar versterken en daarmee de depressie in stand houden. Bij de opknappers zit geen duidelijk patroon in combinaties van symptomen en zijn die minder sterk met elkaar verbonden.

Behandelplan

Dit inzoomen op individuele symptoompatronen kan helpen bij het bepalen van een individueel behandelplan voor patiënten met depressie. Met behulp van bijvoorbeeld de smartphone kan een patiënt enkele malen per dag vastleggen welke symptomen bij hem aanwezig zijn en hoe die samenhangen met omstandigheden en activiteiten. Patiënt en behandelaar hebben daarmee een veel beter beeld van hoe vaak en hoe lang die klachten op een dag aanwezig zijn, waar ze mee samenhangen en hoe de klachten elkaar beïnvloeden.

De onderzoekers gebruikten gegevens van de Nederlandse Studie naar Depressie en Angst (NESDA), waarin 3000 patiënten en gezonde personen inmiddels 9 jaar gevolgd worden. Zij publiceerden hun bevindingen in JAMA Psychiatry.
 

Trefwoorden:
Bron(nen):