zaterdag, 14 december 2019

Veilig stoppen met antidepressiva

Nieuw onderzoek naar afbouwen

Mensen die met behulp van antidepressieve middelen hersteld zijn van een angststoornis blijven vaak lang antidepressiva slikken uit vrees dat de klachten weer terugkomen. In drie antidepressiva afbouwgroepen in Nederland wordt onderzocht of het onder professionele begeleiding afbouwen van pillen helpt om de kans op het terugkeren van angstklachten te verkleinen.

Een op de vijf Nederlanders krijgt ooit te maken met een angststoornis. Angststoornissen zijn meestal goed te behandelen, maar op de langere termijn kunnen de klachten terugkomen, zeker als de antidepressieve medicijnen worden verminderd of stopgezet. Om die reden blijven veel mensen onnodig lang antidepressiva gebruiken en nemen ze de bijwerkingen maar voor lief. Die situatie kan soms vele jaren voortduren.

Onderzoek

Naar het voorkomen van terugval bij angststoornissen is nog maar weinig onderzoek verricht. Om die reden hebben GGZinGeest en de afdeling psychiatrie van VUmc Amsterdam samen met de instellingen GGZ Centraal (Ermelo) en Academisch Angstcentrum Utrecht het MASTER-onderzoek opgezet. Dat staat voor Medicatieafbouw Angst Studie TERugvalpreventie.

Gezamenlijk afbouwen

In de studie wordt onderzocht of het gezamenlijk afbouwen van antidepressiva in een groep leidt tot een lagere kans op terugkeer van klachten. De studie kijkt ook naar de resultaten van mensen die niet in groepsverband maar individueel hun medicatie afbouwen, samen met een psychiater.

Mensen die willen deelnemen aan het onderzoek kunnen terecht bij drie gespecialiseerde poliklinieken voor mensen met angststoornissen, in Amsterdam, Ermelo en Utrecht. De voor het onderzoek geschikte deelnemers zijn volwassen mensen die hersteld zijn van een angststoornis en er nog medicijnen voor gebruiken.

Lotgenoten

Het MASTER-onderzoek loopt sinds het voorjaar van 2010. Hoewel het nog te vroeg is voor wetenschappelijke conclusies, is het volgens psychotherapeut en onderzoeker bij GGZ inGeest Willemijn Scholten al wel duidelijk dat de deelnemers het als heel prettig ervaren dat ze in een kleine groep met lotgenoten kunnen werken aan de afbouw van hun medicijnen.

Ontwenning

"De deelnemers maken elke twee weken een stap in de afbouw van antidepressiva", vertelt Scholten. "Daarbij kunnen zich ontwenningsverschijnselen voordoen, waardoor mensen soms weer angstig kunnen worden. Die verschijnselen hebben te maken met het ontwennen en niet met de terugkeer van de angststoornis." Het gezamenlijk herkennen van de verschijnselen en de steun van de groep en de begeleiders maken dat de deelnemers zich veilig voelen en daardoor gemotiveerd blijven om van de medicijnen af te komen, zegt Scholten.

Afbouwgroepen

De afbouwgroepen worden begeleid door een psychiater en een cognitief gedragstherapeut. De therapie is er op gericht angstigmakende gedachten te herkennen en er mee te leren omgaan, zodat ze geen bedreiging meer vormen. De groepstraining bestaat uit acht tweewekelijkse sessies van 2,5 uur. De deelnemers voeren in de periode van de training hun eigen terugvalpreventieplan uit. Er wordt ook huiswerk meegegeven.

Na afloop van de training houden de begeleiders nog een jaar contact, om op de hoogte te blijven en voor begeleiding als zich toch een terugval mocht voordoen. Want ondanks de begeleide afbouw van antidepressiva lukt niet bij iedereen om een terugkomst van de angststoornis te voorkomen.