dinsdag, 17 september 2019

Slaapmiddelen & antidepressiva: stoppen of doorgaan

Verslavend of niet?

Slaap- en kalmeringspillen slikken we vaak langer dan goed voor ons is. En antidepressiva soms juist niet lang genoeg. Hoe kom je erachter wat voor jou het beste is? 

Slaap- en kalmeringsmiddelen, benzodiazepines genaamd, zijn verslavend als je ze dagelijks slikt. Slaappillen al na veertien dagen. Kalmeringsmiddelen – omdat ze langzamer worden opgenomen – pas na acht weken. Artsen mogen slaapmiddelen daarom eigenlijk maar voor twee weken voorschrijven en kalmeringsmiddelen hooguit twee maanden.

Risico’s

Toch slikken veel mensen ze veel langer dan goed is. In 2012 kregen 1,6 miljoen Nederlanders minstens één keer een benzodiazepine via de apotheek, blijkt uit cijfers van de Stichting Farmaceutische Kengetallen. Naar schatting een kwart tot een derde van hen gebruikt het middel chronisch. Dat zijn minstens 400.000 mensen.

“De meesten hebben ooit een periode van stress of verdriet meegemaakt”, zegt hulpverleenster Marielle Brenninkmeijer van Tactus Verslavingszorg. "Van hun huisarts kregen ze een slaap- of kalmeringsmiddel en voor ze het in de gaten hadden, konden ze niet meer zonder."

Wie wil afkicken van slaap- of kalmeringsmiddelen kan in elke stad en regio terecht bij instellingen voor verslavingszorg. Afkicken via internet kan ook. Marielle Brenninkmeijer begeleidt patiënten die via een internetbehandeling (www.benzodebaas.nl) willen stoppen met benzodiazepines.

De helft van haar patiënten gebruikt deze middelen al langer dan tien jaar. Dat is niet zonder risico. Al is het nauwelijks merkbaar, slaap- en kalmeringsmiddelen tasten het geheugen en het concentratievermogen aan. Dat kan bijvoorbeeld leiden tot verkeersongelukken. Ook is de kans op valpartijen en botbreuken anderhalf keer zo groot. Dat komt doordat benzodiazepines de spieren verslappen.

Antidepressiva

Van slaap- en kalmeringsmiddelen is het glashelder hoelang artsen ze officieel mogen voorschrijven: maximaal twee weken (slaapmiddelen) tot twee maanden (kalmeringsmiddelen). Maar hoelang kun je antidepressiva slikken? Dat is helaas niet zo duidelijk.

Wie heeft ze echt nodig, wie niet, hoelang kun je ze gebruiken: dat blijkt erg moeilijk te doorgronden. Als gevolg daarvan gebruiken sommige mensen die er baat bij zouden kunnen hebben ze niét en anderen die er géén baat bij hebben gebruiken ze juist wél, soms zelfs veel te lang.

Opnieuw depressief

In Nederland kregen in 2012 1,1 miljoen mensen minstens één keer een antidepressivum van de apotheek, aldus de Stichting Farmaceutische Kengetallen. Hoeveel mensen het middel terecht dan wel onterecht gebruiken, is niet bekend. Wat weten we wel?

"Bij patiënten met een lichte of matige depressie werken antidepressiva nauwelijks beter dan een nepmiddel ofwel placebo", zegt prof. dr. Claudi Bockting, psychotherapeute en adjunct-hoogleraar klinische psychologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Bockting: "Jaren geleden is al aangetoond dat cognitieve gedragstherapie voor deze patiënten in de meeste gevallen zinvoller is. Alleen voor mensen met een herhaalde zware depressie, die eerder goed hebben gereageerd op antidepressiva, heeft het zin om ze te blijven slikken."

Bij een depressie wordt aanbevolen om pas een half jaar ná het herstel met de pillen te stoppen. Dat wil zeggen: als het om de eerste depressie gaat. Wordt iemand opnieuw depressief, dan is het advies om na het herstel van die nieuwe depressie nog anderhalf tot twee jaar door te slikken. De kans dat je na één depressie opnieuw depressief wordt, is 50 procent. Na twee depressies is die kans 70 procent. En na drie 90 procent.

In de praktijk blijven veel depressieve patiënten hun pillen levenslang doorslikken. Artsen schrijven ze vaak langdurig voor om een nieuwe depressie te voorkomen. Toch stoppen veel patiënten eerder met hun antidepressiva dan verstandig is. Liefst driekwart van de mensen met meerdere depressies stopt te vroeg, of neemt de medicijnen zo onregelmatig in dat het effect verloren gaat.

Onvoorspelbaar

Bovenstaande cijfers zijn gebaseerd op onderzoeken met grote groepen patiënten; het zijn gemiddelden. "Maar ‘de gemiddelde patiënt’ bestaat niet", zegt Claudi Bockting.

"Daarom is het ook mogelijk dat iemand met een zware depressie geen baat heeft bij antidepressiva. En iemand met een lichte depressie juist wel. En niet bij iedereen met een lichte depressie helpt cognitieve gedragstherapie goed. En soms kunnen mensen ook na meerdere depressies goed functioneren zonder medicijnen. Bij iedere patiënt moet je kortom zoeken naar de beste behandeling."

Hoe kun je veilig stoppen of doorgaan met deze middelen? Een aantal tips op een rij. 

Bron(nen):