Gezondheidsnet.nl maakt gebruik van cookies: functioneel, om instellingen en voorkeuren te onthouden, voor beter en eenvoudiger navigeren en inloggen; analytisch, om bezoeken bij te houden en te bestuderen; voor commerciële doeleinden, om bij te houden hoe vaak bepaalde advertenties zijn getoond en geklikt; voor targeting doeleinden, om advertenties op uw interesses te kunnen aanpassen en zodat andere sites ook gerichte advertenties kunnen tonen. Door hiernaast op akkoord te klikken, of door gebruik te blijven maken van deze website gaat u hiermee akkoord. Lees voor meer informatie ons Cookiebeleid.

Akkoord
vrijdag, 26 mei 2017

Diagnose autisme vaker in regio Eindhoven

CAMBRIDGE - Recent onderzoek van de Cambridge Universiteit bevestigt dat de diagnose autisme vaker voor lijkt te komen in een regio met een sterke ict-sector, zoals Eindhoven.

Professor Simon Baron-Cohen, directeur van het Autism Research Centre (ARC) aan de Universiteit van Cambridge, leidde het onderzoek samen met dr Rosa Hoekstra (Nederlands autisme-onderzoekster). Het onderzoek vond plaats in drie regio’s in Nederland: de regio Eindhoven, de regio Haarlem en Utrecht-stad.

De onderzoeksresultaten sluiten aan bij eerder onderzoek van onder andere het Autisme Steunpunt Zuidoost Brabant dat in samenwerking met het Kohnstamm-instituut van de Universiteit van Amsterdam een inventarisatie maakte van autisme in het basisonderwijs in Zuidoost Brabant. Hieruit bleek dat rondom Eindoven twee keer zoveel autistische kinderen op school zaten als in de rest van het land.

Systemizing
Het onderzoeksteam verwachtte dat autisme spectrum stoornissen (ASS) vaker zouden voorkomen in een regio waar veel systemizers wonen. Systemizing verwijst naar de drang om systemen te doorgronden, om te snappen hoe systemen werken en zich zullen gedragen, om ze te controleren en om nieuwe systemen te bouwen. Dit soort vaardigheden zijn erg belangrijk in vakgebieden zoals (werktuig)bouwkunde, informatica, natuurkunde en wiskunde.

Familiaal verband
Er waren eerder al aanwijzingen voor een familiaal verband tussen het talent voor systemizing en autisme. Vaders en grootvaders van kinderen met ASS werken vaker in de werktuigbouwkundige sector en wiskundigen hebben vaker dan anderen een broer of zus met autisme. Ook hebben studenten in de technische en natuurwetenschappen meer autistische karaktertrekken dan studenten in andere vakgebieden.

Dit bracht de onderzoekers ertoe de prevalentie van ASS te vergelijken in drie verschillende regio’s. De regio Eindhoven werd gekozen vanwege de sterke ict-sector aldaar. 30 Procent van de banen in Eindhoven zijn in de techniek of ict. De onderzoekers selecteerden de regio’s Haarlem en Utrecht omdat deze een vergelijkbaar inwonersaantal en socioeconomische status hebben, maar minder banen in de techniek en ict (16 respectievelijk 17 procent).

Andere ontwikkelingsstoornissen
In elke regio werden alle basis- en middelbare scholen aangeschreven. Er werd gevraagd naar het totaal aantal kinderen op de school en naar het aantal kinderen met een klinische ASS diagnose. Ter controle werd ook gevraagd naar het aantal kinderen met twee andere ontwikkelingsstoornissen, ADHD en dyspraxie.

In totaal gaven de deelnemende scholen in de drie regio’s diagnostische informatie over 62.505 kinderen. Op basis van de door scholen gerapporteerde aantallen werd de prevalentie van ASS geschat op 229 per 10.000 in de regio Eindhoven. Dit was significant hoger dan de prevalentie in de regio’s Haarlem (84 per 10.000) en Utrecht-stad (57 per 10.000). De prevalentie van de twee controlecondities ADHD en dyspraxie daarentegen was gelijk in de drie regio’s.

Baron-Cohen: "Deze resultaten zijn in overeenstemming met het idee dat in regio’s waar ouders naar toe worden getrokken vanwege banen waar systemizing vaardigheden voor nodig zijn, het percentage kinderen met autisme hoger ligt. Dit zou verklaard kunnen worden door een mogelijk genetisch verband tussen het talent voor systemizing in ouders en een hoger risico op autisme in hun kinderen. Dit zou ook kunnen verklaren waarom genen voor autisme in de populatie blijven voortbestaan: sommige van deze genen lijken gerelateerd te zijn aan evolutionair gezien gunstige eigenschappen".

Hoekstra: "Vervolgonderzoek is nodig om de bestaande autismediagnoses te valideren en om alternatieve verklaringen voor de verhoogde ASS prevalentie in Eindhoven te onderzoeken, bijvoorbeeld de mogelijkheid dat autisme beter wordt opgespoord in Eindhoven en vaker onopgemerkt blijft in de twee andere regio’s. De bevindingen kunnen uiteindelijk helpen bij het verder ontwikkelen van het juiste zorg- en onderwijsaanbod, om te zorgen dat goede zorg en passend onderwijs kan worden geboden aan alle kinderen met autisme."

Het door de Medical Research Council gefinancieerde onderzoek verschijnt vandaag online in het Journal of Autism and Developmental Disorders.