Bloedverdunners veilig voor negentigers

Getty Images

Ook mensen boven de negentig kunnen veilig bloedverdunners slikken. Dat concluderen internist in opleiding Hilde Kooistra en hoogleraar stolling Karina Meijer van het UMCG op basis van het promotieonderzoek dat Kooistra uitvoerde in het UMCG.

Bloedverdunners worden vaak voorgeschreven aan ouderen boven de vijfenzeventig jaar. Ze voorkomen de vorming van stolsels in het bloed, trombose. Die stolsels ontstaan bijvoorbeeld in het hart bij patiënten met boezemfibrilleren. Als de stolsels in de hersenen terecht komen, kunnen patiënten een herseninfarct krijgen.

Risico op bloedingen

Een nadeel van bloedverdunners is dat ze de kans op het ontstaan van bloedingen vergroten. Ook een bloeding kan ernstige gevolgen hebben. Tot nu toe was bekend dat bloedverdunners bij zeventigplussers meer gevallen van trombose voorkomen, dan dat ze bloedingen veroorzaken. Maar voor echte ouderen, zoals negentigers, is men zeer terughoudend met het voorschrijven van bloedverdunners, omdat de kans op bloedingen groter wordt geacht naarmate mensen ouder worden.

Data van de trombosedienst

De trombosedienst controleert regelmatig het bloed en de lichamelijke gesteldheid van ouderen die bloedverdunners gebruiken. Kooistra mocht voor haar onderzoek gebruik maken van deze gegevens.

"We vergeleken de data van zo'n 1100 negentigers die bloedverdunners gebruiken met zeventigers en tachtigers. Tussen zeventigers en tachtigers was geen verschil in hoeveelheid bloedingen te zien", vertelt Kooistra.

"Bij negentigers nemen de bloedingen inderdaad iets toe, maar niet zo veel als wel gedacht werd. Het onderzoek laat zien dat negentigers in veel gevallen net zo veilig gebruik kunnen maken van bloedverdunners als zeventigers en tachtigers. De kans op trombose is zoveel groter dan de kans op bloedingen dat het voordeel van het middel opweegt tegen de nadelen."

Bijwerkingen

Bloedingen zijn niet de enige nadelen van het gebruik van bloedverdunners. Gebruikers van bloedverdunners moeten regelmatig naar de trombosedienst om de stollingswaarde van hun bloed te laten meten. Dat kunnen patiënten als belastend ervaren. Bovendien kunnen het regelmatig moeten slikken van medicatie en eventuele bijwerkingen ook invloed hebben op de kwaliteit van leven.

Daarom onderzochten Kooistra en Meijer ook hoe ouderen met boezemfibrilleren die voor het eerst bloedverdunners moesten slikken, dit zelf ervoeren. Ze lieten deze patiënten een vragenlijst invullen toen ze net met de medicatie startten. Daaruit blijkt wel dat hun kwaliteit van leven als iets lager werd ervaren, maar dat kan ook komen door andere lichamelijke ongemakken.

Na drie maanden vroegen ze dezelfde mensen nog eens een vragenlijst in te vullen. Daaruit blijkt dat de patiënten de bloedverdunners na drie maanden niet meer als belastend ervaren en hun kwaliteit van leven niet achteruit is gegaan.

Kijken naar de mens

"Dit onderzoek laat duidelijk zien dat het niet nodig is om bij het voorschrijven van bloedverdunners naar de leeftijd te kijken", concludeert Meijer. "We kunnen dezelfde richtlijnen hanteren als bij andere ouderen. Artsen moeten vooral kijken naar de mens en naar de gezondheid, in plaats van naar de leeftijd."

Het onderzoek is deze week gepubliceerd in JAMA Internal Medicine.

Bron 
  • UMCG