donderdag, 14 november 2019

Vaatinsufficiëntie

Vaatregurgitatie of vaatinsufficiëntie is een probleem waarbij een hartklep niet goed sluit. Het bloed kan terugstromen in het hart.

Vaatregurgitatie of vaatinsufficiëntie is een probleem waarbij een hartklep niet goed sluit. Het bloed kan terugstromen in het hart.

Het hart is een zich samentrekkende spier die bloed naar alle lichaamsdelen pompt. In het hart openen en sluiten vier kleppen zich in precieze regelmaat en volgorde, en zorgen er zo voor dat het bloed in de juiste richting stroomt. Soms kan een misvormde of beschadigde klep zich niet goed sluiten, en daardoor kan er bloed terugstromen. Dat probleem wordt vaatregurgitatie of vaatinsufficiëntie genoemd.

In een gezond hart regelen twee kleppen de bloedstroom vanuit de bovenste holten –de boezems of atria– naar de onderste holten –de kamers of ventrikels. De andere twee kleppen regelen de bloedstroom vanuit de ventrikels naar de longen en de rest van het lichaam.

Via de mitralisklep wordt zuurstofrijk bloed vanuit de linkerboezem naar het linkerventrikel gestuwd. Het ventrikel pompt het bloed verder via de aortaklep naar het bloedvatenstelsel, dat het hele lichaam bedient. Zuurstofarm bloed stroomt vanuit de rechter boezem via de tricuspidalisklep naar het rechterventrikel. Van daaruit wordt het bloed via de pulmonalisklep naar de longen doorgepompt, waar het vers zuurstof opneemt.

De twee atrioventriculaire kleppen, de mitralisklep en de tricuspidalisklep, zijn met de ventrikels verbonden via dunne, vezelachtige strengen, de chordae tendineae. De chordae tendineae houden samen met de spieren van de hartwand de zogenaamde slippen van elke klep op hun plaats. Wanneer de ventrikels zich samentrekken, zorgen drukvariaties in de kleppen ervoor dat de slippen van de mitralis- en tricuspidalisklep dichtgetrokken worden.

Als er niet voldoende spanningsdruk op de chordae tendineae staat, sluiten de slippen zich niet goed en kan het bloed terugstromen. In dit voorbeeld zijn de slippen van de mitralisklep verzakt, of kunnen ze zich niet goed sluiten. Hierdoor lekt bloed vanuit het ventrikel terug in de linkerboezem.

De kleppen van de onderste twee holten, de pulmonaalklep en de aortaklep, openen en sluiten zich onder invloed van drukvariaties door het samentrekken van de boezems en ventrikels. Ook deze kleppen zijn vatbaar voor beschadiging of ziekte, waardoor ze zich niet goed meer sluiten, met bloedlekkage als gevolg.

Doordat er in het hart bloed lekt, stroomt er minder zuurstofrijk bloed door het lichaam, zodat het hart harder moet werken. Wanneer er geen behandeling plaatsvindt, kan vaatregurgitatie leiden tot hart- of hartklepbeschadiging.