zondag, 20 oktober 2019

Neusholtekanker en neusbijholtekanker

Tumoren in de neusholtes of sinussen

De neusholtes zijn twee holtes in de neus die uitlopen in de neusgaten. De neusbijholtes, ofwel de sinussen, zijn vier met lucht gevulde holtes in de botten van het gezicht. Wanneer cellen in één van de neusholtes of sinussen zich ongecontroleerd gaan vermenigvuldigen en een kwaadaardig gezwel vormen, ontstaat neusholte-, of neusbijholtekanker.

Neusholtekanker en neusbijholtekanker (ook wel sinuskanker) zijn zeldzame kankervormen, die onder de noemer ‘hoofd- en halskanker’ vallen. In Nederland komen er jaarlijks ruim 100 nieuwe patiënten bij. Meestal zijn dit mannen. Neusholtekanker en neusbijholtekanker ontstaat vooral rond het zestigste levensjaar.

Wat is neus(bij)holtekanker?

De neusholtes zijn twee holtes in de neus die uitlopen in de neusgaten. De neusbijholtes, ofwel de sinussen, zijn vier met lucht gevulde holtes in de botten van het gezicht. Ze bevinden zich boven de neus in het voorhoofd (frontale sinussen), tussen de ogen en de neus (ethmoid sinussen), achter de neus (wigvormige sinussen) en in de jukbeenderen aan weerszijden van de neus (maxillaire sinussen). Ze staan allemaal in verbinding met de neusholtes.

Verschillende soorten

Wanneer cellen in één van de neusholtes of sinussen zich ongecontroleerd gaan vermenigvuldigen en een kwaadaardig gezwel vormen, ontstaat neusholte-, of neusbijholtekanker. In 80 procent van de gevallen begint de ziekte ergens in de slijmlaag die de binnenkant van deze holtes bekleedt. Dit oppervlakkige weefsel bestaat uit zogenoemde 'plaveiselcellen'. Deze vorm van kanker heet daarom 'plaveiselcelcarcinoom'.

Een tumor in de neus(bij)holte kan ook ontstaan in de slijmklieren die hier zitten. We spreken dan van een adenocarcinoom.

Nog zeldzamere tumoren in de neus(bij)holte zijn bijvoorbeeld melanomen en sarcomen. Hier gaan we in dit artikel niet verder op in.

Groeiwijzen

Net als iedere vorm van kanker kan een tumor in de neus(bij)holte doorgroeien naar omringend weefsel, zoals andere neus(bij)holtes, het kaakbeen, de oogkas en nabijgelegen lymfeklieren. Hoe groter het gezwel wordt, hoe groter de kans dat kankercellen eruit losraken en zich via de lymfeklieren en/of bloedbaan verplaatsen naar andere plekken in het lichaam, bijvoorbeeld de longen. Hier kunnen ze nieuwe tumoren vormen. Uitzaaiingen (metastasen) treden bij neus(bij)holtekanker gelukkig maar zelden op.

Oorzaken en risicofactoren

Verschillende factoren spelen een rol in het ontstaan van neus(bij)holtekanker. Met name mensen die door hun leefstijl of beroep langdurig schadelijke stoffen inademen, lopen meer risico. Denk bijvoorbeeld aan:

  • Roken.
  • Blootstelling aan bepaalde stoffen, zoals hardhoutzaagsel, formaldehyde (ook wel 'spaanplaatstof'), chroom en nikkelstof. Mensen die werken met hout, textiel, leer en metaal-plating hebben daarom meer kans op deze ziekte.
  • Het Epstein-Barr Virus (EBV). Dit virus veroorzaakt ook de ziekte van Pfeiffer. In zeldzame gevallen draagt het virus bij aan de ontwikkeling van bepaalde vormen van kanker, zoals neus(bij)holtekanker en keelkanker.
  • Chronische infecties van de neus(bij)holte, bijvoorbeeld door het Humaan Papilloma virus (HPV). Dit virus is seksueel overdraagbaar. Via vaginale seks kan het baarmoederhalskanker veroorzaken. In het laatste geval gebeurt de overdracht via orale seks.

De cijfers

Neus(bij)holtekanker komt vooral voor bij mensen ouder dan 45 jaar. De piek ligt in de leeftijdscategorie 60-75. Ruim 75 procent van de patiënten zijn mannen. Onderzoek toont aan dat meer dan driekwart van de neusholte- en neusbijholtekankers voorkomt bij mensen die werken in de houtsector.

Symptomen

De eerste symptomen van neusholtekanker en sinuskanker zijn vergelijkbaar met een gewone verkoudheid of bijholteontsteking. Zo kun je last krijgen van de volgende verschijnselen:

  • Verstopte neus.
  • Vieze loopneus (met of zonder bloedsporen).
  • Verminderde reuk.
  • Zweertjes in de neus die niet genezen.
  • Kleine herhaaldelijke bloedneuzen.
  • Een neuspoliep.
  • Slechte adem.
  • Hoofdpijn.
  • Aangezichtspijn.

Deze klachten ontstaan geleidelijk en zijn meestal eenzijdig (rechts of links).

Wanneer de kanker zich heeft uitgebreid naar omringend weefsel treden er ook andere klachten op. Voorbeelden hiervan zijn:

  • Zwelling. Rond de ogen, neus of op het gehemelte.
  • Losse tanden en kiezen.
  • Een niet meer passende gebitsprothese door zwelling in de mond.
  • Uitpuilend oog, dubbel zien, voortdurend tranende ogen.
  • Tintelingen of verlies van gevoel in het gezicht of bij de tanden.

Omdat neusholtekanker en neusbijholtekanker vrij zeldzaam zijn, worden de eerste signalen vaak genegeerd of verkeerd geïnterpreteerd. Dit verkleint de kans op genezing aanzienlijk. Ga daarom naar de huisarts als je langer dan drie weken last hebt van één of meer van bovenstaande klachten. Vermoedelijk schrijft de arts in eerste instantie een antibioticakuur voor. Als je klachten desondanks verergeren, is nader onderzoek nodig.

Onderzoek en diagnose

Er zijn verschillende onderzoeken waarmee neus(bij)holtekanker en het stadium van de ziekte vastgesteld kunnen worden. Onder het stadium verstaan we de grootte van de tumor en de mate waarin deze zich in het lichaam heeft uitgebreid. Hoe lager het stadium hoe groter de kans op genezing.

De meest toegepaste onderzoeken zijn:

  • Globaal onderzoek door de huisarts. Met de huisarts bespreek je de klachten die je hebt. Hij zal ook voelen of de lymfeklieren in je nek gezwollen zijn. Aan de hand van zijn bevindingen kan hij je doorverwijzen naar een keel-, neus- en oorarts (KNO-arts) in het ziekenhuis.
  • Bloedonderzoek. In het bloed zitten veel stoffen die een afspiegeling zijn van je gezondheidstoestand. Wanneer bepaalde stoffen afwijken van de 'normaalwaarden' kan dit duiden op een ziekte.
  • Kijkonderzoek. De KNO-arts onderzoekt de neus(bij)holte op afwijkend weefsel met een flexibel kijkbuisje (endoscoop).
  • Weefselonderzoek (biopsie). Bij verdenking op kanker neemt een arts met een naald en spuitje wat weefsel weg uit de neus(bij)holte (biopt). Dit weefsel wordt microscopisch onderzocht op de aanwezigheid van kankercellen. Als de lymfeklieren in de nek gezwollen zijn, zitten hier mogelijk uitzaaiingen. Om deze op te sporen is tevens een biopsie van verdachte lymfeklieren nodig.
  • MRI-scan en/of CT-scan. Met een MRI-scan en/of CT-scan kan de arts het stadium van kanker vaststellen. Met deze apparaten worden gedetailleerde foto’s van de binnenkant van het lichaam gemaakt. Hierop is te zien hoe groot de tumor is en of er uitbreidingen/ uitzaaiingen zijn.
  • Echografie. Met een apparaat dat radiogolven uitzendt, worden de lymfeklieren in de hals zichtbaar gemaakt op een beeldscherm. Zo kan de arts zien of hier uitzaaiingen zitten.
  • PET-scan (Positron Emissie Tomografie). De arts dient een kleine hoeveelheid radioactieve glucose toe. Omdat kankercellen veel energie (in de vorm van glucose) verbruiken, nemen zij hier veel van op. Hierdoor concentreert de radioactieve glucose zich in kankercellen. Een scanapparaat maakt dit zichtbaar.

Behandeling

Als een tumor in de neus(bij)holte in een vroeg stadium wordt ontdekt, volstaat meestal een operatie. Afhankelijk van de grootte van de tumor gebeurt deze ingreep via de neusgaten, de mondholte of een snede in het gezicht. De arts verwijdert dan al het zichtbare tumorweefsel en probeert gezond weefsel zoveel mogelijk te sparen. Omdat hierdoor de kans bestaat dat er microscopisch kleine tumorresten achterblijven, is meestal aanvullende behandeling nodig.

De aanvullende behandeling bestaat uit:

  • Radiotherapie. Het doel van aanvullende radiotherapie is het vernietigen van eventueel achtergebleven kankercellen. Dit gebeurt met ioniserende straling. Als de kanker niet meer te genezen is, kan de arts radiotherapie als enige behandelvorm toepassen. De behandeling is dan gericht op het vertragen van het ziekteproces en het verminderen van de klachten (palliatieve behandeling).
  • Chemotherapie. Deze behandeling wordt soms toegepast in combinatie met een operatie en radiotherapie. De arts dient nu medicatie (cystostatica) toe die (kanker)cellen doodt en/of hun vermogen om te delen remt. Als de tumor te groot is om te opereren en/ of is uitgezaaid naar andere organen, kan de patiënt chemotherapie krijgen om de ziekte zoveel mogelijk af te remmen en klachten te verlichten.

De vooruitzichten

De vooruitzichten bij kankers in de neusholte en neusbijholte zijn ondermeer afhankelijk van de locatie, het type en stadium van de tumor:

Een plaveiselcarcinoom kan al binnen 2 jaar terugkeren. Meestal is de kanker dan niet meer te genezen. Een adenocarcinoom kan zelfs na meer dan 5 jaar terugkomen. Deze vorm van neus(bij)holtekanker kan dan vaak nog wel behandeld worden.

De gemiddelde prognose is in een vroeg stadium vrij gunstig. De driejaarsoverlevingskans is meer dan 90 procent. De aantallen patiënten in stadia II-III-V zijn te klein om overlevingscijfers te geven. Na vijf jaar is bijna 70 procent van alle patiënten met deze vormen van kanker nog in leven.

Bron(nen):