zondag, 20 oktober 2019

Opvliegers: je kunt er iets tegen doen!

Overgangsklacht nummer 1

Opvliegers. Ze horen bij de overgang, maar blij word je er niet van. Kunnen hormonen helpen? Is soja goed? En hoe lang duurt die malaise eigenlijk? GezondheidsNet beantwoordt zeven veelgestelde vragen.

1. Wat is een opvlieger?

Dat is een plotselinge golf warmte die vanaf het middel naar boven gaat. Je wordt rood en gaat zweten en als het afzwakt, word je koud en rillerig. Een opvlieger kan elk moment optreden, overdag of ’s nachts. Het duurt een halve minuut tot een half uur en kan meerdere keren op één dag voorkomen, maar ook slechts één keer per week. ’s Nachts kun je ervan wakker worden en in het ergste geval kun je er zo erg van transpireren dat je de lakens moet verwisselen. Slapeloosheid kan het gevolg zijn.

2. Waardoor ontstaan opvliegers?

Bij alle vrouwen daalt de productie van het geslachtshormoon oestrogeen in de periode voorafgaand aan de laatste menstruatie, die bij de meeste vrouwen tussen het 45-e en het 55-e jaar valt. Door die verstoring in het evenwicht tussen geslachtshormonen – waarbij de daling in de oestrogeenspiegel een rol speelt – en het zenuwstelsel, verwijden enkele bloedvaten terwijl dat niet nodig is. Ongeveer driekwart van de vrouwen krijgt hierdoor tijdens de overgang opvliegers. Bij 20 tot 30 procent van de mannen tussen de 60 en 80 jaar is het gehalte testosteron laag. Van hen krijgt slechts een enkeling opvliegers.

3. Wat kan ik zelf doen?

Je kunt proberen de gevolgen van een opvlieger wat te verminderen door bijvoorbeeld in een koude slaapkamer te slapen of meerdere lagen kleding aan te doen, zodat er wat uit kan tijdens een opvlieger. Iets kouds drinken aan het begin van een opvlieger kan verlichting geven. Sommige mensen krijgen minder opvliegers als ze stress, cafeïne, alcohol en gekruid eten vermijden.

4. Hoe lang duren opvliegers?

Sommige vrouwen hebben slechts enkele maanden last, maar bij de meeste vrouwen verdwijnen de klachten binnen twee jaar na de laatste menstruatie. Een klein deel van de vrouwen blijft tot tien jaar na de laatste menstruatie opvliegers houden.

5. Welke medicijnen zijn er?

Oestrogeen helpt bij 70 tot 90 procent van de vrouwen om de opvliegers te verminderen. Maar wie rond de overgang langer dan een jaar oestrogeen slikt, heeft een verhoogde kans op borstkanker. Omdat door oestrogeen het baarmoederslijmvlies aangroeit en daardoor de kans op baarmoederhalskanker groter wordt, beveelt men aan om ook iedere maand het hormoon progestageen te gebruiken. Daardoor treedt gemiddeld een keer per maand bloedverlies op.

Om minder bloedingen te hebben, gebruiken sommige vrouwen eens per drie maanden progestageen. Dit wordt afgeraden: er zijn aanwijzingen dat ook hierdoor het risico op baarmoederkanker groter wordt. Er zijn ook tabletten die beide hormonen bevatten. De meeste vrouwen die de tabletten beginnen te slikken als ze al een aantal jaar niet hebben gemenstrueerd, hebben geen maandelijkse bloedingen. Het risico op baarmoederhalskanker is even hoog als bij de afzonderlijke oestrogeen- en progestageentabletten.
Er zijn pleisters voor vrouwen die liever geen tabletten slikken,  maar ze bieden verder geen voordelen.

6. Stel je door het gebruik van hormonen opvliegers uit?

Nee. Het is een fabeltje dat je alsnog je portie krijgt als je stopt. Bij de meeste vrouwen zijn opvliegers binnen twee jaar na de laatste menstruatie over, of je nu hormonen gebruikt of niet. Aanbevolen wordt een half jaar tot een jaar na het begin van de behandeling te stoppen. Als de opvliegers dan binnen twee maanden niet terug zijn, ben je 'door de overgang'. Anders kun je weer een periode slikken en dan weer even stoppen.

7. Zijn er alternatieven voor oestrogeen?

Isovlafonen worden wel genoemd als een alternatief. Ze hebben ongeveer dezelfde werking als oestrogeen, maar ze werken veel zwakker. In studies blijken vrouwen die 30 tot 100 mg isoflavonen per dag krijgen minder en minder ernstige opvliegers te krijgen. De verschillen met een 'neppil' zijn echter zeer gering. Isoflavonen zitten onder andere in sojabonen en producten daaruit zoals sojamelk, tahoe (tofu) en tempeh. Er zijn ook voedingssupplementen met isoflavonen verkrijgbaar.

Bron(nen):