donderdag, 22 oktober 2020

Screenen prostaat kan jaarlijks 300 mannen redden

Door bevolkingsonderzoek onder mannen van 55 en tot 59 jaar zouden er jaarlijks 300 Nederlanders minder aan prostaatkanker overlijden. Dat blijkt uit een groot Europees onderzoek onder 200.000 patiënten, geleid vanuit de Erasmus Universiteit Rotterdam.

De aanleiding voor het onderzoek is de aarzeling bij overheden om grootschalig preventief bevolkingsonderzoek te doen naar prostaatkanker, zoals dat wel gebeurt naar borstkanker.

Bevolkingsonderzoek naar prostaatkanker is duur. Bovendien hoeven verhoogde bloedwaarden - de eerste test bij deze aandoening - lang niet altijd te betekenen dat iemand kanker heeft. Grootschalig onderzoek kan ertoe leiden dat veel mannen onnodig ongerust worden en een behandeling krijgen. De bestaande behandelingen kunnen impotentie veroorzaken.

Elke twee jaar

De onderzoekers berekenden de gegevens van de mannen tussen de 55 en 69 jaar opnieuw. Deze lieten ze los op allerlei vormen van screening, van helemaal niet tot jaarlijks op deze leeftijd. De tweejaarlijkse controle kwam als beste uit de bus. Met die variant zou het aantal doden door prostaatkanker met 13 procent dalen. Dat betekent voor Nederland, waar jaarlijks naar schatting 2400 mannen door deze ziekte overlijden, ieder jaar ruim 300 slachtoffers minder.

Landelijke screening

Volgens de Rotterdamse hoogleraar Harry de Koning kan de gezondheidswinst alleen worden behaald door een landelijke screening, waaraan acht van de tien mannen meedoen. "In de huidige praktijk, waarbij mannen met hun huisarts of uroloog overleggen of ze moeten testen, bereik je dat effect niet. Bovendien is er ongelijkheid: de ene patiënt is wel op de hoogte van de mogelijkheid om te testen, de ander niet." De beslissing om ook op deze vorm van kanker bevolkingsonderzoek uit te voeren, is volgens De Koning aan de politiek. "Maar die heeft nu voor het eerst wel een stevig argument daarvoor in handen."

Bron(nen):