zondag, 15 december 2019

Schildklierkanker

Een kwaadaardig gezwel in de schildklier

De schildklier zit aan de voorkant van je hals, tussen dat kuiltje en je strottenhoofd. Hij ligt als een soort schild om de luchtpijp heen. Wanneer cellen in de schildklier kwaadaardig ontsporen, ontstaat schildklierkanker.

Schildklierkanker, ofwel schildkliercarcinoom, is een zeldzame ziekte waarbij er een kwaadaardig gezwel in de schildklier groeit. Jaarlijks krijgen circa 500 Nederlanders te horen dat ze schildklierkanker hebben. Meestal zijn zij tussen de 25-50 jaar oud. Gelukkig zijn de twee meest voorkomende vormen van schildklierkanker heel goed te behandelen.

Wat is schildklierkanker?

De schildklier zit aan de voorkant van je hals, tussen dat kuiltje en je strottenhoofd. Hij ligt als een soort schild om de luchtpijp heen. Dit vlindervormig orgaantje produceert hormonen die een belangrijke rol spelen in de energiehuishouding van je lichaam. Ze stimuleren de stofwisseling en zetten lichaamscellen aan hun werk te doen.

Wanneer cellen in de schildklier kwaadaardig ontsporen, ontstaat schildklierkanker. Kenmerkend van kankercellen is dat zij ongeremd delen en zo een gezwel vormen. Hoe groter deze wordt, hoe groter de kans is dat hij omringend weefsel binnendringt en/of dat kankercellen ervan losraken om zich via lymfeklieren of het bloed door het lichaam te verspreiden. Zo kunnen er in andere organen nieuwe tumoren ontstaan. Dit zijn uitzaaiingen of metastasen.

Vier soorten schildklierkanker

Er bestaan vier belangrijke soorten schildklierkanker.

  • Papillair schildkliercarcinoom. Bij circa 75-80 procent van alle gevallen van schildklierkanker gaat het om tumoren van dit type. Papillair schildkliercarcinoom is de minst agressieve vorm. Deze tumoren groeien langzaam. Ze kunnen uitzaaien naar de lymfeklieren en longen. Dit gebeurt echter zelden.
  • Folliculair schildkliercarcinoom. Zo’n 15-20 procent van de patiënten met schildklierkanker heeft deze vorm. Folliculaire tumoren zijn iets agressiever. Ze groeien ook langzaam, maar uitzaaiingen naar de longen, lever en botten komen vaker voor.
  • Medullair schildkliercarcinoom. Dit type schildklierkanker treft 5-10 procent van alle mensen met schildklierkanker. Medullaire tumoren zijn middelmatig agressief. Ze kunnen uitzaaien.
  • Anaplastisch schildkliercarcinoom. Deze zeer agressieve soort schildklierkanker vormt 5-10 procent van alle schildklierkankers. Een anaplastische tumor groeit snel, dringt snel door in omringend weefsel en zaait snel uit. Als de ziekte is vastgesteld, zijn er vaak al uitzaaiingen naar de lymfeklieren.

De cijfers

In Nederland wordt schildklierkanker jaarlijks bij meer dan 500 mensen vastgesteld. In 85-90 procent gaat het om papillair- en folliculair schildkliercarcinoom. De ziekte komt drie vaker voor bij vrouwen dan bij mannen. De meeste patiënten zijn tussen de 25-50 jaar. Anaplastische schildklierkanker treedt vooral op bij mensen van 65 jaar en ouder.

Oorzaken en risicofactoren

Het is niet bekend wat schildklierkanker veroorzaakt. Er zijn wel een aantal risicofactoren:

  • Bestraling van de hals. Vooral bij jonge mensen geeft dit een verhoogde kans op schildklierkanker. We hebben het hier niet over de straling die gebruikt wordt bij het maken van een röntgenfoto of het behandelen van een te snel werkende schildklier. De dosis straling is hiervoor te klein.
  • Erfelijke aanleg. Er zijn aanwijzingen dat erfelijke aanleg de kans op schildklierkanker vergroot. Dit risico is echter heel klein.
  • Blootstelling aan hoge doses radioactieve straling, zoals bij rampen met kerncentrales. Kinderen zijn extra gevoelig voor radioactief jodium dat hierbij vrijkomt en zich ophoopt in de schildklier. Zo bleken er jaren na de kernrampen in Tjernobyl (Rusland) en Fukushima (Japan) veel meer kinderen met schildklierkanker te zijn.

De symptomen

Het belangrijkste symptoom van schildklierkanker is een knobbel in de hals, die meebeweegt als je slikt. Dit duidt niet per se op een kwaadaardig gezwel. Integendeel, meer dan 95 procent van zwellingen in de schildklier zijn goedaardig. Toch is het verstandig om hiermee naar de huisarts te gaan. Zonder nader onderzoek is het immers niet mogelijk om te bepalen of het om een goedaardig of kwaadaardig gezwel gaat.

Andere klachten die voorkomen bij schildklierkanker zijn:

  • Een snelle groei van de knobbel of het ontstaan van nieuwe knobbels in de schildklier.
  • Onverklaarbare heesheid.
  • Gezwollen lymfeklieren in de nek.
  • Benauwdheid.
  • Slikklachten. Je hebt het gevoel dat er een blijvende brok in je keel zit of dat het eten moeilijk zakt.
  • Zere keel.
  • (Kriebel) hoest.
  • Hoofd- en nekpijn, darmklachten, veel slijmvorming, spierzwakte, extreme vermoeidheid, transpireren, trillingen en pijn op de borst of hartkloppingen komen soms voor. Deze klachten ontstaan wanneer de tumor leidt tot een te snel werkende schildklier.

De diagnose

Als de huisarts op basis van je klachten denkt dat je mogelijk schildklierkanker hebt, zal hij eerst bloedonderzoek laten doen. Bloedonderzoek kan onder andere aantonen of je schildklier te langzaam of juist te snel werkt. Bij afwijkende hoeveelheden schildklierhormoon in je bloed is de kans groter dat je schildklier niet goed werkt dan dat hier een tumor zit. Bij schildklierkanker functioneert de schildklier namelijk meestal normaal, waardoor de productie van schildklierhormoon ook normaal is.

Verder kan de huisarts een echo van je hals laten maken. Op de beelden die dit apparaat maakt, zijn eventuele afwijkingen van de schildklier te zien.

Weefselonderzoek

Wanneer er knobbels in de hals of schildklier zitten, zal een specialist je uitgebreider onderzoeken. Het belangrijkste onderzoek om te bepalen of een knobbel goedaardig of kwaadaardig is, is weefselonderzoek. Hiervoor zuigt de arts met een naald cellen uit de knobbel op. Deze worden in een laboratorium door een patholoog onderzocht op de aanwezigheid van kankercellen. Als hij deze vindt, volgen andere onderzoeken om het stadium van de ziekte te bepalen, waaronder een MRI-scan. Deze techniek maakt gebruik van een magneetveld, radiogolven en een computer om gedetailleerde beelden van het inwendige lichaam te maken. Zo kan de arts zien:

  • Wat de locatie en grootte van de tumor(en) is.
  • Of en hoe ver de tumor is doorgegroeid naar omringend weefsel, zoals het strottenhoofd, de luchtpijp of stembandzenuw.
  • Of er elders in het lichaam uitzaaiingen zitten, bijvoorbeeld in lymfeklieren of organen zoals de longen of lever.

De behandeling

Bij schildklierkanker is het bijna altijd nodig om de schildklier chirurgisch te verwijderen. Soms moet ook (een deel) van nabijgelegen lymfeklieren weggenomen worden. Omdat het praktisch onmogelijk is om al het schildklierweefsel en alle kankercellen te verwijderen, volgen na de operatie meestal aanvullende behandelingen om de patiënt volledig te genezen. Het gaat om:

  • Een behandeling met radioactief jodium (I-131) (ablatietherapie): de patiënt slikt een capsule met radioactieve jodium. Deze stof wordt door de schildklier opgenomen en vernietigt hier eventueel achtergebleven kankercellen. Mogelijk moet deze behandeling na zes maanden herhaald worden.

Bij medullaire en anaplatische schildklierkanker is deze behandelvorm niet mogelijk omdat dit type kankercellen niet gevoelig zijn voor radioactief jodium.

  • Radiotherapie. Bestraling wordt bij schildklierkanker maar zelden toegepast. Dit gebeurt alleen ter behandeling van:
    • Medullaire- en anaplastische tumoren.
    • Bij zeer uigebreide papillaire- en folliculaire tumoren, die niet goed reageren op een behandeling met radioactief jodium.
    • Bij uitzaaiingen in de hersenen en botten. De behandeling is dan niet meer gericht op genezing maar op het zoveel mogelijk remmen van de ziekte en het verminderen van de klachten. Dit heet palliatieve zorg.
  • Chemotherapie. Chemotherapie bestaat uit het toedienen van medicatie die een celdodende- en celdelingremmende werking hebben (cytostatica). Deze behandelvorm wordt vooral gebruikt bij anaplastisch schildkliercarcinoom, omdat deze tumoren niet altijd reageren op andere mogelijke behandelvormen. Soms passen artsen deze therapie ook toe als aanvullende behandeling bij radiotherapie of voorafgaand aan een operatie om de tumor te laten krimpen. Bij schildklierkanker in een vergevorderd stadium kan chemotherapie helpen om de klachten te verminderen.

Vooruitzichten

De vooruitzichten bij schildklierkanker hangen af van het type tumor en het stadium waarin de ziekte ontdekt wordt.

Bij papillair carcinoom is de kans op genezing en overleving goed. Na operatie is de 10-jaars overlevingskans zo’n 95 procent. De kans om 10 jaar na een operatie bij folliculair carcinoom nog in leven te zijn, is circa 70 procent. Bij medullair carcinoom is de gemiddeld kans om deze ziekte 10 jaar te overleven 50-70 procent. Minder dan 5 procent van mensen met anaplastisch carcinoom zijn 10 jaar na de diagnose nog in leven.

Bron(nen):