woensdag, 11 december 2019

Gewrichtspijn bij ouderen onderschat

Ouderen zijn geneigd te denken dat gewrichtspijn nu eenmaal hoort bij het ouder worden. Als ze wel bij de huisarts komen, dan worden pijnklachten en functionele beperkingen niet altijd voldoende herkend en behandeld, met name als er ook andere chronische aandoeningen aanwezig zijn.

Het is aannemelijk dat deze combinatie van klachten sterk van invloed kan zijn op het dagelijks functioneren, daarom bracht Lotte Hermsen het lichamelijk en sociaal functioneren van ouderen met gewrichtspijn en andere chronische aandoeningen in kaart. Hermsen promoveert 19 februari bij VUmc.

Op tweede plaats

Ongeveer de helft van alle ouderen van 65 jaar of ouder heeft dagelijks last van gewrichtspijn. Vaak gaat dit gepaard met andere chronische aandoeningen, zoals diabetes of hartritmestoornissen. De behandeling van deze chronische ziekten krijgt vaak de prioriteit waardoor gewrichtspijn op de tweede plaats komt. En dat terwijl de pijn veel invloed heeft op de mobiliteit, de zelfredzaamheid en het sociale leven van ouderen.

Sneller achteruit

Anderhalf jaar lang werd het lichamelijk en sociaal functioneren van deze groep ouderen in kaart gebracht. Ruim 400 patiënten in 22 huisartsenpraktijken werden geïnterviewd en lichamelijk onderzocht. Hieruit bleek dat de deelnemers zich op zowel lichamelijk als sociaal vlak erg functioneel beperkt voelen. Wel bleef het functioneren bij 70 procent van de deelnemers stabiel over de tijd. Hermsen stelde vast dat vooral ouderen met depressieve klachten en minder zelfcontrole over de pijn sneller achteruitgaan of chronisch slecht blijven functioneren. Ze hebben het gevoel dat ze hun pijnklachten niet goed kunnen beïnvloeden en minder sociale steun ontvangen uit de omgeving.

Op tijd herkennen

"Met deze nieuwe kennis willen we zorgverleners meer inzicht bieden in de impact en betekenis van gewrichtspijn. We hebben nu een beter beeld van het lichamelijk en sociaal functioneren van deze ouderen op langere termijn.'' Hermsen ontdekte een aantal kenmerken die snelle achteruitgang in functioneren of chronisch slecht functioneren  van ouderen voorspellen. De volgende stap is om deze voorspellers om te zetten in praktische aanwijzingen voor betere herkenning van achteruitgang in functioneren. De zorg kan hier dan op tijd op worden aangepast. Ook de ouderen zelf moeten beter worden voorgelicht. "Zij moeten leren dat je je niet hoeft neer te leggen bij gewrichtspijn.''

Bron(nen):