zondag, 17 november 2019

Hoe werkt het oog?

Oogkwalen en hulpmiddelen

Onze ogen zorgen ervoor dat wij alles om ons heen kunnen zien. En dat is belangrijk. Bijvoorbeeld om gewaarschuwd te zijn voor gevaar. Ook gebruiken we onze ogen om te lezen of naar een film te kijken. Hoe werkt het oog eigenlijk? En wat kun je doen als je niet goed ziet?

Je kijkt ergens naar. Ogen vangen de lichtgolven op uit de omgeving. De lenzen van je oog bundelen de lichtgolven. Deze bundel licht valt vervolgens op het netvlies en wordt daar vertaald naar zenuwimpulsen. Zodra de hersenen dit verwerkt hebben, kun je het beeld ook echt zien. Dit hele proces gaat ontzettend snel!

Inzoomen en uitzoomen

Om zowel dichtbij als ver weg scherp te kunnen zien heeft je oog twee lenzen nodig: de buitenste en de binnenste lens. De buitenste lens bestaat uit het hoornvlies en de oogkamer.

Het hoornvlies is de stevige doorzichtige buitenkant van je oog. Het is de eerste laag waar de lichtgolven doorheen moeten. De oogkamer bevindt zich tussen het hoornvlies en de iris (het gekleurde deel van je oog). Doordat de lichtgolven ook hier doorheen moeten, wordt de oogkamer ook een lens genoemd.

Wanneer het licht door het hoornvlies en de oogkamer is gegaan, valt het op de binnenste lens. Deze lens werkt als de lens van bijvoorbeeld een fototoestel. Hij is soepel en kan makkelijk van vorm veranderen. Door zichzelf platter of boller te maken, kan de lens scherp stellen (en kun je dus zowel dichtbij als ver weg scherp zien). Dit scherp stellen doet de lens met behulp van speciale spiertjes. Deze trekken de lens plat of maken hem bol.

Van puls tot plaatje

Nadat de lichtbundel de binnenste lens gepasseerd is, gaat hij door het glasachtig lichaam. Dit is een soort gelei die de grote ruimte tussen je lens en het netvlies helemaal opvult. Het licht valt op het netvlies, op de gele vlek. Dit is een speciale plaats in het netvlies waar de oogzenuwen liggen.

Dit zijn de zintuigcellen van je oog, gevormd door miljoenen 'staafjes' en 'kegeltjes'. Ze zetten het licht om in zenuwimpulsen. Deze impulsen worden in je hersenen verwerkt. Doordat de beelden van beide ogen dan over elkaar heen geprojecteerd worden, ontstaat een ruimtelijk effect. We kunnen diepte zien.

Rondom het oog

Het derde onderdeel van je oog is het steunapparaat. Dit ondersteunt en beschermt.

  • Oogleden: door te knipperen verdelen je oogleden het traanvocht over het hoornvlies van je oog. Zo blijft je oog schoon en droogt je hoornvlies niet uit.
  • Wimpers: je wimpers zorgen samen met je oogleden dat vreemde deeltjes niet in je oog waaien.
  • Iris: dit deel van je oog heet ook wel het regenboogvlies. Het beschermt je oog tegen een te grote lichtsterkte. Het pigment van je iris bepaalt de kleur van je ogen.
  • Oogrok: de oogrok is de buitenlaag van je oogbol. Aan de oogrok zijn de oogspieren verbonden. Zij zorgen ervoor dat je oog kan draaien in de oogkassen en je dus allerlei kanten op kunt kijken.

Als je niet goed ziet

Een paar voorbeelden:

  • Bijziendheid en verziendheid
    Mensen die bijziend zijn, kunnen alleen de voorwerpen die dichtbij staan nog scherp zien. Dit komt door een vervorming van de ooglens. Dit is ook het geval bij mensen die verziend zijn. Zij kunnen alleen de voorwerpen die ver weg staan nog scherp zien.
  • Diabetische retinopathie
    Bij mensen met diabetes kunnen de bloedvaten in het netvlies van het oog gaan lekken of opzwellen. Dit heet diabetische retinopathie. Het netvlies werkt dan niet meer zoals het hoort. De patiënten hebben last van een wazig, gevlekt gezichtsveld.
  • Slechtziendheid
    Slechtziendheid betekent dat je niet goed meer kunt zien, zelfs niet met een bril, contactlenzen of medische behandeling. Zelden worden slechtziende mensen helemaal blind. Slechtziendheid kan veroorzaakt zijn door ziekten als maculadegenereatie of glaucoom. Soms is het aangeboren. Normale brillen of lenzen werken niet bij slechtzienden, wel zijn er speciale hulpmiddelen als loepen en sterke lampen. Een oogarts kan dit voorschrijven.
  • Nachtblindheid
    Wanneer je overdag wel goed, maar 's nachts slecht kunt zien, is er sprake van nachtblindheid. Dit kan komen door een tekort aan vitamine A. Ook kan nachtblindheid aangeboren zijn. Het netvlies is dan van nature ongevoeliger, het reageert niet goed op licht. Wanneer er dan weinig licht is ('s nachts), kun je niet goed meer zien.
  • Blindheid
    Blindheid kan door verschillende dingen veroorzaakt worden. Bijvoorbeeld door letsel of ziekte. Ook zijn er verschillende plekken in het oog waar de oorzaak kan liggen. Zo kan er een fout in de oogzenuw zijn, de signalen kunnen in de hersenen verkeerd worden ontvangen of het oog zelf functioneert niet goed. Soms is blindheid tijdelijk, bijvoorbeeld wanneer er door een zwelling druk op de oogzenuw staat. Als de zwelling wegvalt, kan de blindheid ook weer over zijn.

Hulpmiddelen

Wanneer je ogen niet goed meer werken, kunnen een bril of contactlenzen helpen. Een bijzonder hulpmiddel is de oogchirurgie, bijvoorbeeld de LASIK-oogchirurgie. Dit is voor mensen die bijziend zijn.

Bij hen wordt dan een flapje van het hoornvlies (de buitenste lens) losgemaakt met laser. Op deze manier verandert het van vorm, zodat het oog weer beter kan scherpstellen. Niet iedereen is geschikt voor zo'n operatie. Het moet dan ook altijd goed overlegd zijn met een arts.

Met de hulp van een blindengeleidehond, braille of een blindenstok kun je met de blindheid om leren gaan.