zondag, 22 september 2019

Huidkanker behandelen

Opereren, chemo of bestralen?

Huidkanker komt veel voor. Gelukkig is het – bij tijdige ontdekking – goed te behandelen. Maar hoe gaat dat eigenlijk in zijn werk? Komt er chemo bij kijken of is wegsnijden van een verdachte plekje voldoende? Alle behandelmethodes op een rij.

Wanneer huidkanker vroeg genoeg ontdekt wordt, kan het goed behandeld worden. Voor welke behandeling gekozen wordt, is onder andere afhankelijk van de soort huidkanker. Specialisten kijken verder naar de vorm, plaats en grootte van de huidtumor en houden rekening met de lichamelijke conditie en de leeftijd van de patiënt.

Cosmetische effect

Als er meerdere manieren zijn om een tumor te lijf te gaan, zullen de artsen niet alleen naar het medische aspect kijken, maar ook naar de ervaring van de arts met bepaalde behandeling, de wensen van de patiënt en bijvoorbeeld het cosmetische effect van de behandeling, zeker als de huidtumor op een zichtbare plaats zit.

Bestraling

Bestraling, oftewel radiotherapie, is een plaatselijke behandeling met als doel de kankercellen te vernietigen, terwijl de gezonde cellen zo veel mogelijk gespaard blijven. Het kan bij alle tumoren worden toegepast, maar vindt voornamelijk plaats bij tamelijk vergevorderde tumoren waarbij een operatie niet mogelijk is. Sommige patiënten met een plaveiselcelcarcinoom krijgen na de operatie een bestralingsbehandeling, ook als geen uitzaaiingen gevonden zijn.

Een nadeel van radiotherapie is dat ook de gezonde cellen een opdonder krijgen. Hierdoor krijgen patiënten soms met bijwerkingen te maken, zoals vermoeidheid en huidreacties (rode plekken, verkleuringen).

Bevriezing

Bevriezing of cryotherapie wordt gebruikt bij kleine en meerdere oppervlakkige huidtumoren en bij actinische keratose. Door bevriezing met vloeibare stikstof worden de kankercellen gedood. Dit gebeurt onder plaatselijke verdoving. Er ontstaat een vriesblaar en vervolgens een nattende wond die vrij snel heelt. Wat rest is een klein litteken.

Chemotherapie

Bij oppervlakkige basaalcelcarcinomen en actinische keratose past men soms chemotherapie toe door middel van een crème. De crème bevat een celdelingremmende en celdodende stof die ervoor zorgt dat de kankercellen sterven. Je brengt de crème drie weken lang, twee maal per dag dun op de huid aan. Gebruik hiervoor bijvoorbeeld een wattentip of plastic handschoenen. Als gevolg van de behandeling verslechtert de huid eerst. Na een of twee weken treedt verbetering op.

Fotodynamische therapie

Fotodynamische therapie (PDT) is een soort lichttherapie. Deze behandelmethode wordt steeds meer toegepast, vooral bij actinische keratose en basalcelcarcinomen. 

Bij PDT wordt een crème of een gel die de tumor gevoeliger maakt voor licht aangebracht op de huid. Deze lichtgevoelige stof wordt met name door de kankercellen opgenomen. Daarna wordt de huid enkele minuten belicht, meestal met rood licht.
 
Door de belichting ontstaat een chemisch proces in de kankercellen waardoor deze uiteindelijk sterven. De belichting kan soms wat pijn veroorzaken. Eventueel wordt de huid plaatselijk verdoofd. Na de eerste belichting volgt nog een belichting van de huid. Afhankelijk van de gebruikte crème vindt de tweede belichting meteen tijdens de eerste behandeling plaats of een week later. Na elke belichting wordt de huid verbonden. De wond is na een tot zes weken geheeld.  PDT geeft meestal geen littekens. Wel kunnen er bepaalde huidreacties optreden, zoals (tijdelijke) verkleuringen. Op deze video zie je hoe een PDT-behandeling in zijn werk gaat.

Immunotherapie

Actinische keratose en oppervlakkige basaalcelcarcinomen kunnen ook worden behandeld met een crème die het eigen afweersysteem stimuleert de kankercellen op te ruimen. Dit noemen we immunotherapie.  Ook hierbij breng je de crème enkele weken aan. De crème veroorzaakt roodheid van de huid en soms gaat de huid kapot. Dit geneest in twee tot zes weken.

Operatie

Bij een operatie verwijdert de dermatoloog of chirurg de tumor in zijn geheel. Dit wordt vaak bij melanomen gedaan. Meestal gebeurt dat onder verdoving van de plek rondom de tumor. Een ziekenhuisopname is zelden nodig. Narcose kan wel nodig zijn als de tumor behoorlijk groot is of diep is ingegroeid.

Huidtransplantatie

Het kan zijn dat de specialist de operatiewond niet direct kan sluiten omdat hij een grote hoeveelheid huid moet wegnemen. Dan is een reconstructie of huidtransplantatie nodig. Voor plaatsen in het gezicht gebruikt de arts hiervoor meestal huid van een andere plek in het gezicht of van de hals. Voor huidtransplantatie op andere plaatsen op het lichaam wordt er over het algemeen wat huid uit de lies weggenomen.
 
Een patholoog controleert  na de operatie of het kwaadaardige weefsel in zijn geheel is verwijderd. Soms is een tweede operatie noodzakelijk om de tumor helemaal te kunnen verwijderen, zeker als er uitzaaiingen blijken te zijn.

Mohstechniek

Een speciale operatie is de mohstechniek. De specialist haalt de tumor krap weg. Vervolgens onderzoekt de specialist of de patholoog dit weefsel direct in het laboratorium. Als blijkt dat de tumor nog niet volledig verwijderd is, snijdt de specialist een extra reepje huid weg. Dit wordt opnieuw meteen onderzocht. Op deze manier blijft de wond zo klein mogelijk. De mohstechniek wordt vooral gebruikt op plaatsen waar de specialist weinig ruimte heeft de tumor ruim weg te snijden, bijvoorbeeld in het gezicht.

Wegbranden

Huidtumoren kunnen tenslotte ook, net als wratten, eenmalig worden 'weggebrand'. Dit noemen we coagulatie of elektrocoagulatie. De te behandelen plek wordt eerst plaatselijk verdoofd.

Bron(nen):