donderdag, 26 november 2020

Mijn baby drinkt slecht

Moeite met fles- of borstvoeding

Baby’s hebben voldoende voeding nodig om goed te groeien. Het is een goed teken dat je baby iedere week een beetje zwaarder weegt. Als je het idee hebt dat je kind te weinig drinkt, is het belangrijk om de oorzaak hiervan snel op te sporen. In dit artikel vind je elf mogelijke oorzaken voor slecht drinken bij een baby.

Kinderen die weinig drinken, verliezen vaak gewicht of komen niet genoeg aan. In de eerste dagen na de geboorte schommelen baby's met hun gewicht. Baby's die onvoldoende voeding binnenkrijgen, groeien niet of nauwelijks, zijn ontevreden of té rustig en hebben weinig natte luiers. Het consultatiebureau volgt de groei van je baby op de voet en ziet dus snel of dit het geval is. Nadat is vastgesteld dat een kind te weinig drinkt, wordt hij nauwkeurig onderzocht. Als de arts op het consultatiebureau geen oorzaak vindt, volgt er een verwijzing naar je huisarts of naar een kinderarts.

1. Te vroeg

Als je baby nog in je buik zit, begint hij met 32 weken te oefenen met slikken. Hij slikt dan vruchtwater door. Eenmaal uit de buik moet hij dit proces gelijk in de praktijk brengen. Drinken, slikken en ademen tegelijkertijd is ingewikkeld. Als een baby te vroeg is geboren, kost drinken soms veel energie en moeite. Niet alle kinderen zijn na 37 of 38 weken klaar om goed te kunnen drinken. Het kan zijn dat je baby over twee of drie weken wel ineens goed drinkt. Zorg dat je niet langer dan een halfuur bezig bent met het (proberen te) voeden van je kind, anders raakt hij uitgeput.

2. Energie

Als een baby is geboren met een laag geboortegewicht, kost drinken veel energie. Een beetje drinken is dan al heel vermoeiend. Hierbij ontstaat een vicieuze cirkel. Wanneer je kind moe wordt van het drinken, gaat hij langer slapen. Daardoor krijgt hij minder voeding binnen en heeft hij nog minder energie om te drinken.

3. Geel zien

In de eerste week kan je baby een beetje geel zien door een te hoog bilirubinegehalte in het bloed. Dat komt omdat de lever nog niet helemaal rijp is om bepaalde stoffen te verwerken. Het hoge bilirubinegehalte maakt baby’s sloom, daarom hebben zij minder zin en energie om goed te drinken. Leg de baby regelmatig aan de borst als je borstvoeding geeft. Met de fles kan je iedere keer kleine beetjes laten drinken.

4. Fles

Als je flesvoeding geeft, kan er een probleem zijn met de speen en de dop op de fles. Er ontstaan vaak problemen met het dichtdraaien. Als je de dop heel vast aandraait ontstaat er – door het drinken – een vacuüm in de fles. Op die manier krijgt je baby er niets meer uit. Daarnaast kan het zijn dat de flesvoeding te warm of misschien te koud is. De meeste kinderen drinken de melk het liefst lauw. Er zijn ook kinderen die beter drinken van afgekoelde melk.

5. Borst

Als je borstvoeding geeft, kan je baby moeite hebben om de borst goed te pakken. Vooral bij een grotere borstomvang kan het voor kinderen lastig zijn de tepel goed in de mond te houden. De lactatiekundige weet een passende oplossing voor jouw situatie.

6. Korte tongriem

Het kan ook zijn dat je baby een te korte tongriem heeft. De arts op het consultatiebureau kan vertellen of dit het geval is. Als de tongriem te kort is, kan dat worden ingeknipt. Dit is een pijnloze ingreep en wordt door de KNO-arts zonder verdoving uitgevoerd.

7. Neurologische afwijking

Een afwijking op neurologisch gebied kan leiden tot een verstoorde zuig- en slikcoördinatie. Ook de spierkracht van je kind kan hierdoor minder zijn. Om precies een oorzaak aan te wijzen, moet verder onderzoek worden gedaan. Kinderen met het syndroom van Down kunnen hier bijvoorbeeld flink last van hebben. Ook tijdens de eerste maanden van het Prader Willi syndroom ontstaan er problemen met drinken. Om ondervoeding te voorkomen, wordt er vaak sondevoeding gegeven.

8. Ademhalen

Als je kind moeilijkheden heeft met ademhalen door de neus, komt hij tijdens het drinken in de problemen. Een verstopte neus kan komen door een eenvoudige verkoudheid of in zeldzamere situaties door een aangeboren vernauwing. In de eerste maanden ademen baby’s alleen door hun neusje. Snotjes of korstjes blokkeren dan de mogelijkheid om adem te halen. Druppel vlak voordat je je kind eten geeft wat zoutwateroplossing in zijn neusje. Dit lost het probleem dikwijls op.

9. Ziekte en infecties

Als baby’s ziek zijn of een infectie hebben opgelopen, drinken ze vaak slecht. Bij bijvoorbeeld urineweginfecties en oorontstekingen kun je niet altijd direct een teken of symptoom zien. Neem contact op met de huisarts als je baby slecht drinkt en een afwijkende temperatuur heeft.

10. Korte adem

Hart- of longafwijkingen zorgen voor kortademigheid. Als je baby kortademig is (geworden), is het drinken erg lastig voor hem. Ademt je baby (te) snel tijdens het drinken? Moet hij soms stoppen met drinken door zijn benauwdheid?

11. Minder voeding nodig

Als je baby gewoon voldoende aan blijft komen en geen zieke indruk maakt, kan het zijn dat hij minder voeding nodig heeft of dat de voeding genoeg calorieën bevat. Dan is ‘te weinig drinken’ dus geen probleem.

Dit artikel is goedgekeurd door Carole Lasham, algemeen kinderarts in het Tergooi Ziekenhuis te Blaricum. Haar aandachtsgebieden zijn longziekten en allergie, maar ze heeft ook veel ervaring met huilbaby's en kennis over het Downsyndroom.