donderdag, 17 juni 2021

Verminderde vruchtbaarheid mogelijk oorzaak ontwikkelingsstoornissen

De verminderde vruchtbaarheid zélf is de mogelijke oorzaak voor ontwikkelingsstoornissen bij het kind, en niet zwangerschapstechnieken zoals IVF of ICSI. Tot deze conclusie komen onderzoekers van het UMC Groningen op basis van een studie onder 209 kinderen en hun ouders.

Kinderen die worden geboren na gebruik van technieken zoals in vitro fertilisatie (IVF) of het injecteren van sperma in de eicel (ICSI) hebben een verhoogde kans op vroeggeboorte of laag geboortegewicht en daarmee op stoornissen in hun ontwikkeling. Veelal wordt gedacht dat de vruchtbaarheidstechnieken deze effecten hebben.

Mijna Hadders-Algra en Jorien Seggers komen tot een andere conclusie. Zij stellen dat de verminderde vruchtbaarheid deze effecten kan veroorzaken. Zij publiceren hun bevindingen deze maand in het wetenschappelijke tijdschrift Archives of Diseases in Childhood.

Ontwikkeling kinderen
De onderzoekers beoordeelden de neurologische ontwikkeling van de 209 kinderen op 2-jarige leeftijd. Alle kinderen waren geboren bij ouders die langer dan een jaar geprobeerd hadden om zwanger te worden. Meer dan de helft van de ouders had zwangerschapstechnieken gebruikt. In Nederland heeft ongeveer 10-20 procent van de stellen met kinderwens een verminderde vruchtbaarheid.

Verband met tijd
De neurologische ontwikkeling van de kinderen werd getest op beweging, spierspanning, reflexen, grote en fijne motoriek en oog-hand coördinatie. Bij 7 procent van de kinderen stelden de onderzoekers lichte ontwikkelingsstoornissen vast.

Dit aantal was groter bij paren die meer tijd nodig hadden om zwanger te worden. Ouders met kinderen met een lichte ontwikkelingsstoornis hadden gemiddeld 4 jaar nodig om zwanger te raken. Bij de ouders van de overige kinderen was de gemiddelde tijd tot zwangerschap 2 jaar en 8 maanden.

Factoren
De onderzoekers hebben in hun studie met mogelijke beïnvloedende factoren rekening gehouden, zoals de leeftijd van de ouders en hun opleidingsniveau. Deze factoren bleken geen invloed te hebben op de kans op ontwikkelingsstoornissen bij de kinderen.