donderdag, 17 oktober 2019

Wat is emetofobie?

Een extreme angst voor overgeven

Niet alle angststoornissen zijn bekend bij het grote publiek, maar dat betekent niet dat mensen er geen last van hebben. Denk bijvoorbeeld aan emetofobie. Deze fobie is niet echt bekend en wordt ook niet snel herkend door huisartsen of psychologen. MIND, een organisatie die opkomt voor mensen met psychische problemen, wil eraan bijdragen dat er meer kennis over en begrip voor deze en andere psychische aandoeningen komt. Mind beantwoordt vier vragen over emetofobie.

1. Wat is emetofobie?

Emetofobie is een extreme angst voor overgeven. Als je emetofobie hebt, ben je bang om te moeten overgeven, om anderen te zien overgeven en/of om over te geven in het bijzijn van anderen. Het gaat hier om een zogenaamde ‘specifieke fobie’, wat weer een vorm van een angststoornis is.

2. Hoeveel mensen hebben emetofobie en wat houdt het in?

Naar schatting lijden zo’n 115.000 Nederlanders en Belgen aan emetofobie. De aandoening ontstaat vaak op jonge leeftijd en komt vaker voor bij vrouwen dan bij mannen. Het komt vaak voor dat mensen meerdere fobieën tegelijk hebben, dat mensen er lang mee rondlopen en datgene waar ze bang voor zijn zoveel mogelijk vermijden. Dit betekent dat mensen heel veel twijfelen over wat ze die dag gaan eten, waar ze naartoe gaan, met wie ze afspreken etc. Bij alles wat iemand met emetofobie doet, vraagt hij of zij zich af of de mogelijkheid bestaat dat hij of zij geconfronteerd kan worden met overgeven.

3. Hoe ontstaat emetofobie?

Emetofobie – en andere specifieke angststoornissen – ontstaat soms na een traumatische gebeurtenis of bijvoorbeeld na een onverwachte paniekaanval waar iemand dan steeds weer aan terugdenkt bij vergelijkbare situaties. Maar vaak kunnen mensen met een specifieke fobie zich niet meer herinneren wat de oorzaak van hun fobie was. Een specifieke fobie ontwikkelt zich meestal tijdens de vroege kinderjaren, meestal voor het tiende jaar. Maar in principe kan een specifieke fobie zich ook op latere leeftijd ontwikkelen. Dit is dan vaak wel het gevolg van een trauma.

4. Hoe wordt emetofobie behandeld?

Meestal wordt tijdens therapiegesprekken in kaart gebracht wat het probleem is en hoe emetofobie ontstaan is. Ook wordt bekeken hoe het door iemand in stand gehouden wordt. Er kan dan ook uitgezocht worden in hoeverre emetofobie symbool staat voor andere (psychische) problemen, om uiteindelijk te komen tot een behandelplan. Dit bestaat meestal uit cognitieve gedragstherapie met voorzichtige blootstelling aan de angst, ook wel ‘exposure’ genoemd. Soms worden ook EMDR of hypnotherapie gebruikt, antidepressiva of kalmerende middelen.
 
Heb jij last van psychische klachten? Zoek dan (anoniem) hulp bij MIND Korrelatie.

MIND is een beweging van en voor alle mensen die te maken hebben met psychische problemen. Samen zetten we ons in om psychische problemen te voorkomen en mensen met psychische problemen te ondersteunen. We werken aan een samenleving waarin alle mensen de kans krijgen om naar eigen vermogen mee te doen en waarin iedereen de zorg krijgt die hij of zij nodig heeft. En we zetten ons in voor meer begrip voor en openheid over psychische problemen. Om dit te bereiken doen we onderzoek, voeren we projecten uit en komen we in actie. Bij MIND kun je terecht om informatie en ervaringen te vinden en te delen en voor inspiratie, motivatie en ondersteuning. MIND is een initiatief van Fonds Psychische Gezondheid/Korrelatie en het Landelijk Platform GGz.

 

Bron(nen):