donderdag, 26 november 2020

De gevolgen van borstkanker

Vermoeidheid, concentratieverlies en lymfoedeem

Steeds meer mensen overleven borstkanker. Wanneer je klaar bent met de behandeling, wil je graag zo snel mogelijk je leven weer oppakken. Maar dat is niet altijd even makkelijk. Vermoeidheid, concentratieproblemen, lymfoedeem. Het zijn slechts enkele van de late gevolgen van borstkanker. Hoe ga je daarmee om?

Borstkanker en de intensieve behandelingen ervoor kunnen vervelende gevolgen hebben, die soms lang aanhouden. Sommige daarvan zijn te voorkomen als er tijdig aandacht aan wordt gegeven. Veel klachten kunnen met de juiste revalidatie of therapie verminderen of zelfs helemaal verdwijnen.

Voorbeelden van late gevolgen van borstkanker

Vermoeidheid na borstkanker

Een van de gevolgen van borstkanker is vaak extreme vermoeidheid. Het is de meest gehoorde klacht en treedt op bij het merendeel van de borstkankerpatiënten. Vermoeidheid bij borstkanker kan op verschillende momenten voorkomen: tijdens de behandeling (de acute fase), kort na de behandeling en een langere tijd na de behandeling.

De precieze verklaring voor blijvende, chronische vermoeidheid na (borst)kanker is nog niet gevonden. Of en hoe lang je moe bent, staat los van de behandeling die je hebt gehad. De duur van de behandeling lijkt wel een rol te spelen; hoe korter de behandeling, hoe kleiner de kans op langdurige vermoeidheid. Inmiddels is wel bekend dat verschillende factoren vermoeidheid beïnvloeden. Denk aan verstoring van het slaap-waakritme, te vaak over je grenzen heengaan, onverwerkte emoties, angst voor terugkeer van de kanker, overgangsverschijnselen en een voedingspatroon dat niet gevarieerd genoeg is.

Verschillende specialisten kunnen je helpen bij het vinden van de juiste balans, denk aan een psycholoog of dietiste. Er zijn ook programma’s die je verder kunnen helpen bij vermoeidheid. Revalidatieprogramma Herstel & Balans bijvoorbeeld biedt in de periode direct na de behandeling een combinatie van beweging, themabijeenkomsten, informatie en lotgenotencontact.

Overigens kan het zijn dat de moeheid een andere lichamelijke oorzaak heeft: bijvoorbeeld een infectie, bloedarmoede of een schildklieraandoening. Vraag je arts dus om nader (bloed)onderzoek om deze oorzaken uit te sluiten.

Concentratieproblemen na borstkanker

Mensen die kanker hebben of ooit hebben gehad, kunnen cognitieve problemen ervaren. Denk aan aandacht- en geheugenproblemen, vertraagd werk- en denktempo of een verminderd vermogen tot plannen en organiseren. Niet alleen problemen in het centraal zenuwstelsel of de behandeling daarvan kan cognitieve problemen met zich meebrengen. Ook mensen die behandeld zijn voor kanker buiten het centraal zenuwstelsel kunnen problemen ervaren. Geheugentraining helpt vaak beter concentreren, waardoor je beter in staat bent je taken te overzien en problemen op te lossen. Je kunt via internet bijvoorbeeld deelnemen aan de COGMED werkgeheugentraining en gedurende vijf weken je aandacht en geheugen trainen.

Zenuwpijn na borstkanker

Na een borstamputatie of borstsparende operatie waarbij lymfeklieren uit het okselgebied zijn verwijderd of de oksel bestraald is, kan zenuwpijn optreden. Deze pijn wordt ook wel 'Post Mastectomie Pijn Syndroom' (PMPS) genoemd of neuropathische pijn. PMPS komt kort na de operatie bij veel vrouwen voor. Vaak verdwijnt deze pijn binnen zes maanden vanzelf, maar bij ongeveer 30 procent blijft de pijn aanwezig. Er valt niet te voorspellen wie wel of niet zenuwpijn zal krijgen. Bij sommige vrouwen gaat de pijn vanzelf over. Bij anderen wordt de zenuwpijn chronisch. Chronische zenuwpijn (langer dan 3 tot 6 maanden)  is moeilijk te behandelen.

Symptomen van zenuwpijn

Kenmerkend voor zenuwpijn zijn ongewone pijnsensaties zoals: brandend, schrijnend, zeurend, 'speldenprikken', stekend of een 'strakke band'-gevoel om de borstkas en/of bovenarm. De pijn wordt gevoeld in de huid van de oksel, aan de achterzijde van de bovenarm, aan borstkaswand en aan de schouder van de geopereerde zijde. De pijn ontstaat meestal kort na de operatie of binnen enkele maanden. De pijn kan variëren van storend tot zeer hevig, constant of wisselend. De hevigheid van de pijn kan toenemen bij inspanning, maar ook bij kou en hitte, bij vermoeidheid en bij emotie.

Behandeling van zenuwpijn

Zenuwpijn moet liefst in een vroeg stadium behandeld worden. Vraag dus op tijd advies aan je specialist of laat je doorverwijzen naar een pijnpoli. Zenuwpijn kan vastgesteld worden door andere oorzaken van pijn uit te sluiten. Doordat de kenmerkende pijnsensaties niet reageren op de gebruikelijke pijnstillers, wordt duidelijk dat er sprake is van andere pijn dan pijn die hoort bij een operatie. De behandeling bestaat over het algemeen uit medicijnen, een zenuwblokkade, acupunctuur, fysiotherapie, TENS-therapie, lymfetaping of neurostimulatie. Als je van alles geprobeerd hebt en toch zoveel pijn houdt dat je in je functioneren belemmerd wordt dan is mogelijk een pijnrevalidatieprogramma in een revalidatiecentrum een optie. Dit heeft geen pijnvermindering tot doel, maar een beter functioneren. Soms kan dat betere functioneren echter ook pijnvermindering met zich meebrengen.

Lymfoedeem na borstkanker

Het lymfestelsel is belangrijk voor de afweer tegen infecties en het opruimen van afvalstoffen uit de weefsels. Bovendien zorgt het ervoor dat het vochtgehalte van de weefsels in evenwicht blijft. Raakt dit stelsel uit balans door bijvoorbeeld verwijdering van lymfeklieren, of door bestraling van de lymfklieren, dan kan de afvoer van lymfevocht stagneren. Als het goed is nemen andere lymfeklieren het werk over. Maar als deze zijn bestraald of beschadigd door de operatie, gebeurt dat niet en ontstaat er een ophoping van lymfevocht: lymfoedeem. Deze klachten kunnen tijdenlang aanhouden en gaan soms helemaal niet meer weg. Ernstige gevallen komen slechts bij 5 tot 10 procent van de vrouwen die een okselklierdissectie hebben gehad voor.

Risicofactoren voor lymfoedeem

Lymfoedeem dat niet direct na de operatie ontstaat, kan zich ook later nog voordoen, zelfs na jaren, hoewel dat zelden voorkomt. Er zijn factoren die dat in de hand werken. Om te voorkomen dat er lymfoedeem ontstaat is het goed om te zorgen dat er niet teveel lymfvocht ontstaat in de arm en dat het lymfvocht goed blijft stromen in de arm. Lymfoedeem kan alsnog ontstaan door overbelasting, door zeer hoge en zeer lage temperaturen, maar vooral door infecties. Dat zijn allemaal situaties waarin het systeem extra vocht aanmaakt, en als de afvoer verstoord is kan er opeenhoping van vocht en eiwitten ontstaan.

Symptomen lymfoedeem

  • Een zwaar of strak gevoel in arm, hand of vingers
  • Een dikke arm of hand en vingers
  • Pijn en tintelen
  • Vochtophoping in de oksel, schouder, borst en rond het litteken

Behandeling lymfoedeem

Herken je een van deze symptomen? Laat je dan door je arts zo snel mogelijk verwijzen naar een in oedeem gespecialiseerde fysiotherapeut of huidtherapeut. Hoe eerder je met de behandeling begint, hoe groter de kans op een goed resultaat. Wel is het belangrijk om vooraf de oorzaak te laten vaststellen; dat kan namelijk ook tumoractiviteit in de lymfeklieren zijn. De behandeling van lymfoedeem start met een lymfdrainage, een vorm van massage waarbij de afvoer van het vocht wordt verbeterd. Om de doorstroming op gang te houden, wordt de arm vervolgens gezwachteld. Als er door de massage en het zwachtelen 10 procent diktevermindering van de arm is behaald - gewoonlijk na een week of vier -  krijg je een steunkous aangemeten. Die moet je dagelijks dragen. Bovendien leer je van de therapeut allerlei oefeningen die de doorstroming in het lymfstelsel moeten verbeteren, zoals ademhalingsoefeningen en oefeningen met arm, hand, nek en rug. Een andere behandeling die als aanvulling op lymfdrainage kan worden gegeven, is lymftaping. Hierbij  wordt een speciale tape op arm of borstkas aangebracht. Deze zorgt continu voor een betere doorstroming.

Lymfoedeem gaat nooit helemaal over. Als lymfoedeem niet behandeld wordt of als de behandeling niet goed genoeg werkt, dan kan het opgehoopte vocht bovendien verharden. Een operatie is dan de laatste oplossing. Daarbij worden sneetjes in de huid gemaakt, waarna het verharde vocht wordt weggezogen. De resultaten van zo'n operatie zijn alleen blijvend als daarna dag en nacht een steunkous wordt gedragen. Een andere mogelijkheid is het aanleggen van shunts. Het effect hiervan op lange termijn is echter niet aangetoond. Experimenteel is de transplantatie van lymfklieren uit het liesgebied naar de oksel. Deze methode wordt in Nederland nog niet toegepast.

Hartschade na borstkanker

Veel patiënten weten niet dat schade aan het hart kan optreden als gevolg van radiotherapie bij borstkanker, maar ook van bepaalde soorten chemotherapie. Hartfalen kan ontstaan tijdens de behandeling, maar ook tot tientallen jaren na de behandeling. Signalen zijn:

  • Vocht vasthouden
  • Snel vermoeid zijn bij inspanning
  • Kortademigheid
  • Hartkloppingen
  • Duizeligheid.

Bij de keuze voor de behandelmethode is het belangrijk de afweging te maken tussen het therapeutische effect van de behandeling en bescherming van het hart. Het toepassen van nieuwe methoden kan de schade beperkt houden. Er zijn bijvoorbeeld nieuwe radiotherapietechnieken, waarbij het hart zoveel mogelijk buiten het bestralingsveld wordt gehouden. Bij chemotherapie kunnen onderzoek naar voorspellende factoren (biomarkers), een maximale cumulatieve dosis en onderzoek van het hart gedurende de chemotherapie mogelijk schade beperken of voorkomen.

Osteoporose na borstkanker

Door hormoongebruik en vervroegde overgang bij borstkanker komt osteoporose relatief vaker voor en ook op jongere leeftijd.Hormoontherapie heeft als werking dat de oestrogeenproductie wordt geremd of stilgelegd. Daarmee is het risico van botontkalking flink groter, vooral bij vrouwen die aromataseremmers krijgen en vrouwen die (heel) vroeg in de overgang raken. Deze risicogroep komt in aanmerking voor een botdichtheidsmeting. Voor deze vrouwen is het belangrijk dat zij voldoende bewegen, veel zonlicht krijgen, voldoende vitamine D en calcium nemen en een gezond gewicht bewaren. Zowel overgewicht als ondergewicht is slecht voor de botten.