dinsdag, 11 mei 2021

Depressie na bevalling nog steeds moeilijk bespreekbaar

Moeders die kampen met postnatale depressie zwijgen over hun klachten. Een derde van hen bespreekt de psychische problemen zelfs niet met de eigen partner. Dit blijkt uit onderzoek in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid dat in mei werd uitgevoerd.

In Nederland ontwikkelen jaarlijks ruim 23.400 vrouwen een depressie na de geboorte van hun kind. Dat is 1 op de 8 moeders. Slecht slapen, stemmingswisselingen en extreem moe: het klinkt niet heel gek. Maar als deze symptomen lang aanhouden, kunnen het ook signalen van een postnatale depressie (PPD) zijn. Veel moeders kaarten dit niet aan.

Het ministerie van Volksgezondheid voerde een onderzoek uit onder 500 vrouwen met postnatale depressie. Meer dan de helft van de vrouwen vindt het moeilijk om de klachten aan te kaarten bij anderen. 47,4 procent is bang om gezien te worden als een slechte moeder en 52,2 procent wil anderen niet belasten.

Onderzoekers ondervroegen ook duizend personen van wie iemand in de omgeving eraan leed. Voor de naasten van een vrouw met PPD blijkt het ook een lastig onderwerp te zijn. Bijna de helft gaf aan liever te wachten tot de vrouw het onderwerp aansnijdt. Ze zijn bang om de vrouw te kwetsen.

Paul Blokhuis, staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, geeft extra aandacht aan postnatale depressie door vandaag te starten met een speciale campagne. Met als doel PPD bespreekbaar te maken. Deze campagne valt onder de grotere campagne ‘Hey! Het is oké. Maak depressie bespreekbaar!’ die in januari 2018 is gelanceerd.

Bron(nen):