zaterdag, 31 oktober 2020

Angiotensine II-receptorblokkers

 
Het hart is een kloppende spier die bloed door het lichaam pompt via een netwerk van slagaderen. De druk van het stromende bloed belast continu de binnenwanden van de bloedvaten. De bloeddruk kan worden gemeten om de hoeveelheid bloed vast te stellen die door het hart wordt verpompt, en een indruk te krijgen van de flexibiliteit en toestand van de vaten.
 
Tal van factoren kunnen de bloeddruk beïnvloeden, waaronder: 
-de hormoonniveaus in het lichaam
-het water- en zoutgehalte van het bloed
-de toestand van het hart, de nieren, het zenuwstelsel en de bloedvaten. 
 
De bloeddruk wordt nauwkeurig gereguleerd door chemische stoffen in het lichaam die de diameter van de bloedvaten kunnen variëren al naar gelang de behoefte van het lichaam. Ze kunnen de vaten verwijden om meer bloed door te laten of vernauwen om de bloeddoorvoer te beperken. Een van de stoffen die helpt bij het vernauwen van bloedvaten, is angiotensine II.
 
Angiotensine II wordt aangemaakt via een serie chemische reacties die plaatsvinden in het lichaam. Om de vaten te vernauwen, bindt angiotensine II zich aan eiwitten, de AT1 receptoren, op het oppervlak van gladde spieren in de bloedvaten. Daardoor trekken de gladde spieren aan en verkleinen zo de diameter van het bloedvat. Als er te veel angiotensine II in de bloedbaan circuleert, kunnen vaten te lang vernauwd blijven, waardoor de bloeddruk te hoog oploopt.
 
Hypertensie, hoge bloeddruk, is een toestand waarin de bloeddruk abnormaal hoog blijft. Als hypertensie niet wordt behandeld, kan ernstige schade aan het hart en de bloedvaten optreden omdat ze te zwaar belast worden. Mogelijke gevolgen zijn hartfalen, een beroerte, een hartaanval, nierschade of vaatverwijding. Hypertensie kan dodelijk zijn. Er zijn veel factoren die een te hoge bloeddruk kunnen veroorzaken. Veelal zijn dat factoren die zorgen voor vernauwing van de bloedvaten. 
 
Voor het behandelen van hypertensie kan een type bloeddrukverlagers worden voorgeschreven die angiotensine II-receptorblokkers (ARB's) heten. Ze hechten zich aan de AT1-receptoren op de gladde-spiercellen in de bloedvatwanden en verhinderen zo dat angiotensine II zich daaraan bindt en de gladde spieren prikkelt om zich samen te trekken. Doordat angiotensine II-receptorblokkers voorkomen dat bloedvaten zich vernauwen, helpen ze bij het op peil houden van de bloeddruk.
 
Er bestaan verschillende merken angiotensine II-receptorblokkers. Zoals alle medicijnen kunnen ze bijwerkingen vertonen. Het is belangrijk om altijd met de arts te overleggen welke bloeddrukverlagende medicijnen geschikt zijn.