Gezondheidsnet.nl maakt gebruik van cookies: functioneel, om instellingen en voorkeuren te onthouden, voor beter en eenvoudiger navigeren en inloggen; analytisch, om bezoeken bij te houden en te bestuderen; voor commerciële doeleinden, om bij te houden hoe vaak bepaalde advertenties zijn getoond en geklikt; voor targeting doeleinden, om advertenties op uw interesses te kunnen aanpassen en zodat andere sites ook gerichte advertenties kunnen tonen. Door hiernaast op akkoord te klikken, of door gebruik te blijven maken van deze website gaat u hiermee akkoord. Lees voor meer informatie ons Cookiebeleid.

Akkoord
zondag, 19 februari 2017

'Middagdutje verbetert geheugen 65-plussers'

Na de lunch een dutje doen, lijkt het geheugen en denkvermogen van senioren een boost te geven. Dat blijkt uit een onderzoek onder bijna 3000 proefpersonen, uitgevoerd door de University of Pennsylvania.

De onderzoekers keken naar de slaapgewoonten van 2,974 mensen van 65 jaar en ouder. Meer dan 60 procent bleek regelmatig een uiltje te knappen na de lunch. De meesten sliepen dan een uurtje.

De deelnemers werden gecategoriseerd als niet-dutter (geen middagslaapje, korte dutters (minder dan 30 minuten slapen), gemiddelde dutters (30–90 minuten) en langdurige dutters (een middagdutje van meer dan 90 minuten).

Vervolgens maakten de proefpersonen allerlei testen, zoals vragen beantwoorden, rekensommen oplossen, woordjes onthouden en tekeningen natekenen.

Uurtje ideaal

De deelnemers die na de lunch een middagdutje van ongeveer een uur deden, bleken beter te scoren op deze testen dan de deelnemers die helemaal niet sliepen overdag. Bovendien presteerden de gemiddelde dutters beter dan proefpersonen die een kort of heel lang middagdutje deden.

Hoe lang de proefpersonen precies sliepen is niet gemeten, de resultaten zijn gebaseerd op de rapportages van de deelnemers. Dat maakt het onderzoek minder betrouwbaar. Bovendien is niet aangetoond dat het dutje de oorzaak is van de betere scores op de geheugentesten.

De resultaten van het onderzoek verschenen in het Journal of the American Geriatrics Society.

Bron(nen):

  • WebMD