zaterdag, 14 december 2019

5 vragen over otosclerose

Gehoorverlies door overmatige botgroei

Otosclerose is een ziekte waarbij kalk wordt afgezet op de gehoorbeentjes in je middenoor. Het gevolg: je gaat minder goed horen.

Otosclerose is een gehooraandoening waarbij in het middenoor overmatige botgroei plaatsvindt. Dit gebeurt meestal op of bij het gehoorbeentje, oftewel de stijgbeugel. Door deze botgroei kan dit gehoorbeentje helemaal vast komen te zitten, waardoor geluidstrillingen niet goed worden doorgegeven aan het middenoor. Erfelijkheid speelt een belangrijke rol bij het ontstaan ervan, maar er zijn ook omgevingsfactoren die een rol kunnen spelen. Een virale infectie bijvoorbeeld.

De meerderheid van de mensen met otosclerose – zo’n 70 procent - heeft het aan beide oren, maar de aandoening kan zich ook in slechts één oor manifesteren. Wanneer otosclerose niet behandeld wordt, nemen de klachten steeds verder toe.

1. Wat zijn de symptomen van otosclerose?
Otosclerose is niet pijnlijk, maar wel vervelend. Het belangrijkste symptoom van otosclerose is gehoorverlies. Omdat de geluidstrillingen minder goed worden doorgegeven zullen alle geluiden zachter klinken. Het maximale gehoorverlies – als de stijgbeugel door teveel kalkafzetting muurvast zit – is 50 tot 60 db, oftewel redelijk ernstig gehoorverlies. Wanneer de otosclerose ook het slakkenhuis aantast kan er ook perceptiegehoorverlies optreden. In dat geval klinken niet alleen geluiden steeds zachter, maar wordt het ook steeds moeilijker om mensen goed te verstaan óók wanneer zij harder gaan praten. Andere symptomen die kunnen voorkomen – maar waar gelukkig niet iedereen last van heeft – zijn tinnitus (oorsuizen), duizeligheid en evenwichtsklachten.

2. Hoe vaak komt otosclerose voor?
Volgens de KNO-vereniging komt otosclerose bij ongeveer 0,3 tot 0,4 procent van de blanke bevolking voor. Niet-blanken krijgen het aanmerkelijk minder vaak. De aandoening komt twee keer zo vaak voor bij vrouwen als bij mannen. Jaarlijks melden zo'n 1000 tot 1500 mensen zich met otoscleroseklachten. De overmatige botgroei kan al jong beginnen, maar meestal spelen de klachten pas op bij mensen tussen de 20 en 40 jaar.

3. Kun je otosclerose ook aan het binnenoor krijgen?
Otosclerose aan het binnenoor komt niet vaak voor, maar het kan wel. De otosclerose kan zich beperken tot het slakkenhuis (cochlea), we spreken dan van cochleaire otosclerose. In dat geval is er sprake van een binnenoorprobleem, waardor perceptieslechthorendheid ontstaat. Hier is medisch niets aan te doen.

De tweede vorm is de gemengde vorm, waarbij de otosclerose zowel in het middenoor als in het binnenoor plaatsvindt. De kalkafzetting begint dan vrijwel altijd in het middenoor, maar zet zich door in het binnenoor. Er is dan sprake van gemengde slechthorendheid, waarbij geluiden zachter klinken én mensen moeilijker te verstaan zijn. Ingrijpen in het middenoor is wel mogelijk.

4. Hoe wordt de diagnose gesteld?
Slechthorendheid is natuurlijk niet uniek voor otosclerose, maar komt bij veel gehooraandoeningen voor, daarom zal eerst goed moeten worden uitgezocht met welke gehooraandoening iemand kampt. De KNO-arts zal een uitwendige oorinspectie doen en er zullen diverse gehooronderzoeken plaatsvinden. De standaard gehoortest (audiomtrie) omvat toon- en spraaktesten en testen om te zien hoe het met de beweeglijkheid van het trommelvlies staat. Daarnaast wordt de gehoorbeentjesketen onderzocht. Soms vindt een CT-scan plaats omdat daarmee goed te zien is of er sprake is van kalkafzetting bij de stijgbeugel. Wanneer de KNO-arts na deze testen niet met 100 procent zekerheid kan zeggen of het om otosclerose gaat, kan ervoor worden gekozen dit via een kijkoperatie te bevestigen, waarbij de behandeling eventueel direct kan worden uitgevoerd.

5. Is er behandeling voor otosclerose?
Afhankelijk van de vorm – alleen in het middenoor of ook in het binnenoor – kan er iets aan de gevolgen van otosclerose worden gedaan. Het aangedane middenoorbeentje kan worden vervangen door een kunststof prothese, waarmee de werking van het middenoor hersteld wordt. Dit noemen we stapedectomie of stapedotomie. Vaak zijn mensen hierna klachtenvrij, hoewel er dus niets aan de ziekte zelf gedaan wordt. Het kan zijn dat de otosclerose ook na een operatie in het binnenoor gaat optreden. Aan die klachten kan niets gedaan worden.

Er wordt niet altijd voor een operatie gekozen. In sommige gevallen kiest men ervoor af te wachten of de botwoekering spontaan tot stilstand komt. Dit is met name het geval wanneer de klachten nog niet heel ernstig zijn. In het geval van niet-opereren bestaat de behandeling uit het aanmeten van een geschikt hoortoestel om de klachten zoveel mogelijk te compenseren. Bij cochleaire otosclerose is operatief ingrijpen sowieso niet mogelijk en wordt er standaard voor een hoortoestel gekozen. Is er sprake van volledige doofheid, dan kan er een cochleair implantaat worden geplaatst.

Een deel van de informatie in dit artikel komt uit het boek 101 vragen over oorsuizen en andere hoorproblemen van de Nationale Hoorstichting en Uitgeverij Kosmos.