dinsdag, 15 oktober 2019

Slokdarmkanker

Een kwaadaardig gezwel in de slokdarm

Bij slokdarmkanker groeit er een kwaadaardig gezwel in de slokdarm, de buis tussen je mond en je maag. Hoe eerder je het ontdekt, hoe groter de kans is op genezing.

Je slokdarm ligt grotendeels in de borstholte. Dit orgaan transporteert voedsel dat je inslikt naar de maag. Aan de binnenzijde is deze buis bekleedt met slijmvlies. Daaromheen zit een bindweefsellaag, met daarin kliertjes. Deze produceren slijm dat als glijmiddel dient. Daaromheen bevindt zich een spierlaag die met golvende samentrekkingen voedsel richting de maag duwt. De buitenste laag heet de adventitia.

Wat is slokdarmkanker?

Slokdarmkanker (ook wel slokdarmcarcicoom of oesofaguscarcicoom) is een aandoening waarbij er een kwaadaardig gezwel in de slokdarm groeit. Het kan ontstaan uit de slijmvliescellen en uit het klierweefsel van de slokdarm.

Een slokdarmtumor is een opeenhoping van ontspoorde slokdarmcellen. Omdat er fouten in het genetisch materiaal zijn ontstaan, hebben zij andere eigenschappen dan gezonde slokdarmcellen. Kenmerkend van een kankercel is dat deze geen nuttige functie meer heeft en zich ongecontroleerd gaat delen. Hierdoor wordt een gezwel steeds groter, wat ten koste gaat van het omringend weefsel. Bovendien hebben kankercellen de eigenschap om andere delen van het lichaam binnen te dringen om daar ook tumoren te vormen. Via de lymfevaten en bloedvaten kunnen de kwaadaardige cellen zich door heel het lichaam verspreiden (uitzaaien).

Verschillende soorten slokdarmkanker

Er bestaan verschillende soorten slokdarmkanker. Het meest voorkomend zijn:

  • Plaveiselcelcarcinoom. Deze vorm van slokdarmkanker ontstaat in plaveiselcellen. Dit zijn platte cellen die de binnenzijde van het slokdarmslijmvlies vormen. Meestal komen plaveiselcelcarcinomen in het bovenste of middelste deel van de slokdarm voor.
  • Adenocarcinoom. Deze tumor begint in het klierweefsel van de slokdarm. Een adenocarcinoom kan ook in de maag ontstaan. Wanneer dit in het bovenste deel van de maag (de cardia) gebeurt, spreken we van een cardiacarcinoom. Deze vorm van maagkanker komt vaak op de overgang van de maag naar de slokdarm voor en kan in het onderste deel van de slokdarm groeien.

Groeiwijzen

Een slokdarmcarcinoom kan via de slokdarmwand naar boven of naar beneden groeien, maar ook dwars door de slokdarm heen. In het laatste geval kan de tumor in omringend weefsel doordringen. Denk aan lymfeklieren, de longen en de lever.

De stadia van slokdarmkanker

Er worden vijf stadia van slokdarmkanker onderscheiden:

  • Stadium 0: De tumor zit alleen in het slokdarmslijmvlies.
  • Stadium I: De tumor bevindt zich alleen in het bindweefsel van de slokdarm.
  • Stadium II A: De tumor is in de spierlaag of adventitia gegroeid. Er zijn geen uitzaaiingen.
  • Stadium II B: De tumor is nog niet door de adventitia heen gegroeid, maar er zitten uitzaaiingen in nabije lymfeklieren.
  • Stadium III: De tumor is tot in de buitenste laag van de adventitia gegroeid en er zijn uitzaaiingen in nabijgelegen lymfeklieren. Of de tumor is door de adventitia heen naar omringend weefsel gegroeid.
  • Stadium IV: De tumor is uitgezaaid naar lymfeklieren op andere plekken in het lichaam of naar andere organen.

De cijfers

Slokdarmkanker is de afgelopen jaren één van de snelst groeiende vormen van kanker geworden. Het aantal nieuwe diagnoses is in 15 jaar tijd verdrievoudigd. Momenteel gaat het jaarlijks om circa 1800 Nederlanders. Meestal zijn zij de 50 jaar gepasseerd. De grootste groep patiënten is tussen de 60 en 74 jaar. Slokdarmkanker komt vaker voor bij mannen dan bij vrouwen.

Oorzaken en risicofactoren

Hoe slokdarmkanker precies ontstaat, is vooralsnog onduidelijk. Waarschijnlijk zijn verschillende factoren van invloed. Bekende risicofactoren zijn:

  • Roken.
  • Overmatig alcoholgebruik.
  • Een ongezond, eenzijdig voedingspatroon. Met name weinig groenten en fruit eten, lijkt de kans te vergroten dat je slokdarmkanker krijgt.
  • Chronische reflux (brandend maagzuur). Bij reflux stroomt maagzuur in de slokdarm. Wanneer dit langdurig en regelmatig gebeurt kan dit een ontsteking in de slokdarm veroorzaken. Bij een chronische slokdarmontsteking kan het slokdarmweefsel blijvend veranderen. Dit wordt een Barrett-slokdarm genoemd. Bij circa 3 tot 5 procent van de mensen met een Barrett-slokdarm ontstaat na verloop van tijd een adenocarcinoom.
  • Overgewicht. Te veel buikvet vergroot de kans op een slecht sluitende maagklep (tussen maag en slokdarm), waardoor maagzuur in de slokdarm kan vloeien.
  • Beschadigd slokdarmslijmvlies door zuur of loog.
  • Erfelijkheid. In zeldzame gevallen ontstaat slokdarmkanker door erfelijke aanleg.

Symptomen slokdarmkanker

Meestal geeft slokdarmkanker in een vroeg stadium geen klachten. Pas na verloop van tijd ontstaan er symptomen. Het is erg belangrijk om deze alarmsignalen zo snel mogelijk te herkennen. Hoe eerder slokdarmkanker wordt ontdekt, hoe groter de kans op genezing is. De volgende verschijnselen kunnen wijzen op slokdarmkanker:

  • Passageklachten. Dit betekent dat je het gevoel hebt dat voedsel niet goed wil zakken.
  • Slikklachten. Het voelt alsof er ter hoogte van de keel een prop in de weg zit.
  • Een pijnlijk gevoel ter hoogte van het borstbeen.
  • Heesheid.
  • Verminderde eetlust.
  • Onverklaarbaar gewichtsverlies.
  • Chronische hikklachten.
  • Vermoeidheid en duizeligheid. Deze symptomen ontstaan door bloedarmoede, wat kan ontstaan door langdurig bloedverlies uit de beschadigde slokdarm.
  • Pikzwarte, teerachtige ontlasting. Ook dit wordt veroorzaakt door bloedverlies uit de slokdarm.
  • Bloed braken.

De diagnose

Als je één of meer van de bovenstaande symptomen ervaart, betekent dit niet per se dat je slokdarmkanker hebt. Ga er wel mee naar de dokter. Aan de hand van je klachten zal hij of zij je mogelijk doorverwijzen voor nader onderzoek.

Vaak wordt in eerste instantie in het ziekenhuis een bloedonderzoek en een kijkonderzoek van de slokdarm (endoscopie) uitgevoerd. De endoscopie gebeurt met een endoscoop, een flexibele slang met aan het uiteinde een camera en lampje. Als de arts afwijkingen aan de slokdarm ziet, neemt hij wat weefsel af (een biopsie). Dit wordt onder de microscoop onderzocht op de aanwezigheid van kwaadaardige cellen. Wanneer deze gevonden worden, is extra onderzoek nodig om vast te kunnen stellen waar de tumor zit, hoe groot deze is en in welk stadium de ziekte verkeert.

De behandeling

De behandeling van slokdarmkanker hangt af van verschillende factoren, waaronder de plaats en grootte van de tumor, het stadium van de ziekte en de conditie van de patiënt.

Als de tumor in het beginstadium wordt ontdekt, kan deze met een endoscopische behandeling worden verwijderd. Bij deze methode wordt een vloeistof in de slokdarm gespoten. Hierdoor komt de bovenste slijmlaag los te zitten zodat het weefsel makkelijk weggehaald kan worden.

Mogelijk is een operatie nodig. In dit geval worden een deel van de slokdarm, het bovenste deel van de maag, omringend weefsel en lymfeklieren verwijderd. Na de ingreep worden de resterende stukken slokdarm en maag weer aan elkaar bevestigd. Meestal wordt van het overgebleven stuk maag een buis gemaakt (buismaag). Voorafgaand aan de operatie worden veel patiënten behandeld met bestraling en chemotherapie om het succes van de operatie te vergroten.

We spreken van een palliatieve behandeling, wanneer genezing niet meer mogelijk is omdat de tumor zich heeft uitgezaaid en/of deze te groot is om te verwijderen. Het doel ervan is de ziekte af te remmen of de klachten te verminderen. Behandelmethoden die hieronder vallen zijn onder andere bestraling en chemotherapie.

Prognose

Omdat slokdarmkanker in het beginstadium vaak geen klachten geeft, komt de ziekte bij veel mensen pas in een gevorderd stadium aan het licht. Als er dan al uitzaaiingen zijn of de tumor is door de slokdarmwand heen gegroeid, is genezing meestal niet meer mogelijk. Circa 30 procent van de patiënten heeft geen uitzaaiingen en is fit genoeg voor een operatie. Zij hebben een goede kans om te genezen.

Alhoewel het aantal gevallen van slokdarmkanker de afgelopen jaren sterk is toegenomen, bieden nieuwe behandeltechnieken steeds betere vooruitzichten. De gemiddelde vijfjaarsoverlevingkans is in een paar jaar tijd gestegen van 35 procent naar 50 procent. Bovendien is het percentage patiënten dat binnen 30 dagen na de operatie aan complicaties overlijdt flink gedaald: van 20 procent naar 4 procent.

90 procent van de mensen met slokdarmkanker in stadium I is na één jaar nog in leven en na drie jaar nog 70 procent van deze patiënten. De vooruitzichten zijn een stuk slechter als slokdarmkanker in stadium IV ontdekt wordt. Na één jaar leeft nog 20 procent van deze patiënten en na drie jaar slechts 5 procent.

Bron(nen):