zondag, 20 oktober 2019

Osteopenie: voorloper van osteoporose

Een tekort aan bot

Bij minder sterke botten denk je al snel aan osteoporose, botontkalking. Het voorstadium hiervan, osteopenie, is minder bekend. Letterlijk betekent osteopenie minder bot. Dat wil niet zeggen dat je minder botten hebt, maar dat de botdichtheid minder is. Er zijn echter nog geen klachten, zoals bij osteoporose.

Osteopenie ontstaat doordat het evenwicht tussen de botopbouw en -afbraak verandert. Rond het 30e levensjaar is de dichtheid van de botten het grootst en na je 45e wordt er meer bot afgebroken dan aangemaakt. Dit geleidelijke proces van botverlies noemen we osteopenie. Als de botdichtheid vervolgens nog verder afneemt, kan het overgaan in osteoporose.

Osteoporose betekent letterlijk poreus bot of bot met gaten. De grens tussen osteopenie en osteoporose is moeilijk te trekken. Formeel is de term osteoporose van toepassing wanneer door middel van een DXA-scan een T-waarde van -2,5 (of lager) is vastgesteld. Bij een T-score tussen de -1 en -2,5 spreken we van osteopenie.

Herkennen

Van osteopenie merk je niets. Het doet geen pijn en je hebt geen klachten. Pas bij osteoporose kun je pijn ervaren door bijvoorbeeld ingezakte wervels. Daarnaast is bij osteoporose de kans op botbreuken veel groter door de lage botdichtheid.

Vrouwen

Zowel mannen als vrouwen kunnen osteopenie krijgen, maar het komt vaker voor bij vrouwen. De botafbraak gaat bij vrouwen sneller dan bij mannen. Dit komt doordat vrouwen in de overgang minder oestrogeen aanmaken. Dit hormoon beschermt tegen botafbraak.

Zodra tijdens en na de overgang de vorming van de vrouwelijke geslachtshormonen grotendeels ophoudt, treedt er in de botten een versnelde afbraak van botmineraal op. Om die reden zien we osteopenie en osteoporose vaker bij vrouwen.

Risicofactoren

Onder bepaalde omstandigheden is het risico op osteopenie (en dus ook op osteoporose) groter. Belangrijke risicofactoren zijn onder andere:

  • Calcium- of vitaminetekort
  • Botbreuk na je 50e levensjaar
  • Ouders met een gebroken heup
  • Lichaamsgewicht te laag voor lengte
  • Maandenlang te weinig lichaamsbeweging
  • Gebruik van bepaalde medicijnen (zoals prednisolon en ontstekingsremmers)
  • Bepaalde aandoeningen (eetstoornissen, afwijkingen van de schildklier en bijschildklier en reuma)
  • Tekort aan geslachtshormonen (overgang)

Leefstijl

Een gezonde leefstijl is natuurlijk voor iedereen van belang. Als je (een verhoogde kans op) osteopenie hebt, is dit zelfs nog belangrijker. Met de volgende vier leefregels kun je klachten verminderen of zelfs voorkomen:

  • Eet gezond en zorg voor voldoende calcium
  • Ga regelmatig naar buiten voor voldoende vitamine D
  • Wees matig met alcohol en stop met roken
  • Beweeg regelmatig

Soms worden vitamine D- en calciumsupplementen voorgeschreven aan iemand met osteopenie. Dit gebeurt vooral wanneer het niet lukt om via voeding en zonlicht voldoende van deze stoffen binnen te krijgen. Calcium vind je vooral in zuivelproducten zoals melk, kaas en yoghurt. Vitamine D zit onder andere in vette vis, vlees, eieren en volle melkproducten. Aan sommige bak- en braadproducten wordt vitamine D toegevoegd.

Bron(nen):